Column Sheila Sitalsing

Het is de schuld van de wetgever dat bedrijven zoals Shell minimale bedragen kwijt zijn aan belasting

Hoe het met andermans kinderen zit, weet ik niet, maar de mijne zijn zo geprogrammeerd dat alles wat tegenzit in hun leven en/of meezit in dat van een ander met een jammerend ‘Dat is niet éérlijk’ wordt becommentarieerd. Bij consequent negeren schijnt het vanzelf over te gaan, maar sommige reflexen blijven tot ver in de volwassenheid. Zoals deze: zeg ‘grote bedrijven’ en ‘belastingen’, en het koor zingt: ‘Niet éérlijk’.

Ondernemingen die over de grenzen opereren, die overal dochters hebben wier geldstromen amper te volgen zijn, en die een kunst hebben gemaakt van wat adviseurs ‘belastingplanning’ en de mensen op straat ‘gierigheid’ noemen, betalen niet overdreven veel belasting. Dat is algemeen bekend.

Over de vraag of het ook te weinig is, of ze wel hun ‘eerlijke deel’ bijdragen, valt lang te debatteren. Want als er een verdeelsleutel moet worden bepaald voor de collectieve lasten, zijn de meeste mensen heel goed in het bedenken van verzachtende omstandigheden voor zichzelf en van verzwarende omstandigheden voor de buurman. Maar dat nul euro in de categorie ‘weinig’ valt, zullen weinigen betwisten.

Daarom is er al jaren een jacht gaande op de belastinggegevens van multinationals met een hoofdkantoor in Nederland. Die splitsen in hun openbare rapportages lang niet altijd uit in welke landen ze winstbelasting betalen, en hoeveel.

Met name Shell spreekt tot de verbeelding. ‘Wij betalen alle belastingen die we moeten betalen’, zegt het bedrijf al jaren, wanneer een journalist weer eens opbelt om te vragen wat Shells bijdrage aan de Nederlandse schatkist is. Alleen wat de NAM, voor de helft eigendom van Shell, aan vennootschapsbelasting in Nederland betaalt, is bekend.

PvdA-politicus Paul Tang roept al jaren dat het ‘een publiek geheim’ is dat Shell geen winstbelasting betaalt in Nederland – zonder daar de bewijzen bij te leveren. Daarom zou het bedrijf ook zo gebrand zijn op afschaffing van de dividendbelasting: dat is – naast de accijnzen – de enige Nederlandse belasting waar de aandeelhouders nog last van hebben. Follow the Money deed deze zomer een dappere poging die claim te onderzoeken en concludeerde: ‘In het beste geval betaalt Shell een paar honderd euro aan vennootschapsbelasting aan Nederland.’ Gisteren ging Trouw daaroverheen met een opgewonden stuk waarin ‘bronnen’ zeggen dat Shell ‘al jaren’ niks aan vennootschapsbelasting betaalt. Shell zegt desgevraagd ‘volledig in lijn met de fiscale wet- en regelgeving’ te handelen, een andere manier om ‘zou zomaar kunnen!’ te zeggen.

Fiscalisten zeggen dat al langer: als een multinational wél winstbelasting afdraagt in Nederland, doet de belastingadviseur iets fout. Winst is een mening, en er zijn zoveel doorschuif- en aftrekmogelijkheden, allemaal volstrekt legaal, dat het niet onwaarschijnlijk is dat Shell met een beetje knap rekenen en enige rekkelijkheid van de Nederlandse fiscus de belastbare winst op papier elk jaar op rond de nul euro kan laten uitkomen.

Daar zal vast verontwaardiging over komen, want ‘niet éérlijk’, maar als er een schuldige moet worden aangewezen is dat de wetgever. Die heeft de regels opgesteld, de Belastingdienst ruimte gegeven, ervoor gezorgd dat Nederlandse ambassades in verre buitenlanden bij buitenlandse bedrijven hartstochtelijk reclame maken voor de aanzuigende werking van onze fabelachtige fiscale voordelen. Boze post moet niet naar Shell, maar naar het Binnenhof.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.