Column Nico Dijkshoorn

Het gaat sommige meisjes niet om je schoenen

Nico Dijkshoorn Foto de Volkskrant

Ooit werd ik uitgenodigd voor een feestje. Met meisjes en jongens. Nogal een moment. Ik weet nog heel goed wat ik dacht: heb ik de goede schoenen? Ik keek naar mijn schoenen. Drie minuten voor de uitnodiging waren dat nog hele fijne schoenen geweest. Je kon er hard op hollen.

Mijn moeder vroeg vaak om twee minuten voor 6 of ik nog even snel een bloemkool kon kopen. Ze wist dat ze mij daar een enorm plezier mee deed. Snel die schoentjes aan, langs de regenpijp, strakke sprint naar de groenteman, gepast afrekenen en dan keihard terughollen. Nu ik het opschrijf: ik mis het rennen met een bloemkool onder mijn arm. Ik mis ook mijn moeder, maar dat is een ander verhaal.

Door die uitnodiging had ik opeens de verkeerde schoenen. Blijkbaar had ik een heel uitgesproken idee over schoenen die je naar een feestje met meisjes en jongens aandeed. Die van mij waren gebruikt. Dat zag je. En je rook het, als je dicht bij me zat. Op schoot bijvoorbeeld, met je armen om me heen.

Ik heb thuis gesmeekt of ik nieuwe schoenen mocht kopen. Mijn moeder keek naar de zool van mijn linkerschoen en gaf hem daarna terug. ‘Drie jaar, minstens. Daar heb je nog veel plezier van.’ Ik zei: ‘Maar ze ruiken heel erg naar schoen.’ Mijn moeder vond dat ik mij niet voor mijn eigen lichaamsgeur moest schamen. ‘Je ruikt heel lekker. Naar een bos, als het net heeft geregend.’

Ja, daar had ik wat aan. Alle jongens en meisjes in mijn klas roken naar opgedroogd zaad en heimelijk roken en wie kwam er als een nat bos binnenwandelen, Nico Oude Schoen Dijkshoorn. Twee dagen later stond ik met een ingepakt flesje patchoeli-olie voor de deur bij het leukste meisje van de klas. Boven hoorde ik al feestgeluidjes.

Een moeder deed open. Ze zei: dan moet jij Nico zijn. Er viel weinig te ontkennen. Ze liep met mij mee naar de zolderkamer, deed de deur open en daar stond ik, met mijn schoenen. Ik moest naar binnen, maar mijn lichaam wilde de andere kant op. Naar buiten. Desnoods om een bloemkool te halen.

Daar moest ik aan denken toen ik ooit Jan Peter Balkenende bij president Bush the Oval Office binnen zag komen. Ik keek naar mijzelf. Bij Balkenende was het denk ik zijn haar. Die heeft in het vliegtuig gezeten en hij heeft gedacht: ‘In Amerika kennen ze dit kapsel helemaal niet. Ze zullen toch niet denken dat ik een leerachterstand heb?’

Totale herkenning. Wat Balkenende met zijn haar had, dat had ik dus met mijn schoenen. De dagen na het feestje, waar ik nu verder niets over wil zeggen, kwam er een levensveranderend inzicht: het gaat sommige meisjes niet om je schoenen. Mijn moeder merkte dat ik veranderde. Ik holde niet meer. Ik liep heel rustig naar de groentewinkel. Als ik terugslenterde, bloemkool losjes onder mijn arm, zag ze me aankomen en zette het vuur onder het vlees iets hoger.

Ik probeerde lager te spreken. Mijn oom dacht dat ik later een tekenaar werd. Hij gaf me hele goede potloden en een kneedbare gum. Ik kreeg mijn eerste eigen boek. Daar zat ik, op de rand van mijn bed, met de verkeerde schoenen en een voorzichtig wakker gekust zelfvertrouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.