Column Sheila Sitalsing

Het gevaar voor de Marshall-eilanden is nu geen kernbom meer, maar extreem springtij

Sheila Sitalsing.

Toen de Marshalleilanden (29 atollen, samen 1.200 eilandjes, nog geen 60 duizend inwoners) in 2014 negen kernmachten voor het Internationaal Gerechtshof in Den Haag sleepten, zat in de internationale berichtgeving een juichende ondertoon van ‘pak ze!’ of misschien las ik dat erin, omdat ik het zelf juichend ‘pak ze!’ dacht.

De aanklacht luidde: de negen kernmachten, waaronder de Verenigde Staten, Frankrijk en Rusland, zijn een aangegane verplichting tot nucleaire ontwapening, vastgelegd in het non-proliferatieverdrag, niet nagekomen. Er zat een lange en duistere geschiedenis achter de aanklacht, van Amerikaanse kernproeven op en rond de eilanden in de beginjaren van de Koude Oorlog, een daaropvolgende beestachtige behandeling van de lokale bevolking, gedwongen volksverhuizingen, en nog generaties lang opvallend veel kankergevallen en mismaakte baby’s.

De aanklacht werd twee jaar later verworpen; het Hof verklaarde zich onbevoegd.

Op de Marshalleilanden zijn ze inmiddels op de vlucht geslagen voor een probleem dat ze er in de loop der jaren gratis bij hebben gekregen naast nucleaire besmetting en stralingsgerelateerde ziekten: de stijgende zeespiegel. Anne-Gine Goemans reisde naar het eiland Majuro, de hoofdstad van de eilandengroep, en noteerde in een mooie reportage, afgelopen zaterdag in deze krant, hoe de bevolking zich tegen de zee tracht te verweren. Met zelfgeknutselde dijken van huisvuil en verroeste auto-onderdelen, of van keien die met visnetten bij elkaar worden gehouden, en als er geld voor is een echte muur van beton.

De eilanden worden niet alleen onbewoonbaar wanneer het water de mensen over de voeten spoelt, dat punt breekt al eerder aan: wanneer de bodem verzilt, zoetwaterbronnen ondrinkbaar worden en er niets meer wil groeien.

Goemans sprak mensen over de baby’s die er geboren zijn zonder oogballen, met een verlengde rugwervel als een staart. Of zonder botten eerder een kwal dan een mens. De kernproeven en de daaropvolgende verwaarlozing van de bevolking zijn nog altijd een open wond.

En ze sprak mensen die weigeren op de loop te gaan voor het oprukkende water. Dat vergt standvastigheid; eenderde van de bevolking is inmiddels vertrokken naar het buitenland. Vanwege betere kansen op werk, ontwikkeling en een leukere toekomst, en vanwege het water.

Het is ontroerend, de vastberadenheid waarmee geïnterviewden weigeren een klimaatvluchteling te worden. En intens verdrietig.

Eerst kwam het onheil nog naar de eilanden toe, in de vorm van Amerikanen die met boten naar de eilanden kwamen om bommen te testen en de inwoners een stukje zeep te geven om in zee de fall-out van zich af te wassen. De laatste jaren wordt de zonde gewoon aan de andere kant van de wereld begaan, waar de mensen in ronkende suv’s rondrijden en voor 34 euro naar Barcelona vliegen voor een weekendje helemaal ertussenuit, en waterflesjes uit China de halve wereld over laten vervoeren om bij ons in het Kruidvat te kunnen verkopen. De fall-out komt tegenwoordig als extreem springtij.