Column Martin Sommer

Het Europarlement lijkt nog het meest op een Haags ministerie

In het pas verschenen boek Wat doen ze daar eigenlijk? vertelt PvdA-europarlementariër Agnes Jongerius hoe ze in haar vorige leven als FNV-leider Commissievoorzitter Barroso ontmoette. Die moest worden herkozen en beloofde van alles te doen aan het sociale Europa. Vijf jaar later kwam ze hem weer tegen. Niets gedaan. Hij verontschuldigde zich, hij was te druk geweest met het bestrijden van de eurocrisis. Waarna Jongerius vertelt dat ze niet bij de pakken is gaan neerzitten, maar zich aan de bestrijding van loondumping zette, onder de noemer gelijk loon voor gelijk werk.

Frans Timmermans heeft de verkiezingen voor het Europarlement gewonnen. Gelegenheidsverklaringen zijn er genoeg. De PvdA is het nieuwe CDA geworden, met een harde bodem van oude, trouwe kiezers. Radicaal rechts heeft in Europa niets te zoeken en heeft dus ook niet gestemd. Allemaal tot je dienst, maar het neemt niet weg dat Timmermans succesvol campagne heeft gevoerd voor een socialer Europa, na zo veel jaar waarin liberalisering de hoofdschotel is geweest.

Niet dat ik ineens bekeerd ben tot het Europarlement. Ik heb gestemd – met lange tanden. Het is misschien ouderwets, maar ik hoop er bij verkiezingen op dat je daarna weet in welke richting het schip grosso modo zal varen. Ondanks Timmermans hebben we geen idee. Dat is de slotsom als je het bovengenoemde boek Wat doen ze daar eigenlijk? – Gesprekken met Nederlandse Europarlementariërs leest, geschreven door Mendeltje van Keulen, ex-griffier bij de Tweede Kamer en nu lector, en Chris Aalberts, eigenzinnig onlinejournalist.

Goede titel, prima boek, waarin bijna alle 26 Nederlandse europarlementariërs zijn geïnterviewd. Wat eruit opstijgt is dat het Europarlement nog steeds een vertegenwoordiging op één been is, of zelfs een half been. Er wordt niet gedebatteerd, maar zonder tegenspraak gedeclameerd. Er bestaat geen ministeriële verantwoordelijkheid, terwijl de parlementariërs met hun werk wel degelijk veel invloed hebben op ons dagelijkse bestaan, via onderhandelingen die in hoge mate geheim blijven.

Er wordt gekoehandeld over de aansluiting van nationale partijen bij Europese fracties. Hoe groter de fractie immers, hoe meer woordvoerder-, voorzitter- en rapporteurschappen. Dat levert allemaal prestige en invloed op. Het leidt tot geflirt en verrassende combinaties, zoals de aanstaande en onwelkome aansluiting van Forum voor Democratie bij de fractie van de ChristenUnie. Nationale partijen zijn in Brussel en Straatsburg nauwelijks herkenbaar, vooral omdat ideologische zieleroerselen in het Europarlement een ondergeschikte rol spelen.

Van Keulen en Aalberts noemen Europese politici een soort veredelde ambtenaren. Leerzame vergelijking. Ze controleren niet, maar besturen mee, min of meer anoniem, trekken en duwen achter gesloten deuren aan wetsvoorstellen die van de Europese Commissie komen. Je moet je voorstellen dat je mag stemmen op de ambtenarij van pakweg Binnenlandse Zaken of Infrastructuur en Waterstaat. Ook in onze Haagse torens zitten even anonieme als ijverige mensen te werken aan wetsteksten en nota’s, buiten de lampen van de camera’s. Ook daar spelen zich even inhoudelijke als onzichtbare strijdtonelen af.

De voorbeelden stemmen droef. Jan Huitema heeft voor de VVD vijf jaar lang hemel en aarde bewogen om één regel aan de nitraatrichtlijn te veranderen. Niet gelukt. Matthijs van Miltenburg (D66) liep zich het vuur uit de sloffen voor een verordening over de risico’s bij het vliegen over conflictgebieden. Wat telt zijn niet politieke opvattingen, maar de inzet om de Europese Unie vooruit te helpen. Daarna doen Van Keulen en Aalberts nog een observatie, een heel belangrijke: eurosceptische parlementariërs maken weinig tot niets klaar in Brussel en Straatsburg.

Waarom niet? Je zou misschien denken dat ze lui zijn, omdat ze toch tegen zijn. Dat geldt zeker niet voor Dennis de Jong, afzwaaiend europarlementariër van de SP. Het komt erop neer dat in die ambtelijke vorm van politiek bedrijven geen ruimte is voor een tegengeluid. Als je kritisch bent, wat moet je dan, vraagt De Jong zich af. ‘Dan ga je toch meepraten en dan is tegenstemmen vervelend, want je hebt toch meegepraat?’ PVV’ers zijn geen lid van commissies, geen rapporteurs, geen voorzitters, want die leveren allemaal hun bijdrage aan de gedachte dat Europa verder moet. In een Haags ministerie is ook geen afdeling die tot doel heeft de minister een spaak in het wiel te steken.

Dit is de grootste makke van het Europarlement. Er kan zich geen fatsoenlijke oppositie ontwikkelen, die de minister naar de Kamer kan roepen, hem op een spijkerbed leggen en eventueel wegsturen. In de plenaire zaal kun je twee minuten je bezwaar voorlezen en dat is het. Concrete tegenwerpingen worden niet gewaardeerd als opbouwende bijdrage, maar meteen in de hoek van de totale anti-EU geduwd. Ze helpen immers niet mee aan ‘oplossingen’.

Timmermans heeft gewonnen en het is hem gegund. Desondanks zal zo direct eenderde van het Europarlement uit tegenstanders van verdere integratie bestaan. Voor het functioneren van het parlement zal het niet uitmaken. Die andere tweederde zal immers als een korf vol nijvere bijen blijven arbeiden aan de voortgang van het project Europa. Zo kun je uittekenen dat critici vanzelf verder radicaliseren en het onbehagen blijft bestaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden