Verslaggeverscolumn in Woold

Het gaat niet om bomen planten, het gaat om bomen waarderen

De bomen winnen. De ambtenaren die net lekker bezig waren met kappen langs gevaarlijke provinciale wegen, de houthakkers die net lekker bezig waren met het uitdunnen van hun bossen ten gunste van andere natuur, leggen onder druk hun kettingzagen neer. Ineens is het tij gekeerd – knappe politicus die het nog aandurft te ­beginnen over de uitbreiding van de A27, waarvoor achthonderd ­bomen moeten wijken.

Bomen redden de wereld, dat staat nu vast. Een miljard hectare bos erbij is genoeg om het klimaat in evenwicht te houden, berekenden Zwitserse wetenschappers, en daarmee was de comeback van de boom compleet. De onderzoekers maakten een gedetailleerde wereldkaart met plekken waar die ­bomen het beste kunnen komen, en Volkskrant-wetenschapsjournalist Maarten Keulemans stuurde me enthousiast een mailtje met in het onderwerpveld ‘Cool verhaal!’, want bij nadere bestudering van het materiaal had hij in Nederland de allerbeste plek gevonden voor het grote bomenplanten: Woold. Kijk maar: négen donkergroene pixels bij ­elkaar, de allerdonkergroenste plek, ‘je verzint het niet’.

De groenste pixels.

Tegen de zuivere wetenschap en tegen het enthousiasme van Maarten Keulemans is niemand opgewassen, en tegen het coulissenlandschap dat Woold omringt trouwens ook niet want godallemachtig, wat is dat een landschap. Het is Nederland zoals Nederland ooit was, zoals je zou willen dat Nederland weer zou zijn, in perfecte kleinschaligheid en balans.

De vraag is wel waar die bomen dan moeten komen, want bomen zijn hier al genoeg.

Woold is een buurtschap ten zuiden van Winterswijk, dat wordt omzoomd door buurtschappen met magisch-realistische namen: Miste, Corle, Meddo, Huppel, ­Ratum, Kotten – mooi decor voor een fantasyroman. Ze liggen in een groene zomerzee: klotsend struikgewas, opstuivende beuken en berken, zware ­eiken die als brekers over de zandwegen buigen, ton sur ton.

Trui en Johan

Als het over bomen gaat moet je bij Trui en Johan zijn, hoor ik van alle kanten, die wonen in Ratum maar dat is ook een soort Woold, en als ik hun erf op rijd, legt Johan ­Wytema net de bosmaaier weg. Een bos vergt onderhoud en een mooi oplopende zoom – hun landgoed heeft 12 hectare bomen. Het is er middeleeuws: veldjes veeteelt en akkerbouw, plukjes koeien, terreintjes die afdalen naar het beekdal. Niet het platgeslagen, ver­kavelde turbolandschap dat Nederland de laatste decennia is geworden.

Het coulissenlandschap is deels behouden dankzij de Natuurschoonwet van 1928, die landgoedeigenaren belastingvoordeel geeft als ze de zaken bij het oude houden, en ‘dankzij een strenge overheid’, zegt Johan. Hij is actief in de Stichting Waardevol Cultuurlandschap Winterswijk, waar grond­gebruikers samen overleggen, en dat helpt ook: ‘er wordt goed geluisterd naar onze adviezen’. ­Naoberschap – ook iets van de streek, ‘in dit gebied is nog een diepe gehechtheid aan de grond’.

In andere streken is dat verdwenen.

In een zee van groen.

De vader van Trui kocht het landgoed in 1963 en nu pendelen ze tussen Amsterdam en hier. Hier staan alle soorten bomen door elkaar – en Johan begint een liefdevol ­betoog over vloeiweiden, bos­anemonen, ‘varens, mispels, hazelaars, vuilbomen, álles hebben we’.

Een boom leeft honderd jaar of langer, zegt Johan, die overleeft gemakkelijk alle politici. Politici denken aan de korte termijn, terwijl ze wat bomen en landschap betreft ‘in generaties moeten denken’. Dus dat de boom weer op de kaart staat nu, met dank aan die Zwitserse wetenschappers, is vooral daarom ­belangrijk. Het gaat niet zozeer om bomen erbij in Nederland, zegt ­Johan, het gaat erom dat bomen weer belangrijk zijn. Zelfs klimaatontkenners houden van bomen. ‘Het nut is dat Nederland weer nadenkt over het belang van bos.’

En over zichzelf: ‘De wereld schreeuwt om ambachtelijkheid en persoonlijke betrokkenheid van mensen’.

Waarvan akte: Woold heeft nog geen negenhonderd inwoners maar wel verenigingsgebouw Ju­liana, een basisschool, een schietvereniging, een toneelvereniging, dameszang, herenzang en de paardenvierdaagse. En een ambachtelijke houtzagerij (sinds 1894) waar ze onder meer gebinten maken – hele, halve en gezaagde stammen liggen voor de deur. ‘Duits hout’, zegt Henk Vreman, en de gemeenschap hier is zo hecht en duurzaam als die stammen.

Duitse stammen.

Een beetje raar om hier te komen vragen naar het planten van bomen – maar niemand vindt dat raar, en iedereen neemt de tijd voor een praatje. Daar hebben ze het landschap naar.

Bomen moet je hier niet planten, die zijn er genoeg. Het belang van Woold schuilt ergens anders: deze plek is het antigif tegen de overtuiging dat het land, en de mensen, ten dienste staan van efficiëntie en economische groei.

De verslaggeverscolumn gaat met zomerreces en is 26 augustus weer terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden