Opinie

'Het internationaal strafrecht meet met twee maten'

Waarom moet Kadhafi's veiligheidschef Al-Senussi nationaal berecht worden in het onrustige Libië terwijl de Keniaanse president naar Den Haag moet komen? 'Als een overtuigende uitleg ontbreekt over welke leiders wel of niet worden berecht door het ICC in Den Haag, moeten we ons afvragen of het 'internationaal strafrecht' niet gewoon een politiek instrument is geworden', schrijven strafrechtadvocaat Geert-Jan Knoops en Evelyn Bell.

Rechter Kuenyehia uit Ghana in de rechtszaal van het Internationaal Strafhof (ICC) tijdens de uitspraak in de zaak van Saif Al-Islam Gaddafi en Abdullah Al-Senussi uit Libie. Beeld anp

Terwijl de mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (VN) Israël op 23 juli 2014 veroordeelde wegens het plegen van oorlogsmisdrijven in Gaza en opriep tot een strafrechtelijk onderzoek, lijkt het internationaal strafrecht steeds meer met twee maten te meten.

Zo besliste het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag afgelopen week in de zaak tegen de voormalig veiligheidschef onder Muammar Kadhafi, Abdullah Al-Senussi, dat Libië 'in staat en bereid is' deze persoon - verdacht van misdrijven tegen de menselijkheid - op nationaal niveau te berechten. Daags erna haastten de Amerikanen - met in hun kielzog de Europeanen - zich om hun ambassade te evacueren vanwege de toenemende gewelddadigheden in Libië. Dinsdagochtend sloot Nederland haar ambassade in Tripoli vanwege de onveilige situatie.

Nieuwe regime Libië
We weten dat het Westen in februari 2011 - met behulp van de VN Veiligheidsraad die hierbij hetzelfde Strafhof als middel gebruikte - een 'regime change' wist te bewerkstelligen onder de vlag van mensenrechtenbescherming. Dat de olievoorraden in Libië tijdens de NAVO-bombardementen op Tripoli - waarbij burgerslachtoffers vielen - door een aantal westerse landen al waren verdeeld (WikiLeaks toonde dit aan), ontging de meesten.

Libië zou dus in staat en bereid zijn om iemand als Al-Senussi te berechten, terwijl het politieke en juridische systeem - volgens meerdere bronnen - op de rand van de afgrond staat en het nieuwe regime niet bij machte is het land uit de chaos te redden.

Human Rights Watch rapporteerde op 21 mei 2014 dat 'de escalatie van geweld in Libië ertoe leidt dat het gerechtelijk systeem niet of nauwelijks in staat zal zijn om een eerlijk proces te garanderen voor Kadhafi en andere aangeklaagden. Opeenvolgende interim-regeringen bleken niet in staat om paramilitaire groepen in toom te houden en recht en orde te scheppen in een omgeving waar straffeloosheid heerst.'

Recht op een eerlijlk proces
Op dezelfde datum meldde de Libische minister van Buitenlandse Zaken, Mohamed Abdel Aziz, dat er 'een volledige afwezigheid is van het leger en de politie, die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van het land. Gewapende groepen kunnen niet onder controle worden gehouden en er is geen effectief strafrechtelijk systeem om rechten en vrijheden van verdachten te beschermen'.

Al-Senussi's recht op een eerlijk proces staat, volgens zijn advocaten die hem bijstonden om de zaak voor het ICC behandeld te krijgen, op gespannen voet met de beginselen van het internationaal strafrecht. Zo is er nauwelijks toegang tot de duizenden documenten van de aanklager en is er geen advocaat in Libië bereid om Al-Senussi bij te staan, omdat potentiële sympathisanten van het Kadhafi-regime zelf hun leven niet veilig zijn.

Hoe komen de rechters van het ICC dan tot deze beslissing? De strafzaak tegen de tweede zoon van Muammar Kadhafi, Saif Al-Islam Kadhafi, moet volgens het ICC immers wel in Den Haag plaatsvinden. Het probleem is echter dat de rechters van het ICC geen 'macht' over Al-Islam kunnen uitoefenen. Hij is in handen van een militie die ergens in Libië de dienst uitmaakt en hem daar via een eigen gerecht wil berechten. Hetzelfde probleem wilde het ICC misschien wel vermijden in de zaak van Al-Senussi, om zo niet voor een tweede keer achter het net te vissen. Dan maar in Libië. Of het werkelijk zo is gegaan, blijft gissen.

Het gegeven is wel dat het ICC er nu van uitgaat dat Al-Senussi in de toestand waarin Libië zich nu bevindt, een eerlijk proces krijgt volgens de standaarden van het internationaal strafrecht.

Politiek instrument
Dit terwijl andere (Afrikaanse) landen die volgens het strafhof te lang treuzelen met 'local justice' hun regeringsleiders zagen vertrekken naar Den Haag, waaronder de huidige president van Kenia Uhuru Kenyatta en zijn vicepresident William Ruto. En waarom staat alleen oud-president Laurent Gbagbo van Ivoorkust terecht in Den Haag voor vermeende misdrijven tegen de menselijkheid terwijl zijn opponent - de huidige pro-westerse president Ouatarra - buiten schot van het strafhof blijft? Zijn handlangers zouden zich volgens Human Rights Watch net zo goed aan schendingen van het internationaal strafrecht hebben schuldig gemaakt. Vooralsnog ontbreekt een legitieme uitleg.

En waarom zou Libië dan wel in staat zijn om hun politiek of militair leiders een proces te geven dat voldoet aan de standaarden van het internationaal strafrecht, en Kenia en Ivoorkust niet?

Als een overtuigende uitleg niet valt te ontwaren, moeten we ons afvragen of het 'internationaal strafrecht' in feite niet meer is geworden dan een politiek argument en instrument in de handen van instanties die de macht hebben om met dubbele - niet-juridische - standaarden te meten. Dit laatste is kennelijk de VN mensenrechtenraad ontgaan in haar sessie van 23 juli 2014...

Geert-Jan Knoops is hoogleraar internationaal strafrecht en strafrechtadvocaat. Evelyn Bell is wetenschappelijk medewerker bij Knoops' advocaten.

De huidige president van Kenia, Uhuru Kenyatta. Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden