Columnmax pam

Het Grootste Cliché van 2020: de dood hoort bij het leven

null Beeld

Wanneer de jaarwisseling nakende is, krijgt men de behoefte de balans op te maken. Lijstjes met een winnaar zijn erg populair: het woord van het jaar, het beste boek, het mooiste doelpunt, of de rijkste man/vrouw van de wereld. Enzovoort. Zelf ben ik op zoek gegaan naar Het Grootste Cliché van 2020 en na rijp beraad van de éénkoppige jury is de winnaar van dit jaar geworden: de dood hoort bij het leven.

De keus was niet zo moeilijk, want in kranteninterviews en in talkshows was er uiteindelijk altijd wel iemand die zei: ‘Wij moeten accepteren dat de dood bij het leven hoort.’ Of woorden van gelijke strekking. Het is een mooie uitspraak om op feestjes het gesprek gaande te houden, maar helaas waren er dit jaar niet zo veel feestjes. En als zij wel werden gehouden, liepen de volgende dag kuchende mensen rond met hoofdpijn, maar dit terzijde.

Geheel in tegenstelling tot het bovenstaande ben ikzelf nog nooit iemand tegengekomen, die zei: ‘Je kunt me wat. Ik accepteer de dood niet.’ En die daar ook met succes naar handelde. Put your money where your mouth is. Wel heeft de schrijver Harry Mulisch eens gezegd: ‘Dat ik sterfelijk ben, moet eerst maar eens bewezen worden.’ Maar toen het zover was, legde ook hij zich bij het onvermijdelijke neer en stierf met open ogen, omdat hij niets wilde missen van zijn laatste ogenblik. Aldus de legende. Dit sterven van Mulisch doet mij denken aan een kwatrijn van Omar Khayyám, dat in de vertaling van J.H. Leopold luidt:

Zij, die Poolstarren waren ongebluschten/ en vuurbaak op der wijsheid verre kusten,/ in doodsnacht konden zij hun weg niet vinden,/ elk stamelde een verhaal en ging ter ruste.

En zo is het natuurlijk ook, wat nog niet wil zeggen dat de dood bij het leven hoort. De dood is het einde van het leven, meer niet. De dood luidt een periode van eeuwigheid in, waarin de overledene voorgoed wegblijft. Een voetbalwedstrijd is afgelopen als het laatste fluitsignaal klinkt. Kun je zeggen dat die de eindeloze periode na het fluitje van de scheidsrechter hoort bij die voetbalwedstrijd? Dat komt nogal krom over.

Dat de dood bij het leven hoort, is een oude uitspraak, maar naar ik meen was het de filosofe Marli Huijer, die in deze coronatijd opperde dat je besmette ouderen ook gewoon dood kunt laten gaan. Deze stelling wordt dan genuanceerd, maar uiteindelijk komt zij daar wel op neer. Ooit was filosofie een methode om kennis te vergaren en waarheid te vinden, maar in tijden van pandemie is de filosoof weer een halve dominee geworden, die ons wil voorzien van levenswijsheden. Dat de dood bij het leven hoort, bevat een ethische oproep. Het is niet zo, maar het hoort zo te zijn. Er zit bovendien een dialectisch tintje aan. De dood hoort bij het leven, zoals licht hoort bij duisternis, goed hoort bij kwaad en mooi bij lelijk. Het ene bestaat slechts bij de gratie van zijn tegendeel, het is een manier van redeneren die aantrekkelijk lijkt, maar die tenslotte alleen woordenspel heeft opgeleverd. Dat de dood juist niet hoort tot het leven, is net zo’n groot cliché, weliswaar minder vaak gebezigd, maar even waar als nietszeggend.

Vorig jaar verklaarde Annemarie Penn-te Strake, de burgemeester van Maastricht, in de helaas opgeheven Volkskrant-rubriek ‘180 graden’: ‘De dood hoort bij het leven en is niet iets om bang voor te zijn.’ Dat vind ik een gevaarlijke uitspraak. Ten eerste is angst een zeer nuttig waarschuwingssysteem. Je kunt maar beter wel bang zijn voor de dood, dat is door het corona-virus weer bewezen. De meeste mensen zijn het ook, heel verstandig, maar er is altijd een kleine minderheid die de angst trotseert en bijvoorbeeld toch op reis gaat. Zij zijn niet alleen een gevaar voor zichzelf, maar ook voor anderen. Hun gedrag is moreel niet bepaald hoogstaand.

Wie geen angst voor de dood kent, springt uit het raam of neemt andere onverantwoorde risico’s. Mensen zonder angst zijn heldhaftig, of dood. De filosoof Schopenhauer heeft eens opgemerkt dat christenen eigenlijk heel blij met de dood zouden moeten zijn, want voor hen gloort een paradijs in het hiernamaals. Hij vond het verbazingwekkend dat veel christenen desondanks aan het leven hechten en helemaal geen zin hebben in de dood.

Zolang je leeft, ben je niet dood en zodra je dood bent, ben je er niet meer, zegt een ander cliché. Dus mocht ik ooit op de intensive care terechtkomen, stuur me in godsnaam een medicus en vooral geen warhoofd die vindt dat de dood hoort bij het leven.

Max Pam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden