opinieongelijkheid

Het grootste misverstand van Nederland gaat over ons belastingstelsel

Denkt u dat de sterkste schouders de grootste lasten dragen in ons belastingsysteem? Dan bent u niet de enige: het is een beeld dat de burgers al heel lang wordt voorgeschoteld, maar niet klopt met de werkelijkheid, schrijft Alman Metten. 

Vrijwilligers, werkelozen en verstandelijk gehandicapten aan het werk bij de voedselbank in hun distributiecentrum in Rotterdam-West. Beeld Hollandse Hoogte / Hans van Rhoon

Wie denkt dat in ons belastingstelsel de zwaarste lasten op de sterkste schouders drukken, heeft het mis. Dat is bijna niemand aan te rekenen, want dat is wat ons voortdurend wordt voorgehouden.

Het klopt alleen voor de directe belastingen, zoals die op inkomen. De belastingen die op consumptie geheven worden, zoals btw en accijnzen, drukken zeer veel sterker op de lage dan op de hoge inkomens. Dat komt vooral doordat lage inkomens alles moeten uitgeven en hogere inkomens een flink deel kunnen sparen of beleggen (waar geen btw of accijnzen op rust).

Het resultaat is dat het belastingstelsel in zijn totaliteit lage en hoge inkomens even zwaar belast.

Geen herverdeling

Ons belastingstelsel herverdeelt dus niet. Dat betekent dat de al sinds het begin van deze eeuw toenemende ongelijkheid van inkomens vóór belastingen en uitkeringen, ook na verrekening daarvan gewoon blijft toenemen.

Ons belastingstelsel kan alleen progressief worden genoemd als het effect van de belastingen op consumptie wordt genegeerd. Dat is dus niet erg eerlijk. Toch is dat wat de meeste wetenschappers en politici doen, en wat de meeste mensen dan ook geloven.

Dat hoge en lage inkomens even hoog worden belast wanneer de belastingen op consumptie worden meegenomen, is al minstens sinds 2011 bekend. Het CBS maakt hier dan ook trouw gewag van in haar tweejaarlijkse Welvaart in Nederland-serie. Spijtig genoeg heeft dit in Den Haag nog geen alarmlicht doen branden. Sterker nog, vorig jaar is de consumptie-belasting, die ongelijkheid vergroot, nog verzwaard door verhoging van het lage btw-tarief. En dit jaar wordt in de inkomstenbelasting het toptarief verlaagd en het laagste tarief verhoogd.

Hiermee lijken regering en Kamer in strijd te handelen met de Grondwet, die immers in artikel 20 stelt dat ‘spreiding der welvaart … voorwerp van zorg der overheid’ is. Het zou toch al te pijnlijk zijn als ook hier een rechter aan te pas moet komen om onze overheid te corrigeren.

Beperkte opvatting

De situatie is echter nog ernstiger. Het bepalen van wat inkomen is, wordt overgelaten aan economen, die een nogal beperkte opvatting hanteren over wat inkomen is. Zo telt inkomen dat wordt besteed aan rentebetalingen niet mee. Het wordt ‘negatief inkomen’ genoemd, en wordt dus afgetrokken van het werkelijke inkomen. Omdat rentebetalingen sterk oplopen met het verdiende inkomen, lijkt de inkomensongelijkheid daardoor kleiner.

Maar Nederland heeft ook, na de VS, de extreemste ongelijkheid van bezit van alle ontwikkelde landen. Het inkomen uit bezit is dus ook extreem ongelijk verdeeld. Dat inkomen bestaat uit dividend- en huurinkomsten, maar ook uit de waardevermeerdering van hun bezit. Die waardevermeerdering telt voor economen echter niet als inkomen mee. Het gevolg is bijvoorbeeld, dat voor beleggers in de AEX van de 28,5 procent rendement die ze afgelopen jaar hebben behaald, alleen de 4,5 procent dividend als inkomen meetelt, maar de overige 23 procent vermogenswinst niet.

Als inkomen besteed aan rentebetalingen en inkomen uit vermogenswinst gewoon als inkomen worden meegeteld, dan verdubbelt de ongelijkheid in Nederland. Deze bronnen van inkomen komen namelijk disproportioneel aan de allerrijksten ten goede.

Driedeling

Ook wordt er nu een driedeling in de Nederlandse maatschappij zichtbaar: met huurders zonder of met heel weinig bezit, eigen-huisbezitters met enig financieel bezit en extreem rijken met vooral veel financieel bezit. In een artikel in het economenblad ESB noem ik dat Basisklasse, Middenklasse en Topklasse.

Met de vollediger meting van inkomen blijkt nu dat ons belastingstelsel huurders zonder bezit het zwaarst belast en de extreem rijken het lichtst. De ongelijkheid wordt dus zelfs vergroot.

Gezien de opdracht die de Grondwet geeft, kunnen parlement en regering niet langer passief blijven. Het belastingstelsel is bij uitstek een product van de politiek en deze moet de onrechtvaardigheid van het huidige stelsel dan ook dringend opheffen. Dat kan door de, ongelijkheid bevorderende, belastingen op consumptie terug te dringen en de progressiviteit van de inkomstenbelasting te herstellen door ten minste alle bronnen van inkomen te belasten.

Alman Metten is economisch onderzoeker en oud-lid van het Europees Parlement voor de PvdA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden