The New York Times Diplomatie

Het is een goed moment voor Cuba en de Verenigde Staten om de conflicten achter zich te laten en opnieuw te beginnen

Cubaanse jeugd in afwachting van de Paus, ze zijn speels, modieus, vriendelijk en hopen op verandering. Of ze daar gelukkiger van gaan worden is de grote vraag. Beeld Guus Dubbelman

Het is zestig jaar geleden dat Fidel Castro Havana binnenmarcheerde, dus een goed moment voor zowel Cuba als de Verenigde Staten om eens volwassen te worden. Laten we Cuba weer een gewoon land laten zijn.

Cuba is noch de demonische tirannie die sommige conservatieven ons voortoveren, noch het heldhaftige arbeidersparadijs zoals sommigen op links het land romantiseren. Het is gewoon een vermoeid klein land, geen bedreiging voor wie dan ook, met indrukwekkende gezondheidszorg en onderwijs, maar ook een repressieve politiestaat en een nauwelijks functionerende economie.

Op weg van het vliegveld zag ik reclameborden met een veroordeling van het Amerikaanse economische embargo als ‘de langste genocide in de geschiedenis’. Dat is belachelijk. Maar het embargo zelf is ook absurd en werkt averechts; het schaadt alleen maar het Cubaanse volk, dat wij juist worden geacht te helpen.

Kunnen we dat na zes decennia niet eens achter ons laten? Laten we een eind maken aan het embargo,  maar doorgaan met bij Havana aandringen op verbetering van de mensenrechtensituatie en op het staken van hulp aan andere onderdrukkende regimes, zoals die in Venezuela en Nicaragua.

Laten we wat ruimte maken voor de nuance: Cuba maakt zijn burgers armer en onthoudt hen politieke rechten, maar doet het goed bij het leveren van basisonderwijs en het gezond houden van zijn inwoners. Het officiële babysterftecijfer in Cuba is lager dan dat in de VS (het werkelijke cijfer is dat wel of niet).

Ik ben geen Cuba-expert, en ik weet niet hoe het verder zal gaan met dit land. Maar Cuba heeft een nieuwe president, Miguel Díaz-Canel, van wie bekend is dat hij in is voor experimenten met het openen van de economie. Fidel is heengegaan en zijn broer Raúl verdwijnt van het toneel.

In de jaren zestig waren we bang voor Cuba. We vreesden dat landen in de buurt zouden omvallen als dominostenen in het communistische blok en de Sovjet-Unie probeerde op Cuba kernraketten te stationeren die Amerika konden bedreigen. Maar zelfs nu die angst is weggeëbd, blijft ons beleid verstard.

Een Cubaans echtpaar stapt in een oldtimer om hun huwelijk te gaan vieren. Beeld Guus Dubbelman

President Barack Obama nam de noodzakelijke stap om de diplomatieke betrekkingen te herstellen en het embargo te verzachten, maar president Trump draaide alles terug en scherpte alles weer aan uit een reflexmatige vijandigheid tegen alles wat Cubaans en Obamaans is.

Cuba is aan het veranderen, al gaat het te langzaam. Ongeveer een derde van de werknemers zit nu in de particuliere sector, en dat is zowat het enige deel van de economie dat werkt. Ik verbleef in een van het toenemende aantal Airbnb’s in Havana en de mensen waren, anders dan hun regering, vriendelijk: als ik vertelde dat ik uit de VS kom, kreeg ik onvermijdelijk een brede grijns en verwijzingen naar een neef in Miami, New York of Cleveland.

Plus, wat extra lof is op zijn plaats voor een land dat met zoveel liefde oude modellen van Amerikaanse auto’s onderhoudt: ik reed van het vliegveld in een roze Cadillac uit 1954.

Nog een teken van flexibiliteit: Cuba sloot onlangs een akkoord met de Major League Baseball, waardoor Cubaanse spelers legaal naar de VS mogen reizen en in Amerikaanse teams kunnen spelen.

Helaas dreigt de regering-Trump dit akkoord te dwarsbomen.

Sta eens stil bij hoe lang Noord-Korea en Cuba het hebben volgehouden en er valt wat te zeggen voor de stelling dat sancties en isolement regimes eerder in het zadel houden dan helpen hen ten val te brengen. Van China kunnen we leren ook weer niet al te optimistisch te zijn over economische banden als middel tegen dictaturen, maar al met al lijken toeristen en investeerders eerder bij te dragen aan verandering dan nog tien jaar embargo.

Bovendien versterken handel, toerisme, reizen en investeringen een Cubaanse zakenwereld en een onafhankelijke middenklasse. Dit zijn middelen om een politiestaat te ontmantelen en gewone Cubanen te helpen, maar wij werken die tegen. Amerika verwijt de Castro’s het Cubaanse volk in armoede te hebben gestort, maar wij hebben daaraan bijgedragen.

Cuba’s regering is niet goedaardig. Het is een dictatuur waarvan het economische wanbeleid de inwoners kwaad heeft gedaan. En Human Rights Watch zegt dat het bewind ‘routinematig gebruik maakt van opsluiting zonder aanklacht om critici de mond te snoeren en te intimideren’. Maar normaal gesproken worden die niet geëxecuteerd (of in stukken gehakt in een consulaat zoals onze vriend Saoedi-Arabië doet), en sommige kritiek wordt getolereerd, zoals die van de dappere blogger Yoani Sánchez.

Cuba is zijn grondwet aan het herzien en ik hoop dat na verloop van tijd – ondanks de ideologen in Havana en de VS – onze betrekkingen steeds beter zullen worden. Sommige Amerikaanse ouderen, die nu overwinteren in Florida, zouden trekvogels op Cuba kunnen worden, gelokt door goede gezondheidszorg, lage prijzen, geweldige stranden en goedkope arbeidskracht. Je kunt op Cuba een persoonlijke zorghulp per maand huren voor het bedrag dat je in Florida in een dag kwijt bent.

China’s economische boom begon in de jaren tachtig, deels omdat fabrieken werden gefinancierd door Chinezen uit het buitenland; als het Amerikaanse embargo tegen Cuba wordt opgeheven, kunnen vergelijkbare zakelijke mogelijkheden ontstaan dankzij de Cubanen in het buitenland.

Dat is gunstig voor beide partijen. We hebben zestig jaar lang een vete uitgevochten, zoals de Hatfields en de McCoys, terwijl de meeste Amerikanen zich het begin van het conflict nauwelijks kunnen herinneren.

Dus, kom op. We zouden allemaal de buik vol moet hebben van een leven lang beschuldigingen en vijandigheden over en weer. Laten we de ideologie aan de kant schuiven, het embargo beëindigen, de toon van de propaganda milder maken een glas mojito heffen op elkaar.

Ik breng een toost uit op een nieuw begin.

Nicholas Kristof is columnist van The New York Times.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.