Hier Brussel

Het Europese kwartier is een wereld van graniet

De eurocraten van Brussel vormen een hechte, gesloten club met eigen codes. Men verdrinkt het alleen zijn, wisselt kaartjes uit en werkt aan zijn cv.

Het Berlaymontgebouw in Brussel, het hoofdkantoor van de Europese Commissie.Beeld anp

Om bovengronds te komen, aan Place Schuman, aan het rondpunt zoals Brusselaars zeggen, moet je vanaf het metroperron 97 betontreden beklimmen. Dan staat de nietige mens tegenover het beton van het kolossale Berlaymont, tehuis van de Europese Commissie. De vergelijking met een galerijflat uit de jaren zestig is niet te verdringen.

In het Europa van de kantoren lijkt het leven op afstand geplaatst.

Vroeger was hier het eindpunt van de tram uit Tervuren, de halte heette Le rondpoint de la Rue de la Loi. Er stonden wuivende bomen op het plein, je had mondaine restaurants en terrassen. Berlaymont was nog een 19de eeuws nonnenklooster, internaat voor meisjes uit de betere kringen.

In de omgeving woonde de hogere bourgeoisie in diepe patriciërshuizen, gebouwd in eclectische stijl, mengelingen van art deco, neo-renaissance, beaux-arts en nog zo wat. Fraaie herenhuizen waren het, met bel-etages, rondbogen, kroonlijsten en pilasters. De brede lanen bestonden uit trottoir, ruiterpad, trambaan en bescheiden autostraat. Daartussen verhieven zich kastanjebomen, soms wel zes rijen dik.

Nu is het Europese kwartier een wereld van graniet, gepolijst graniet.

Overdag is het de werkplek van meer dan 80 duizend bijen, van talloos veel nationaliteiten. Politici, bestuurders, ambtenaren, journalisten, lobbyisten, politieke assistenten. Je moet ze over straat zien gaan, de ambitieuzen van Europa. Het is een vrolijk stemmend gezicht, zeker bij mooi weer. Dan haasten ze zich door rue Froissart of over de smalle stoepen van de Wetstraat, ooit de trots van koning Leopold, nu een stadssnelweg, waar de auto's vier rijen dik van stoplicht tot stoplicht wel 80 km per uur halen.

Ze zijn op weg van Berlaymont naar het Bureau Beheer en Afwikkeling van de Individuele Rechten of ze spoeden zich van Lipsius, het gebouw van de Europese Raad van Ministers naar het Europees Parlement, vier, vijf dwarsstraten verder - en het is alsof ze permanent bouwen aan hun cv. De mannen in hun grijze kostuums, de laissez-passer die toegang verschaft tot alle kantoren bungelend om de nek, de vrouwen in hun mantelpakken, de demi-pumps klik-klakkend op de Brusselse kasseien. Een dossier onder de arm, allicht zeg, altijd een dossier onder de arm - denk niet dat men aan het flaneren is of erger, aan het shoppen.

 
Er stonden wuivende bomen op het plein, je had mondaine restaurants en terrassen. Berlaymont was nog een 19de eeuws nonnenklooster.
Jan Tromp

Twaalf keer
Als de karavaan naar Straatsburg is vertrokken is 'Brussel' plotseling leeg. De terrassen zijn leeg, het parlement is leeg, de Wetstraat is leeg, heel het Europese kwartier ligt erbij alsof het elke dag zondag is.

Vier dagen per maand, twaalf keer per jaar vergadert het parlement verplicht in het Franse Straatsburg. Dat staat zo in het verdrag. Elf keer hebben de Fransen niet geaccepteerd, ofschoon in augustus het hele EU-circus met vakantie is. Twaalf keer is twaalf keer en zo is het gekomen dat in oktober de karavaan twee keer op en neer gaat, in de eerste week van de maand en in de derde week. Een speciale parlementaire verhuisdienst vervoert de documenten, in grote metalen kisten, heen en weer, als een veerpont.

Straatsburg heeft niet kunnen verhinderen dat Brussel de hoofdstad is van Europa, met het Berlaymontgebouw als de verankering. Paul-Henri Spaak, naoorlogs Belgisch staatsman, haalde de eerste Europese kantoren naar Brussel. Het Vlaamse parlementslid Bart Staes: 'Spaak was ook de geestelijk vader van de strategie: binnenhalen, met alle middelen.' Van Spaak is de uitspraak dat wie in België iets groots wil verrichten, dat 'stoemelings' moet doen. In het geniep. Aan de bewoners van de oude, 19de eeuwse wijken is nooit iets gevraagd. Staes: 'In de praktijk hebben een handvol bankiers, bouwbedrijven en lobbyisten, op heimelijke voorspraak van de regering, beklonken dat plaats gemaakt moest worden voor de Europese instellingen.'

In zijn boek Arm Brussel waarvan zojuist een nieuwe editie is verschenen somt publicist Geert Van Istendael op: 'Aan het eind van de Belliardstraat hebben jaren en jaren de schitterendste huizen staan wegteren. (...) In de jaren tachtig werden tussen de Jozef II-straat en de Stevinstraat liefst drie huizenblokken ontruimd. Europa wilde daar kantoren. (...) In 1994 bonkte de bulldozer tegen het art deco-postgebouw aan de Kortenberglaan, vlak bij het Schumanplein. (...) De alle verhoudingen tartende bekroning van de Europawijk is het Europees Parlement. Waar en door wie en wanneer werd beslist dat de Europawijk en de vergaderzaal van het Europees parlement boven op die intieme buurt zou worden neergeploft?'

Staal en beton
Voor de afspraak komt Van Istendael, kenner van Brussel, aanzetten op de fiets, in zijn geval is het beter te spreken van een rijwiel. Een gedistingeerd heer; de broei zit van binnen, en in zijn geschriften. Hij houdt stil bij het Schumanplein. Het is een bouwput omgeven door kantoorpaleizen van glas, staal en beton. En overal dat gepolijste graniet, als verondersteld chic element van afwerking. De straat ligt in zijn ruggegraat open. Dat zal nog een aantal jaren zo blijven.

Projectontwikkelaar XDGA 'herdefinieert' het rondpunt. Het is 'morfologisch geen eenheid', meldt de ontwikkelaar. 'XDGA probeert Europa van zijn bureaucratische imago af te helpen.'

'Wat hier ook gebeurt', stelt Van Istendael vast, 'met dit Schumanplein komt het nooit meer goed. Tenzij je de hele zaak sloopt.'

In de hal van Berlaymont is het een va-et-vient van functionarissen. Mannen wachten op mannen, mannen wachten op vrouwen, het is lunchtijd, het hoogtij van informele ontmoeting.

Er gaat veel om in Brussel, vooral geld en macht. Daarom krioelen al die mensen om elkaar heen. Gewone winkels als een groenteman of een zaak in lampenkappen zijn amper te vinden in het Europese kwartier. In plaats daarvan wemelt het van bistro's, brasserieën, cafés, coffeeshops, restaurants, bars, tavernes, traiteurs en lunchrooms.

In de hal van Berlaymont wordt levendig verwelkomd en gezoend. Het zijn allemaal zoenen in de lucht.

Fysiek en sociaal is het hier een eigen wereld die losstaat, beter loshangt van de min of meer toevallige omgeving. Je ziet het aan de codes, de kleding, de manier van lopen, je herkent het aan het gepolijst graniet. Hier is de Brussel bubble een lijfelijke ervaring.

Een paar kilometer verderop ligt het Europees Parlement. Van rue du Parnasse tot rue Montoyer over een afstand van een paar honderd meter loopt een lange wand van glas en staal. Immens groot en hoog. Bling bling à l'européenne. Het is alsof men het van het dak schreeuwt: Europa bestáát. Hier is het!

Achter de gevelwand ligt een enorm, leeg plein. Een hoog banier meldt: 'Le parlement, c'est vous.'

Het Parlamentarium, het bezoekerscentrum van het parlement, is zeven dagen per week geopend. 24 talen, gratis toegang. Overal loert Europese bureaucratie. De bezoeker moet door de security. Spullen op de band. Nee, schoenen hoeven niet uit. Voorbij security de vraag in welke taal men zijn elektronische gids wenst. Liever geen elektronische gids. Dan een kaartje mee waarop staat dat de bezoeker ervoor gekozen heeft geen elektronische gids mee te nemen. 'Gelieve deze kaart aan het einde van uw bezoek in te leveren.' En dat in 24 talen.

Het bezoekerscentrum is goed verzorgd. Er hangen tal van foto's, van het verwoeste Europa van 1945 tot het gloriërende Europa van nadien. De boodschap luidt: nooit meer oorlog, daar is het om begonnen, om Frankrijk en Duitsland te beletten nog eens, zoals in 1870, in 1914 en 1940 als kat en hond elkaar te bespringen. De vraag of die boodschap nu nog overtuigt, wordt niet gesteld.

Over de exactheid van de informatie geen klachten: 'Aantal parlementariërs 766, aantal vergaderingen in deze zittingsperiode 22 duizend, aantal amendementen op wetsvoorstellen 50 duizend, aantal parlementaire medewerkers achtduizend, aantal parlementaire vragen achtduizend, aantal kilometers naar Stockholm 1.284.'

Het Louise Weissgebouw is de zetel van het Europees Parlement in Straatsburg.Beeld anp

Bars en terrassen
Ook de dienstverlening is in orde. Men zal zich afvragen: maar kan ik mijn baby wel verschonen in het Parlamentarium? Ja, dat kan. Niets wordt in de weg gelegd om Europa dichterbij te brengen.

Brussel, de stad Brussel, is glooiend, redelijk groen en voor een groot deel 19de eeuws. Het gebouw van het Europarlement is als een rots, kaal en grimmig. Tien meter buiten de citadel van de eurocraten herademt het leven. Place du Luxembourg vormt de scheidslijn. Het is een carré: bars en terrassen omzomen een plantsoen waarop een standbeeld van de 19de eeuwse Brits-Belgische industrieel John Cockerill. In het gras rondom hem liggen op mooie dagen de assistenten van de europarlementariërs op z'n Central Parks te lunchen.

'Europeanen in Brussel zijn een klasse apart', schreef Caroline de Gruyter in een boek over de expats van Brussel. De Gruyter was lange tijd Europa-correspondent voor NRC Handelsblad. 'Ze draaien niet of nauwelijks mee in de Belgische maatschappij. Ze hebben hun eigen beslommeringen, hun eigen codes en gespreksonderwerpen.'

Bij goed weer stroomt op donderdagavond Place du Luxembourg vol met jonge eurocraten. Het plein wordt afgezet, de bussen moeten omrijden. Men is onder elkaar, men verdrinkt het alleenzijn, wisselt kaartjes uit, bouwt aan het cv en droomt intussen van de liefde.

Ze tennissen samen, de eurocraten, ze hebben hun eigen leesclubs, ze eten onder elkaar. De Gruyter: 'Dat je aan tafel geregeld van de ene taal naar de andere switcht, hebben de meesten niet eens meer in de gaten. Hun kinderen spreken net als zij twee, drie, soms zelfs vier talen - met dit verschil dat het die kleintjes echt vloeiend over de lippen rolt.'

Vanaf Place du Luxembourg heb je net geen zicht meer op de leuzen waarmee het Europarlement de verkiezingen van mei tegemoet treedt. Er is lang over nagedacht. 'Act. React. Impact.', staat op een spandoek. Het hangt er ook in het Duits. 'Handeln. Mitmachen. Bewegen.'

 
Men is onder elkaar, men verdrinkt het alleenzijn, wisselt kaartjes uit, bouwt aan het cv en droomt intussen van de liefde.
Caroline de Gruyter
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden