Column Peter Buwalda

Het is echt geen luxe, de kotszak met museumlogo die ze uitreiken

Geregeld denk ik terug aan het Disgusting Food Museum. Vaak tijdens het eten, wat wel bezwaarlijk is.

Dan kijk ik – zoals nu, we zitten te lunchen – op van mijn bord waarop een creatie van dhr. Ottolenghi ligt, gecomponeerd met kikkererwten, munt, wortel, snijbiet, karwijzaad, citroen, koriander, knoflook, ­sumak en Griekse yoghurt met tahin, en ben ik tot tranen toe geroerd van dankbaarheid dat het geen doorkloppende cobraharten zijn of Chinese urine-­eieren.

Dat zijn kippeneieren, kwamen we aan de weet in het Disgusting Food Museum, ter bereiding waarvan de/sommige Chinezen op scholen en marktpleinen emmers neerzetten waarin jonge jongetjes moeten plassen.

De/sommige Chinezen gaan vervolgens de eieren koken in de ingevangen urine, tot ze hard zijn, waarna ze de schalen stuktikken. Dan leggen de bedoelde Chinezen de eieren weer terug in de zeik, dit keer uren lang, zodat het eiwit – en misschien ook wel het eigeel, maar dat kun je niet goed zien, lijkt me – er helemaal van doordrenkt raakt.

Erna ruikt zo’n ei sterk naar pis, dat krijg je er ­natuurlijk van, maar het smaakt, aldus de bedoelde Chinezen, delicaat, zoutig en ‘verslavend lekker’. Kijk, nu raken we aan de essentie van het Disgusting Food Museum, dat zich overigens bevindt in Malmö, in een soort winkelcentrum, maar laat u zich daar niet door afremmen, van binnen is het een prachtig museum, al zou ik m’n bammetjes ingepakt laten. Mijn God, het is echt geen luxe, de kotszak met museumlogo die ze je bij binnenkomst uitreiken. Maar goed, de essentie, daarover had ik het, die is dus dat elk ­gerecht dat het museum tentoonstelt wel door een bepaald volk lekker wordt gevonden.

Wat dus niet telt zijn mislukte kookacties, zoals ik er zovele heb doorstaan bij mijn jaarclubg’noten, of gerechten met een haar erin. (Wat mij trouwens altijd verbaast aan een haar in je eten, voor velen het toppunt van viesheid, is dat diezelfde haar als hij nog op het hoofd van de eigenaar/eigenaresse zit – golvend en glanzend ­tussen zijn maatjes, misschien is dat het – juist bijzonder begeerlijk kan zijn. Dan is hij nog van ‘goud’, weet je wel. Wat zou ik daarom vinden, vraag ik me weleens af, van een haar in mijn macaroni uit de kuif van ­Elvis? Zo’n mooie zwarte ingevette uit 1960, toen hij net terug was uit dienst en erbij liep als een ­gebraden goudhaantje? Nou?)

Wat de/sommige Chinezen overigens graag drinken bij hun gekookte plaseieren, is een glas muizenwijn. In het walgelijkvretenmuseum hadden ze een enorme glazen pot staan met een rosékleurige vloeistof erin. Op de bodem van die pot lag een berg verdronken muisjes, wel honderd stuks.

Het moesten baby’s zijn, las ik op het kaartje, want die zijn nog kaal en hebben nog geen oogjes (?). Het brouwsel smaakte naar benzine, stond er, met een nasmaak van rotte dieren, en rook ongelooflijk sterk naar ontbinding. Ook dat kreeg je ervan, leek mij.

Jammer dat de column alweer vol is, ik kan er nog wel dertig vullen, op deze manier. Ga ik misschien ­gewoon doen. Eten is hot, dus smerig eten misschien ook?

Jet denkt van niet.

Aan het eind van het museum was trouwens een barretje waar je sommige gerechtjes kon bestellen. Op een krijtbord hielden ze bij wanneer er voor het laatst gekotst was, toen wij er waren de dag ­ervoor nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden