ColumnMarcia Luyten

Het gaat niet om kiezen tussen carnaval en Bach – beide zijn belangrijk

Hoewel ik de man nooit heb ontmoet, bezorgde de dood van Mariss Jansons mij een zekere tristesse. Ik wist weinig van hem toen ik vijf jaar geleden een radioreportage hoorde. Jansons nam afscheid als chef-dirigent van het Concertgebouworkest. De musici voor wie hij elf jaar op de bok stond, vertelden hoe hij hen inspireerde en hun orkest het beste van de wereld had gemaakt. Hij stopte want zijn hart haperde.

De musici spraken over hun dirigent op een manier die je zelden op de radio hoort: liefdevol. Zo intens als ze hun empathie en waardering formuleerden. Hun taal getuigde van een groot register, in woorden en in wijsheid.

Wrang om je dan te realiseren dat politici van liberale snit over kunstenaars praten als subsidieslurpers. Zoals VVD-minister Eric Wiebes in Zomergasten zei dat hij subsidies op kunst onzin vindt: ‘De overheid moet daarover niet beslissen.’

Hij legde uit: ‘De ene hobby is niet beter dan de andere. Het is de loodgieter gegeven om zijn hobby net zo gewaardeerd te zien als die van iemand anders.’

Hij zegt: moeilijker is niet beter. In de cultuuroorlog laten politici het volk graag horen dat ze geen onderscheid maken tussen volkscultuur en de meest complexe kunst, tussen Prins Carnaval en de chef-dirigent van het Concertgebouworkest – ‘kijk eens hoe niet-elitair wij zijn’.

Wiebes’ partijgenoot Kamerlid Thierry Aartsen uit Breda wilde verleden jaar meer geld voor ‘lage cultuur’ als bloemencorso’s, minder voor ‘hoge cultuur’ als opera. Aartsen: ‘Er gaat 7 miljoen euro naar het Concertgebouw dat jaarlijks 210 duizend bezoekers trekt en nul naar het bloemencorso waar op één dag 100 duizend mensen heengaan. Dat vind ik raar.’

Nu gaat het niet om kiezen tussen carnaval en Bach. Beide zijn belangrijk. En allebei moeten kwaliteit hebben – Breda’s carnaval: in boerenkiel Kom van dat dak af zingen vind ik van minder kwaliteit dan de extravagant uitgedoste Maastrichtenaren die met drum en Limburgse liederen over pleinen trekken.

Carnaval of Bach, waar het om gaat is dat het tweede door zijn moeilijkheidsgraad oneindig veel meer investering en offers vergt dan het eerste.

Nu ik de musici van het Concertgebouworkest had horen spreken in plaats van spelen, daagde mij de perversiteit van hun beloningen. Er zijn in Nederland musici in toporkesten die om hun kinderen te laten studeren een bijbaantje nemen. Hun vakmanschap is niet minder dan dat van de chirurg. Toch zouden we raar opkijken als die na drie operaties in het ziekenhuis gaat bijbeunen omdat hij niet rondkomt.

Je zou wat de musicus doet ook een beetje kunnen vergelijken met de politicus. Allebei werken niet voor de markt. Beiden koesteren iets van een ideaal: de productie van schoonheid en van goed bestuur. Alleen heeft de eerste afgezien van materieel succes (een enkeling daargelaten), terwijl het aanzien van de tweede wordt geschaad door politici die snijden in subsidies, uitkeringen en toeslagen, maar schaamteloos zichzelf verrijken.

Carnaval-adept Klaas Dijkhoff, VVD’er en Bredanaar, toucheerde onterecht een reiskostenvergoeding en liet zich het verschil tussen het ministerssalaris van 166 duizend euro en dat van fractievoorzitter (121 duizend) uitbetalen – na, nota bene, vier luttele weken als invalminister.

Niet alleen het maken van klassieke muziek, ook ervan genieten vraagt tijd en moeite. De schoonheid in het Concertgebouw is nu alleen toegankelijk voor wie de dure kaartjes kan betalen.

Het maakt de argumentatie van minister Wiebes uitgesproken elitair. Zijn kinderen kunnen naar ongeacht welk concert. Maar ook de zoon van zijn loodgieter heeft recht op Bach.

Soms staan in het Concertgebouw oude chef-dirigenten weer voor het orkest. Zo kwam Mariss Jansons in oktober 2017 terug voor een reünieconcert. Het begin was buitengewoon. Het orkest zette een wals van Tsjaikovski in en de dirigent deed minutenlang niets. Helemaal niets. Hij stond op de bok. Hooguit wiegden zijn armen een beetje. Het orkest, één met zijn dirigent, had zijn aanwijzingen niet meer nodig. De meester toonde zijn superioriteit in zijn terugtreden. Zijn meest dwingende manifestatie bestond in het uitwissen van zichzelf.

Daar stond Jansons, zijn orkest deed wat het moest doen. Geen stokje, geen correcties. Dat kan in een gemeenschap waarin iedereen werkt aan een gezamenlijk doel en waarin vertrouwen de norm is.

Je mag hopen dat politici de kunst afkijken.

Marcia Luyten is journalist en schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden