Opinie CO2-heffing

Het grootste dilemma van het klimaatbeleid blijft onopgelost

Het is onwaarschijnlijk dat Jesse Klaver zijn CO2-heffing via de Eerste Kamer kan afdwingen, analyseert Yvonne Hofs. Anderzijds overdrijft Hans de Boer de nadelige gevolgen van zo’n heffing voor het bedrijfsleven. Doorschuiven van de klimaatrekening is geen optie.

- Beeld -

GroenLinks en de PvdA putten zich deze week uit in verontwaardiging, omdat het kabinet een belofte brak die het nooit heeft gedaan. De algemene CO2-heffing voor de industrie die zij wensen komt er hoogstwaarschijnlijk niet. In plaats daarvan werkt het kabinet aan een veel minder ingrijpende CO2-belasting. De industrie gaat die belasting slechts over een deel van haar broeikasgasuitstoot betalen. Bovendien krijgt de minister van Economische Zaken mogelijk de bevoegdheid afzonderlijke bedrijven vrijstelling te verlenen.

Het kabinet heeft nooit gezegd dat zijn CO2-heffing geschoeid zou worden op de leest van GroenLinks en PvdA. Het oppositieduo had beter kunnen weten. Coalitiepartijen CDA en VVD hebben de belangen van het bedrijfsleven sinds jaar en dag hoog in het vaandel staan. Ze luisteren altijd goed naar de opperlobbyist van de werkgevers, VNO-NCW-voorzitter Hans de Boer.

In werkgeverskringen denken ze bij ‘klimaatprobleem’ aan iets anders dan de opwarming van de aarde. Hun klimaatprobleem zijn de ambitieuze klimaatdoelen van het kabinet, dat het bedrijfsleven wil dwingen tot verduurzaming. VNO-NCW heeft een strategie om dat probleem te tackelen: niet de kont tegen de krib gooien, maar ogenschijnlijk een welwillende houding aannemen. Vervolgens de publieke opinie aan je kant proberen te krijgen door angstbeelden op te roepen over de gevolgen van klimaatbeleid. ‘Dit veroorzaakt tienduizenden klimaatwerklozen! Multinationals trekken massaal de grens over! De verplichte verbouwing van uw huis gaat echt véél meer kosten dan de overheid nu zegt!’

Hans de Boer weet dat die alarmerende taal bij het rechterdeel van de regeringscoalitie in vruchtbare aarde valt. Het ligt dus niet voor de hand dat CDA en VVD de industrie een hoge CO2-heffing zullen opleggen zolang andere Europese landen dat niet doen. Het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Finland en Frankrijk kennen weliswaar CO2-heffingen, maar daarvan is de zware industrie (raffinaderijen, staalfabrieken en chemische bedrijven) steeds uitgezonderd.

GroenLinks en de PvdA gaan er blijkbaar van uit dat ze een hoge CO2-heffing kunnen afdwingen via de Eerste Kamer, waar ze het kabinet aan een meerderheid moeten helpen. Maar hun positie is minder sterk dan ze lijkt. Voor de groene coalitiepartijen D66 en ChristenUnie is de CO2-heffing geen halszaak. Zolang de industrie haar CO2-uitstoot met de afgesproken 14,3 megaton vermindert, maakt het Rob Jetten en Gert-Jan Segers niet zoveel uit hoe de bedrijven dat klaarspelen.

Dus wat doet Klaver als hij in de Eerste Kamer een klimaatplan krijgt voorgelegd zonder CO2-heffing, maar dat wel voorziet in een forse CO2-reductie tegen aanvaardbare kosten voor de burger? Wegstemmen? En dan? Hopen dat het kabinet een jaar voor de volgende Tweede Kamerverkiezingen een beter plan maakt? Verkiezingen waarbij het klimaatsceptische Forum voor Democratie – zoals het er nu naar uitziet – CDA en VVD het vel over de neus gaat halen?

CDA en VVD zullen er niet zo rouwig om zijn als GroenLinks hun klimaatplannen in de senaat torpedeert. Zij hebben die alleen maar in het regeerakkoord gezet omdat D66 en ChristenUnie dat eisten. Als Klaver dwars gaat liggen, kunnen D66 en ChristenUnie hun rechtse coalitiepartners niets verwijten. Ze kunnen het kabinet moeilijk laten vallen op het klimaatbeleid als de oppositie daar de stekker uit trekt, terwijl CDA en VVD zich keurig aan de afspraken houden.

Ondertussen ligt de onbetaalde klimaatrekening nog altijd pontificaal op tafel. Het grootste dilemma van het klimaatbeleid blijft daarmee onopgelost en is misschien ook wel onoplosbaar. Het kabinet moet het onverenigbare met elkaar verenigen.

De zware industrie moet een substantiële bijdrage leveren aan het halen van de klimaatdoelen. De driehonderd grootste vervuilers moeten hun CO2-uitstoot voor 2030 fors verlagen. Dat vergt miljardeninvesteringen. Die moeten de bedrijven grotendeels zelf betalen, want anders draaien de burgers en het midden- en kleinbedrijf voor die kosten op.

Burgers en mkb-bedrijven vertegenwoordigen miljoenen kiezers, veel meer dan de paar honderd grote klimaatbedervers uit het bedrijfsleven. De klimaatrekening openlijk bij de kleine belastingbetalers neerleggen staat daarom gelijk aan politieke zelfmoord. Aan de andere kant is het niet zo eenvoudig het bedrijfsleven te laten dokken. Telkens als de politiek het klimaatbonnetje een stukje richting de multinationals duwt, dreigen die subiet hun biezen te pakken en Nederland te verlaten met medeneming van ‘tienduizenden’ banen voor ‘hardwerkende Nederlanders’. Dat is je reinste chantage, maar niet per se een loos dreigement. In een geglobaliseerde wereld kunnen multinationals inderdaad vrij gemakkelijk besluiten hun investeringen elders te plegen als de Nederlandse regering hun het leven zuur maakt.

Dit in tegenstelling tot de burgers en mkb’ers die hechten aan hun Nederlandse huis en haard en afhankelijk zijn van de Nederlandse banen- en afzetmarkt. Die kunnen geen kant op. Zij moeten de rekeningen die de overheid bij hen over de heg gooit gewoon betalen. Veel Nederlanders vrezen daarom dat zij het trek- en duwwerk rond de klimaatrekening gaan verliezen. ‘Laat dat klimaatbeleid maar zitten’, denken zij, ‘want dan krijg ik tenminste geen rekening.’ Forum voor Democratie vaart wel bij dat sentiment van de calculerende burger.

Dat sentiment komt ook voort uit de menselijke psychologie. Klimaatbeleid houdt in dat de huidige generaties lasten moeten dragen (extra kosten, verandering van levensstijl, verbouwingen waar men niet op zit te wachten), waarvan volgende generaties de lusten zullen genieten in de vorm van een beter klimaat. Mensen zijn psychologisch slecht in staat grote offers te brengen voor anderen die ze nooit zullen kennen. In de evolutie telde alleen het eigenbelang en dat van de eigen kinderen. Achter klimaatscepsis en kritiek op het klimaatbeleid gaat vaak materialisme schuil: mensen geven liever 10.000 euro uit aan een nieuwe badkamer of keuken dan aan isolatie en een warmtepomp. Dan is het wel zo prettig als er een in Griekse metaforen sprekende politicus opstaat die zegt dat klimaatverandering niet bestaat en dat Nederlanders hun energievretende levensstijl zonder schuldgevoel kunnen voortzetten. Dat kortetermijnbelang van de opportunistische kiezer maakt klimaatbeleid onaantrekkelijk voor politici die elke vier jaar herkozen moeten worden.

Uit deze somber stemmende overwegingen volgt niet vanzelf dat nationaal klimaatbeleid een onbegaanbare weg is. Het is heel goed mogelijk dat de negatieve effecten van een CO2-heffing op de Nederlandse economie zullen meevallen. VNO-NCW heeft er belang bij die effecten te overdrijven en doemscenario’s te schetsen, maar volgens twee recente onderzoeken is de economische schade te overzien. Voor de zware industrie pakt zo’n nationale heffing waarschijnlijk wél slecht uit. Maar tegenover de industriële banen die hierdoor verloren gaan, staan met dank aan het klimaatbeleid nieuwe banen in andere bedrijfstakken, zoals de installatiebranche. Elke grote transitie maakt slachtoffers, maar creëert tegelijk nieuwe mogelijkheden.

Idealiter zet de wereld er gezamenlijk de schouders onder om het klimaat te redden, maar op korte termijn is dat geen realistische verwachting. Als de Nederlandse politiek naar het buitenland blijft wijzen, mondt dat al snel uit in ‘iedereen wacht op iedereen’ en werkeloos achterover leunen. Dan gebeurt er niets of veel te weinig, terwijl er niet heel veel tijd meer is om het tij te keren, volgens de klimaatwetenschappers. Uiteindelijk zal de mensheid haar levensstijl toch moeten aanpassen, al was het maar omdat fossiele brandstoffen een keer opraken. Dus waarom niet de koe bij de hoorns vatten?

Bovendien: wat is het alternatief? Klimaatverandering is een van de grootste bedreigingen voor de toekomst van de mensheid. Ja, de aarde heeft ijstijden gekend en perioden waarin het gloeiend heet was, maar nooit tijdens de moderne beschaving waarin de planeet miljarden mensen moet voeden en tientallen miljoenen mensen in laaggelegen rivierdelta’s (Nederland!) wonen. Verwoestijning en een zeespiegelstijging van vele meters zijn dan wel een aandachtspuntje. Er is overvloedig wetenschappelijk bewijs voor de menselijke oorzaak van klimaatopwarming. Wie in dat licht vasthoudt aan het opportunisme van ‘na mij de zondvloed’, denkt nog steeds als een holbewoner.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.