Column Elma Drayer

Het grootste bezwaar tegen verengelsing in het onderwijs: de teloorgang van de taal waarin ik woon

Voor het eerst in haar geschiedenis, schreef bedrijfs­orgaan Folia deze week, waren er aan de Universiteit van Amsterdam méér aanmeldingen van buitenlandse dan van Nederlandse studenten: 8.706 tegen 8.545.

Of al die 8.706 buitenlandse belangstellenden straks daadwerkelijk aan een bachelor beginnen, is de vraag. Tussen aanmelding en inschrijving staan dikwijls wetten in de weg en praktische bezwaren. Maar dan nog laten de cijfers zien dat de zogeheten internationalisering van het hoger onderwijs stevig doorzet. Nu al is 74 procent van de masteropleidingen aan de Nederlandse universiteiten geheel Engelstalig, van de bachelors 23 procent.

Pikant weetje: naar verluidt heeft geen enkel ander niet-Engelstalig land in Europa zijn hoger onderwijs zo geestdriftig verengelst als hier is gebeurd. En in zo’n razend tempo.

Natuurlijk, kritische geluiden zijn er volop – en niet alléén van studenten die klagen over het knarsende lingo waarvan hun docenten zich sindsdien bedienen. Stichting Beter Onderwijs Nederland kondigde een rechtszaak aan en startte een petitie. De Koninklijke Akademie van Wetenschappen kwam met een rapport dat ‘zorgvuldige afweging’ aanbeval in de keuze tussen Engels en Nederlands. Het kabinet op zijn beurt beloofde in het regeerakkoord ‘scherper’ toe te zien ‘op de naleving van de wet dat opleidingen alleen ­Engelstalig zijn wanneer dit een toegevoegde waarde heeft, de kwaliteit van voldoende niveau is en er in voldoende mate Nederlandstalige opleidingen zijn’. En partijen als GroenLinks, CDA en SP trachten ­onderwijsminister Ingrid van ­Engelshoven (D66) daaraan te houden – tot op heden tevergeefs. (In februari zegde ze de Kamer toe vóór het zomerreces op de kwestie terug te komen.)

De bezwaren van de tegenstanders klinken alleszins plausibel. Zo wijzen zij erop dat een groot deel van de studenten geen internationale wetenschappelijke carrière ambieert, maar op de Nederlandse arbeidsmarkt belandt. Wat heeft een arts, psycholoog of leraar klassieke talen aan academisch Engels? Ook waarschuwen zij voor afkalvend ‘maatschappelijk draagvlak’. In deze populistische tijden nadert onherroepelijk het moment dat de Nederlandse belastingbetaler niet langer de opleiding van een groeiende groep buitenlandse studenten wil meefinancieren.

Zelf ben ik eerlijk gezegd gevoeliger voor een heel ander argument: de teloorgang van de taal waarin ik woon.

Ik weet het, daarover mekkeren is niks nieuws én komt met het klimmen der jaren. (Op een dag ontdek je de Charivarius in jezelf.) Maar tot mijn opluchting bevind ik me dit keer in geleerd gezelschap.

In september vorig jaar wijdde de Amsterdamse emeritus hoogleraar taalpsychologie Annette de Groot haar afscheidsrede aan de verengelsing. Overtuigend toonde ze daarin aan dat het concept leidt tot ‘een verlies aan uitdrukkingsvaardigheid bij docenten en studenten’, met ‘verminderde levendigheid, nuance en diepgang’ tot gevolg. Stel juist het leren van Nederlands verplicht voor buitenlandse studenten en docenten, opperde ze. Laat beide voertalen náást elkaar bestaan. Dat heeft niks met ‘xenofoob taalnationalisme’ te maken, zei ze erbij. ‘Wel met respect voor de taal waaraan we een belangrijk deel van onze identiteit ontlenen en waarin we ons het beste kunnen uitdrukken.’

Ook Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse taal en cultuur aan de Nijmeegse Radboud Universiteit, trekt blijmoedig ten strijde tegen de doorgeschoten verengelsing. Een half jaar geleden beschreef ze op deze pagina’s hoe zelfs een masterwerkstuk over Joost van den Vondel Engelstalig moest zijn. Hilariteit en verontwaardiging volgden. Waarop de examencommissie prompt besloot die snoeiharde eis te laten vallen.

Toch blijft de academische wereld grosso modo vasthouden aan het nieuwe evangelie. ‘Het is een gigantische trend, die we niet in de hand hebben’, zei de Amsterdamse hoogleraar psychologie Han van der Maas nog afgelopen dinsdag in NRC Handelsblad. ‘We moeten eraan meedoen.’

O ja? Bestuurskundige Roel in ’t Veld wees er onlangs in een interview op dat geen overheid ooit heeft gezegd: u moet voortaan allemaal in het Engels college geven. ‘Veel zogenaamde beleidsbeslissingen’, zei hij, ‘zijn helemaal geen beslissingen, maar gewoon na-aperij.’

Hij heeft gelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.