ColumnSheila Sitalsing

Het is een godswonder dat de vermogensheffing nu pas sneuvelt

null Beeld
Sheila Sitalsing

Het is een godswonder dat de gekke manier waarop achtereenvolgende kabinetten in Nederland vermogens hebben belast zo lang stand heeft gehouden. Bij de invoering in 2001 waren er al gefronste wenkbrauwen, maar pas twintig jaar en een uitspraak van de Hoge Raad verder wankelt de heffing over een verzonnen rendement op vermogen.

Het was nog voor de eeuwwisseling dat een VVD-minister (Gerrit Zalm) en een PvdA-staatssecretaris (Willem Vermeend) onder Wim Kok hun trouvaille presenteerden. Ze wilden vermogen belasten (maar niet te zwaar). Ze wilden iets simpels (het was in die tijd een sport om met fiscaal trapezewerk alle bezit op papier te laten verdampen). En ze vonden het gewoon gaaf om iets unieks te bedenken: de Belastingdienst verzon dat iedereen 4 procent rendement haalde over dingen als aandelen en obligaties, en hief daar een vast tarief over. ‘Ronduit trots op!’, noteerde Gerrit Zalm in zijn memoires.

In de conceptfase kwamen de bezwaren van links. We schrijven tweede helft jaren negentig, op de beurs werd goud geld verdiend, het was een veel te milde heffing op geld dat in de hangmat was verdiend. Met het gelijk belasten van inkomens, ongeacht of die zijn verdiend met zieken verzorgen of met aandeeltjes Tesla, had het fictieve rendement niks te maken. Met rechtvaardig belasten van echte vermogensgroei of vermogenswinst evenmin. Maar zoals dat ging bij Paars viel de keuze op pragmatisme: dit was gewoon makkelijker.

Ongeruste vermogenden lieten zich paaien door de minister, die in plaatsen als Bloemendaal zaaltjes afsjokte om uit te leggen dat het ondenkbaar zou zijn dat vermogen ooit minder dan 4 procent zou opbrengen. Zelfs de rente op staatsobligaties was hoger.

‘Een knieval voor het grootkapitaal’, schreef ik als verslaggever belastingzaken op gezag van fiscalisten-met-een-geweten in het eerbiedwaardige tijdschrift Elsevier .

Omdat beurzen en de rente de hinderlijke gewoonte hebben soms te dalen, kwam de kritiek in de nieuwe eeuw juist van rechts. Mensen leden vermogensverlies, en de fiscus bleef ze maar aanslaan voor een fictief rendement dat ze niet haalden: dat was niet eerlijk! Er kwamen rechtszaken van, en wetswijzigingen, totdat onlangs de Hoge Raad de bijl liet vallen.

Het is jammer dat er geen rechtszaken van kwamen toen mensen veel méér verdienden dan het fictieve rendement, want ook dat was ‘niet eerlijk’, maar hoe dan ook: er móet nu iets gebeuren aan deze gekkigheid. Nu is eindelijk de weg vrij voor een eerlijkere heffing op vermogen. Die zou zomaar hoger kunnen uitvallen.

Het argument was altijd dat een echte vermogensaanwas- of vermogenswinstbelasting ingewikkeld is, en dat de Belastingdienst overvraagd is. De ict hangt er van plakband aan elkaar, zelfs een nultarief voor de btw op groenten en fruit kunnen de computers niet aan.

Terwijl het belastingstelsel de ruggegraat van de staat is. Het is de neerslag van de waarden van een samenleving. Vervuiling belasten, of juist niet. Gezinnen voortrekken, of juist niet. Inkomens herverdelen van rijk naar arm, of juist niet. De financiering van voorzieningen als onderwijs of snelwegen overhevelen van het individu naar het collectief, of juist niet.

Dat juist deze dienst zo is verwaarloosd dat hij geen nieuwe vermogensbelasting aan zou kunnen, is schandalig. Dezelfde dienst bleek wel andere dingen te kunnen – mensen zonder nader onderzoek op verdachtenlijsten plaatsen op basis van dubieuze criteria, bijvoorbeeld. Dat is niet het gevolg van een natuurkracht. Dat zijn politieke keuzes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden