Column Elma Drayer

Het gebrek aan diversiteit bij de politie is uitgegroeid tot wat je met recht en reden een hoofdpijndossier kunt noemen

Ooit hing ik voor een reportage wekenlang rond tussen de derdejaars van wat destijds nog de Nederlandse Politie Academie (NPA) heette, gehuisvest in een non-descript gebouw aan de rand van Apeldoorn. Met wat geluk, ijver en geduld wachtte deze studenten na het diploma een fraaie post als leidinggevende in een van de 25 regiokorpsen die Nederland toen nog telde.

De homogeniteit van de jaargroep, in totaal 43 studenten, sprong onmiddellijk in het oog. Allemaal waren ze frisgewassen, bovengemiddeld sociaal begaafd, sportief, niet te links, niet te rechts. En op het lezen van iets anders dan een studieboek waren ze zelden te betrappen.

Maar er zaten welgeteld acht meisjes bij (‘Bij de selectie vroegen ze me of ik van plan was snel te trouwen en kinderen te krijgen’) en slechts drie studenten met een kleurtje (‘Als iemand zegt: hé, koffieboon, dan kan ik een beetje terugpesten. Zeg ik: hé bleekscheet’). De overgrote meerderheid zou je kunnen typeren als de ideale Hollandse schoonzoon. Veel lamswol en ribbroek, herinner ik me.

Een van hen, tevens voorzitter van de senaat (zoals de studentenvereniging deftig heette), was een boomlange, slimme, uiterst beminnelijke jongeman. Zijn jaargenoten voorspelden dat we in de toekomst vast van hem zouden horen. Dat hadden ze goed gezien. Tegenwoordig is Erik Akerboom de opperbaas van de Nationale Politie.

Maar terwijl in 1985 bijna niemand wakker lag van het gebrek aan diversiteit bij de politie (het verschijnsel bestond, de term nog niet), groeide het vraagstuk zoetjesaan uit tot wat je met recht en reden een hoofdpijndossier kunt noemen. Zeker de laatste tijd.

Onlangs zocht ene Carel Boers, die naar ik begrijp tot voor kort hoge politiefunctionarissen ‘coachte’, de publiciteit met een gepeperde afscheidsbrief, gericht aan voornoemde korpschef. Kort samengevat verweet hij hem en de rest van de politietop de problemen rond racisme, discriminatie en (seksuele) intimidatie op de werkvloer onvoldoende te onderkennen.

Nu is zo’n postume j’accuse voor de betrokkenen nooit aangenaam, helemaal niet als het blijft bij vage beschuldigingen. Maar, hoe je het wendt of keert, de man is de eerste noch de enige die het thema aansnijdt. En ook bij gebrek aan feitelijke gegevens dien je deze geluiden serieus te nemen, alleen al omdat zulke berichtgeving het vertrouwen in de politie, en daarmee in de rechtsstaat, onherroepelijk ondermijnt. In een land met inmiddels 17,3 miljoen korte lontjes is dat niet dat je zegt een erg prettig vooruitzicht.

Overigens geldt hetzelfde voor de aanhoudende klachtenstroom over etnisch profileren. Ook al is het aantal onterechte aanhoudingen minder schrikbarend dan menigeen ter activistische zijde ons wil doen geloven (zie het rapport Boeven vangen uit 2016, gemaakt in opdracht van het programma Politie & Wetenschap), je zult er als top iets mee moeten. Niet alleen omdat elke onterechte aanhouding er eentje te veel is, ook omdat zulke publiciteit het dagelijks werk van de gewone politiefunctionaris nog lastiger maakt dan het nu al is.

Gisteren maakte de korpschef bekend dat er een ‘onafhankelijk meldpunt’ komt voor politiewerknemers die aanlopen tegen racisme, pesterijen en intimidatie door de eigen collega’s.

Ik mag hopen het helpt. Maar echt gerust ben ik er niet op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden