OpinieInformatieplicht

Het informatiebeleid van dit kabinet is ongrondwettelijk

De Tweede Kamer wordt door het kabinet slecht voorgelicht. Dit schreeuwt om breed verzet, betoogt Wim Voermans.

Staatssecretaris Menno Snel van Financiën tijdens het debat in de Tweede Kamer over het optreden van de Belastingdienst in de affaire rond kinderopvangtoeslagen.Beeld ANP

Kamerleden stelden het afgelopen jaar honderden, naar we nu weten relevante vragen in verband met het kindertoeslagendrama bij de Belastingdienst. Dat werd ze niet in dank afgenomen. ‘Scoringsdrang’ heet dat tegenwoordig, ‘ministers van hun werk houden’. Vooral op de vragen die ze vanaf het voorjaar stelden, kregen ze steevast ontwijkend of geen antwoord. Omdat dingen moeilijk te vinden zijn, andere commissies ernaar zoeken, zaken nog moeten worden geëvalueerd, er te weinig capaciteit is, omdat – kortom – de informatiehuishouding een puinhoop is.

Een van de dieptepunten was het antwoord dat het CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt kreeg op een van zijn veertig vragen van 23 juli 2019, over terugvorderingen die nog onder de rechter zijn. Zaken waarbij de Belastingdienst betrekkelijk hardvochtig en soms tegen beter weten in, maar bleef doorprocederen tegen ‘fraudeurs’, met inschakeling van de Landsadvocaat (overigens een gewoon privaat advocatenkantoor, Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn).

Informatie over deze werkwijze is cruciaal voor de Kamer. Omtzigt had al eerder gevraagd of de Landsadvocaat ‘ruimhartig’ documenten zou kunnen inbrengen in zaken van en over mensen die van fraude werden beticht. Nodig, want in dit kafkaëske drama wisten de betrokkenen meestal niet eens wat er in hun dossier stond, waarvan ze nu concreet werden verdacht.

Belletjetrekker

Met weinig gevoel voor context antwoordde Snel dat hij de Landsadvocaat had gevraagd (sic!) om de door Omtzigt gevraagde stukken te beoordelen, maar die zag het niet zitten om die stukken met de Kamer te delen. Trouwens, liet Snel daarop volgen: ‘Uw Kamer is geen partij in de lopende procedures en de stukken geven geen extra inzicht in de gang van zaken ‘in den brede’ in het CAF 11-project. Om die reden doe ik uw Kamer de afschriften van de aan de Landsadvocaat verstrekte stukken niet toekomen.’ Als een belletjetrekker die een standje verdient, werd Omtzigts verzoek geweigerd, met de Landsadvocaat als hogere autoriteit.

Gekker moest het niet worden. Maar toch werd het dat. Want op 18 november 2019 schreef onze nieuwbakken minister van Binnenlandse Zaken Raymond Knops een kort briefje waarin hij uitlegt dat de handelwijze van Snel voortaan algemeen beleid wordt. In die brief legt hij uit hoe bewindslieden voortaan denken om te gaan met de informatievoorziening aan de Kamer.

Volgens artikel 68 van de grondwet zijn bewindslieden verplicht de door de Kamer verlangde inlichtingen te geven. Maar het kabinet is kennelijk een beetje klaar met al dat gevraag. In 2002 en 2016 werden over de reikwijdte van die grondwettelijke informatieplicht duidelijke afspraken gemaakt, maar het kabinet laat in de brief weten dat het wel ‘effectief en werkbaar’ moet blijven voor alle betrokkenen (lees: voor het kabinet).

Recht op informatie

Waar de afspraken uit 2002 en 2016 helder vastleggen dat Kamerleden een grondwettelijk recht hebben op informatie dat veel verder gaat dan de rechten die burgers hebben onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), doet Knops in zijn brief iets heel merkwaardigs. Hij draait de zaak om. Inderdaad, zo geeft hij aan, kunnen Kamerleden veel meer informatie verlangen dan onder de Wob mogelijk is, maar een van de grenzen aan de grondwettelijke informatieplicht van de regering is dat ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ van bijvoorbeeld ambtenaren niet hoeven te worden prijsgegeven. Dat is ook logisch want als we precies zouden weten wie wat in welk overleg heeft gezegd dan is dat vervelend voor betrokken ambtenaren – die kijken voortaan wel lekker uit om nog iets te zeggen – en kunnen bewindspersonen ook tegen elkaar worden uitgespeeld.

In 2002 en 2016 vonden de regering en Kamer dat samen een mogelijke reden om zulke informatie niet aan de Kamer te verschaffen. Dat betekende niet dat de Kamer nooit informatie over de ambtelijke of externe werkelijkheid of beleidsvorming ‘achter’ een minister zou mogen verlangen. Dat kan wel, zeggen de afspraken die Plasterk met de Kamer maakte in 2016. Als de Kamer het echt wil weten dan lak je de namen maar weg. Een zinnige ­afspraak die het bijvoorbeeld ook mogelijk maakt om er ooit achter te komen of en in hoeverre in de zaak-Wilders ambtenaren van Justitie en Veiligheid wellicht zaken hebben gedaan met het Openbaar Ministerie.

Wereld op zijn kop

De brief van Knops verhaspelt die redenering uit 2016, gooit alles op een hoop en probeert ons zand in de ogen te strooien. We geven niks meer prijs over intern beraad, zegt Knops in zijn brief. Dat is kabinetsbeleid, en trouwens ook in de Wob is ‘intern beraad’ reden om informatie te weigeren. ‘Onder artikel 68 van de grondwet is het staand beleid dat stukken die zien op intern beraad geen onderdeel worden gemaakt van het debat met de Kamer.’ Aldus de brief. Een fikse bugger off voor neuzende Kamerleden.

Wie ook maar iets weet van de grondwettelijke inlichtingenplicht, gelooft zijn ogen niet. De regering die uitmaakt wat de Kamer nog mag verlangen, dat is de wereld op zijn kop. De ministers weten echt wel wat de ­Kamer nodig heeft, analyseert de brief vaderlijk. Anders raakt de Kamer maar ingesneeuwd. En dan komt er ineens nog een konijn uit de hoed: ‘Voor documenten die zien op intern beraad geldt dat er belangrijke staatsrechtelijke en bestuurlijke redenen zijn om niet over te gaan tot de verstrekking daarvan.’

Ik ken ze niet. Ze worden hier verzonnen waar je bij staat. De Kamer moet zich, om diezelfde staats- en ­bestuursrechtelijke redenen, met hand en tand verzetten tegen dat ongrondwettelijke beleid uit Knops’ brief. 

Wim Voermans is hoogleraar in Leiden en auteur van Het verhaal van de grondwet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden