ColumnPeter Buwalda

Het hoorde niet zo, in een restaurant een halve loempia bestellen

Van de week was ik in hartje Venlo. Het is vreemd, maar lopend door de stad van mijn jeugd kreeg ik onweerstaanbaar veel zin in nasi, foeyonghai en satéstokjes. Dus besloot ik naar de Chinees in de Vleesstraat te lopen, Lotus genaamd, het eerste restaurant waar ik zonder mijn ouders heb gegeten.

Wat denk je? Opgedoekt.

Er zat nu een Japanner, maar daar kwam ik niet voor, besefte ik ineens – ik kwam for sentimental reasons. Hier was het allemaal begonnen, het grote neerploffen en bestellen. Al wil ik niet beweren dat de eerste keer de beste is, hoor – dat nou ook weer niet.

Ik weet het nog precies, het was met Sander Leistra, mijn middelbareschoolvriend, ik denk dat we 15 waren. Echte trek hadden we niet, daarvoor waren we te nerveus: we kwamen voor Jenny, onze prille verkering, die in de verte achter de tap stond. ­(Sander en ik deden in die tijd alles samen.)

Bier lustten Sander en ik nog niet, bovendien durfden we niet naar Jenny’s bar te lopen om bij haar een pilsje te bestellen. Nee, we bleven maar zo’n beetje aan ons tafeltje zitten, tot zich een ober meldde die tot onze spijt/geruststelling niet Jenny was. Sander bestelde een cola en ik een water.

‘Hebben geen water’, zei de man, een boomlange Chinees, zogezegd mijn allereerste ober.

‘Er is toch wel water?’, vroeg ik, oprecht verbouwereerd.

De ober schudde zijn hoofd.

‘Ik ben net op de wc geweest’, zei ik, ‘en daar was een wasbakje met een kraan waaruit water kwam.’

Ja, we waren zeer zeker 15. Pubers nemen zaken letterlijk, denk ik dan maar. Ook zaten we in de vierde, de meest rebelse periode van mijn leven. ‘Een groepje van vijf rotjongens verpest het voor de hele klas’ – ik hoor het juffrouw Kuijer nog tegen mijn ouders zeggen – ‘en het middelpunt van dat groepje is uw zoon.’

Toen de ober terugkeerde met de consumpties, vroeg hij: ‘Keuze kunnen maken?’ Hadden we. In feite heel bijzonder, de eerste keer dat je een kaart dichtslaat, glimlachend opkijkt en ter zake komt.

‘We willen een loempia’, zei Sander.

De man noteerde, zag ik, twee loempia’s.

‘Ho’, zei ik. ‘We willen er één. Sámen. Om te delen.’ Ik herinner me actief dat de man diep zuchtte, door zijn neus, en dat Chinese wind mijn hand streelde. De man maakte duidelijk dat een halve loempia niet mogelijk was.

U zult vast niet geloven dat ik antwoordde dat ik twee borden zag staan, en dat ik allebei die borden even oppakte en weer neerzette, en dat ik de man vervolgens mijn mes aanreikte. ‘Alstublieft’, zei ik. ‘Hiermee kan de kok de loempia in twee helften snijden.’

Toch ging het zo.

Het was op een donderdag, denk ik, ik had net mijn column ingeleverd – of nee, die had ik toen nog niet. Wel staat vast dat ik de zaterdag erop bij Jenny thuis televisie mocht komen kijken. Daar zaten we, op de bank, samen met haar vader. (Haar moeder was overleden.) Zwijgend keken we naar Ted de Braak. Totdat haar vader, die ik voor het eerst ontmoette, plotseling over die halve loempia begon. Het hoorde niet zo, in een restaurant, een half voorgerecht bestellen, en dan om te drinken een glas water erbij, zeker? Zo deed je dat niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden