Het gevaar voor de westerse wereld is niet de vijde colonne, maar het gebrek aan zelfvertrouwen

De vijand is onder ons

Terecht of onterecht, altijd voelen we ons bedreigd door de 'vijfde colonne'. De vrees voor de vijand die misschien wel naast ons woont, is van alle tijden, stelt Sander van Walsum.

De vijand is onder ons. Beeld Nelson Gonçalves

De vijand loert op ons, klaar om toe te slaan. In de binnenstad van Brussel, waar 'jongeren, vaak van allochtone afkomst' zich onder eerzame betogers zouden ophouden om vanuit de menigte politieagenten aan te vallen, winkels te plunderen en auto's in brand te steken. Op Facebook, waar jongens van Afrikaanse origine in krom Nederlands hun instemming betuigen met aanslagen op kerstmarkten en andere plaatsen waar ongelovigen samenkomen. In de krochten van internet, waar Russische of Noord-Koreaanse hackers onze nieuwsvoorziening en electorale processen ontregelen. Die hackers houden zich fysiek weliswaar niet in ons midden op, maar weten wel tot diep in onze digitale leefsfeer door te dringen.

Het zijn soldaten van wat vaak 'de vijfde colonne' wordt genoemd. En die vijfde colonne beweegt mee met de conjunctuur van de angst. Ze is 'de vijand van binnen' die jouw taal spreekt, die zich kleedt als jij, zich gedraagt als jij en die misschien wel naast jou woont. Hij heeft, kortom, de schuilkleur aangenomen van zijn omgeving. Om de samenleving waarvan hij deel uitmaakt onverhoeds te kunnen overrompelen. Of om zich bij de vijand van buiten te kunnen voegen als die de stad belegert.

Daarop doelde de Spaanse generaal Emilio Mola, die in 1936 met Francisco Franco de opstand tegen de Spaanse volksfrontregering had ontketend, toen hij aankondigde dat Madrid zou worden ingenomen door de vier nationalistische colonnes die onderweg waren naar de hoofdstad én door een vijfde colonne die zich daar al bevond. Hij had het dus over medestanders, onzichtbaar voor de republikeinse regering. En daarmee joeg hij de vijand zoveel schrik aan, dat die elke tegenslag of raadselachtige ontwikkeling toeschreef aan die schimmige vijfde colonne waarover Mola had gesproken. In de perceptie van de republikeinen was de vijfde colonne veel groter en inventiever dan ze in werkelijkheid ooit is geweest - gesteld dat ze überhaupt heeft bestaan. Hoe het ook zij: het begrip vijfde colonne werd voortaan niet gebruikt door mensen die willen dreigen, maar door de mensen die zich bedreigd voelen.

De vijfde colonne. Beeld Nelson Gonçalves

Opgerekt begrip

Voor Theo van Gogh was 'de vijfde colonne van geitenneukers' een gevleugelde uitdrukking. Zijn gewelddadige dood liet voor velen zien hoe gegrond zijn vrees was voor overweldiging van binnenuit. Voor Pim Fortuyn was het bestaan van een islamitische vijfde colonne de voornaamste reden om de politiek in te gaan. In een recenter verleden werden de betogers die, daags na de mislukte coup in Turkije, op de Rotterdamse Erasmusbrug met Turkse vlaggen zwaaiden, aangemerkt als vaandeldragers van de vijfde colonne. Waaruit maar weer blijkt hoe ver dit begrip is opgerekt. Want het kenmerk van de vijfde colonne was nu juist dat haar soldaten níét als zodanig herkenbaar waren en zich níét van hun medeburgers onderscheidden. Dat is ook de reden waarom juist geassimileerde Joden in Duitsland de argwaan wekten van de nazi's: zij werden ervan verdacht ongezien uitvoering te willen geven aan hun duistere complotten.

De vijfde colonne geeft uitdrukking aan een oerangst die misschien haar origine wel vond in de eerste broedermoord: die van Abel door Kaïn. De vijfde colonne - al werd die pas later zo genoemd - had geen paard van Troje nodig om de vijand van binnenuit te kunnen verslaan. Ze zou de poorten van Rome hebben geopend voor de Visigoten. Ze zou de hand hebben gehad in de pestepidemieën. Ze zou, onder aanvoering van de gebroeders Johan en Cornelis de Witt, in het Rampjaar 1672 gemene zaak hebben gemaakt met de Fransen. Ze zou de mega-inflatie in de vroege Weimarrepubliek hebben aangewakkerd - die, als sluipmoordenaar van het spaargeld, in Duitsland nog bijna een groter trauma vormt dan de Tweede Wereldoorlog. Ze zou in 1940 als wegbereider van de Wehrmacht zijn opgetreden - een wijdverbreide theorie waarvoor dr. Loe de Jong overigens geen enkel bewijs vond.

Tijdens de Koude Oorlog bestond de vijfde colonne uit communisten - loyaal aan Moskou en later aan Peking - en hun fellow travellers. Aanvankelijk vormde die vijfde colonne een serieuze bedreiging voor de broze democratische orde. In Oost- en Midden-Europa vestigde zij volksrepublieken onder Russische protectie en in Italië en Frankrijk had ze dat voorbeeld graag willen volgen. Maar gaandeweg verwerd ze tot een enigszins sneu anachronisme. Zelf herinner ik mij uit die tijd het boekwinkeltje van een rode splintergroepering aan de Utrechtse Bilstraat. Blikvanger in de etalage was een portret van Jozef Stalin. Op school en op de universiteit had ik genoeg van zijn regime meegekregen om te weten dat de bloeddorst van Stalin niet onderdeed voor die van Hitler - al waren er nog altijd mensen bereid Stalin als overwinnaar van het fascisme het voordeel van de twijfel te geven. Gewapend met die kennis ben ik op een zeker moment de winkel binnengestapt. Met de vraag of het portret van Stalin werkelijk als eerbetoon was bedoeld.

Welnu: dat bleek het geval. Hier werd Stalin nog als de belichaming van het zuivere communisme gezien en hier werden zijn onleesbare werken nog bestudeerd - net als die van Mao. Een jongen die achter in de winkel stencils uitdraaide, legde mij uit dat Stalin, net als Lenin voor hem, een harde klassenoorlog had moeten voeren voor het heil van toekomstige generaties. Maar Stalins opvolgers - 'verraders', volgens de jongen achter de stencilmachine - hadden zijn schepping laten verkommeren tot een 'staatskapitalistische autocratie'.

De hoop op hervatting van de stalinistische zegetocht had hij overigens nog niet opgegeven - vandaar het portret van zijn idool in de etalage. Ooit zou het proletariaat, waarvoor hij veel eerbied had, zich niet langer door de bezittende klasse laten omkopen. In de wilde havenstaking in Rotterdam, die op dat moment gaande was, zag hij de aanzet van de lang verbeide revolutie. En als die eenmaal zou uitbreken, zouden ook in het Utrechtse boekwinkeltje de messen uit de kast worden gehaald. In letterlijke of overdrachtelijke zin? Dat viel uit zijn woorden niet op te maken. Duidelijk was in elk geval dat de heersende klasse niet op coulance hoefde te rekenen van mensen die bereid waren om in Stalins geest op te treden.

Marxistisch vaarwater

Báng werd ik niet van deze vijfde colonne in haar nadagen, maar ze kon wel op de zenuwen werken. Dat ondervond ik als deelnemer aan een kamp van de NCSV, een organisatie voor studenten en scholieren die in haar nadagen in marxistisch vaarwater was geraakt. Het was 1974. Het Nederlands voetbalelftal maakte furore bij het WK in de Bondsrepubliek Duitsland. Maar het was niet de bedoeling dat we de verrichtingen van Oranje volgden, want er stonden ideologisch gekruide 'projecten' op het programma. Zoals het Surinameproject, waaruit we konden opmaken dat de ophanden zijnde dekolonisatie van dat land alleen de belangen van het bedrijfsleven diende. Of het Koreaproject, waaruit we konden opmaken dat Noord-Korea meer deugde dan Zuid-Korea. 's Avonds leerden we liedjes die op Cuba werden gezongen bij het oogsten van het suikerriet - een verheffende bezigheid waaraan een van de kampleiders meerdere jaren een bijdrage had geleverd.

Pas toen Oranje bij het WK aantrad tegen de DDR, zwichtte de kampleiding voor de druk een televisietoestel te huren. De wedstrijd, die Oranje met 2-0 won, was voor mij vooral zo memorabel omdat de kampdeelnemers voor Oranje waren en de leiders (op één dissident na) voor de DDR. Pas bij de finale tegen de Bondsrepubliek, 'de voortzetting van het Derde Rijk met andere middelen', stonden de neuzen dezelfde kant op. Op de uitslag had dit helaas geen invloed.

Toen die televisie er eenmaal stond, was het gedaan met de ideële projecten. De kampleiding leek er zelf ook niet meer in te geloven. Zo wordt elke vijfde colonne op een zeker moment ontwapend door de tijd. Om weer plaats te maken voor een nieuwe vijfde colonne. Maar de vrees voor de vijand van binnen heerst vooral in tijden van crisis of ontbinding. En je kunt je afvragen of onze tijd, hoewel de angst voor vijfde colonnes wijdverbreid lijkt, er wel een van crisis en ontbinding is. Zeker: in Europa worden aanslagen gepleegd door mensen die ons slecht gezind zijn. Er zijn misleide mensen in ons midden die zich daarover verheugen. Er zijn mogendheden die belang menen te hebben bij instabiliteit in Europa. En er ontwikkelt zich een nieuwe wereldorde waarin het belang van Europa afneemt.

Breed onbehagen

Al deze ontwikkelingen samen dragen bij aan een breed onbehagen. Aan de vrees dat we in de eindtijd leven van de wereld zoals wij die kennen. Maar een crisis, vergelijkbaar met de crises van weleer waarin de angst voor een vijfde colonne kon gedijen? Nee, daarvan kun je toch echt niet spreken. Reëel bestaande hackers uit Rusland en Noord-Korea zijn hinderlijk en mogelijk zelfs gevaarlijk, maar het gevaar dat zij vormen is niet vergelijkbaar met de dreiging die ooit uitging van de Sovjet Unie. Terugkerende IS-strijders en hun sympathisanten wanen zich in oorlog met hun medeburgers, maar zij zullen die oorlog nooit winnen. De angst die zij wekken, geeft vooral uiting aan het gebrek aan zelfvertrouwen in de westerse wereld. Dat vormt een groter gevaar dan de veronderstelde vijfde colonne zelf.

De crisis waarin ons deel van de wereld zou verkeren, is er in elk geval niet in de ogen van mensen uit verre windstreken die onze leefomstandigheden terecht als paradijselijk ervaren, en ze zou er ook niet zijn in de ogen van onze voorzaten als die per capsule uit het verleden - bijna ongeacht welk verleden - naar onze tijd zouden worden vervoerd. Zij zouden een welvarende en aangeharkte samenleving aantreffen waarin 17 miljoen mensen - tweemaal zoveel als tachtig jaar geleden - redelijk vreedzaam met elkaar verkeren. Uitzonderingen daargelaten. Maar die uitzonderingen krijgen, omdat ze uitzonderingen zijn, zoveel aandacht dat ze als 'het nieuwe normaal' worden waargenomen.

Dit is de achtergrond van een houding die het SCP al jaren bij de Nederlanders waarneemt: over het eigen leven zijn ze doorgaans dik tevreden. Maar in de samenleving om hen heen zien ze allerlei omineuze ontwikkelingen. Dat pessimisme wordt gevoed door slecht nieuws, maar het lijkt ook te worden gevoed door goed nieuws. Slechte tijden bevestigen het gevoel dat het slecht gaat, goede tijden wekken de vrees dat het niet lang meer goed kan blijven gaan. Steeds zijn we beducht voor een vijfde colonne en ontvankelijk voor complottheorieën. In tijden van voor- en tegenspoed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.