Verslaggeverscolumn in Oss

Het einde van een fotojournalist

Achtendertig jaar was Ruud Rogier ‘de fotograaf’: zonder camera herkenden ze hem niet in Oss en omstreken. Elke dag een foto in het Brabants Dagblad, of twee, of zes, of acht: het was rijden en schieten soms. Het is voorbij. De telefoon gaat, ‘telemarketing denk ik, als de telefoon gaat is het meestal telemarketing’ – de krant belt niet meer. Hij is 62. Nu niet gaan zeuren, Ruud, alles verandert, ook de fotojournalistiek. ‘Oké ik ben afgeserveerd, maar ik heb mijn dagen terug. Nooit meer dat gevoel: ze kunnen bellen. Dat is wel mooi.’

Nou ja – gluurt stiekem naar buiten, het sneeuwt, het is fotografenweer. De onrustbarende kalmte van de persfotograaf zit nog in zijn lijf. De radar draait, het is zijn fotografenoog. ‘Zit er iets in? Is dat iets?’ zegt Ruud, ‘nee, dat raak je niet zomaar kwijt’.

Later, na het gesprek met Ruud belt Marcel van den Bergh, vriend en fotojournalist; we bespreken belangrijke levensdingen tot hij begint te roepen: ‘een slippartij, een slippartij!’ en de verbinding verbreekt. Dit gebeurt drie keer. De derde foto is een goede, en staat de dag erop in de krant: een auto op z’n kant, de mensen er nog in. Veel moet wijken voor een goede foto.

Ruud Rogier Beeld Ruud Rogier

Fotojournalisten staken niet, maar afgelopen vrijdag wel, hun vak is in gevaar. Dat is het al jaren, de druk bouwt op, maar fotojournalisten staken niet. Tot nu. Dat zegt genoeg.

Ruud voert een rechtszaak tegen zijn uitgever, hij wil een billijke beloning, maar de uitgever zegt: je bent een ondernemer, neem er maar een baantje bij. Aan die rechtszaak heeft hij niets, de krant belt niet meer, ‘ik doe het om het vak te helpen’. De jonge fotojournalisten die na hem komen en tegen bulktarieven werken – áls ze er nog zijn. De beeldhonger was nooit zo groot, van kranten, bladen, websites, de tarieven waren nooit zo laag. Fotografen genoeg, maar steeds minder fotojournalisten.

Ruud is niet boos op de krant, hij vindt dat uitgeverijen te gemakkelijk denken over het vak. Dat vindt hij al dertig jaar trouwens – tovert een brief uit zijn archief aan de hoofdredacteur, 1988: ‘Beste Bert, wederom wil ik het over de tarieven hebben.’ Ik ben geen Cas Oorthuys, zegt Ruud, ‘je moet realistisch blijven’, maar ook Cas Oorthuys was nooit zonder camera op straat. Foto’s zijn geen bulkgoed. Elke foto is altijd nieuw, ook al duurt de conceptie slechts 1/125ste van een seconde. Daar gaat wachten aan vooraf, gedachten, concentratie. Een goede foto ís de fotograaf.

Een goede foto, zegt Ruud, ‘moet je lézen. Daar gebeurt iets – het is moeilijk uit te leggen.’

De hele dag was hij in Heesch. De krant belde: er hangt een schaap in een boom. Het was een varken. Ruud flitste in, technisch niet perfect – hij wijst de slagschaduw aan, maar dat moment. De dode big hangt stijf en roze opgeknoopt tegen aanstormende wolken, als bewijs van een welvarend, intolerant Nederland dat geen asielzoekers lust. Spandoek: ‘Volk zegt nee’.

Het varken in de boom. Beeld Ruud Rogier

Alle kranten wilden die foto, en Ruud wilde ’m in alle kranten, ‘niet om het geld’. Twaalf uur werk voor 800 euro, mooi, maar dit moest iedereen zien.

Terwijl hij die foto maakte spraken mensen hem aan: hé je moet die foto niet maken, ‘ik stond daar uit te leggen waarom ik het wel deed’. Ook dat hoort inmiddels bij het vak: jezelf verklaren, jezelf teweerstellen tegen het wantrouwen in de journalistiek. Ruud regisseert niks. Hij zal nooit zeggen: doet u eens een paar stappen opzij meneer, dan klopt mijn compositie beter. In een wereld waar alles onder regie staat, waar pr-strategen de werkelijkheid invullen, is de fotojournalistiek een zegen. Die registreert en doet daar moeite voor. ‘Het liefst ben ik er niet.’

Marcel van den Bergh fotografeerde vijf mannen in ruitjeshemden op de 50-plusbeurs: de essentie van het moderne ouder worden. Het lijkt een gelukstreffer maar Marcel wachtte lang, net zo lang tot het beeld compleet was. Hij wacht uren als het moet – de tijd is voor de fotojournalist vijand en vriend tegelijk. Het enige waarop hij kan vertrouwen is zijn fotografenoog.

Vijf ruitjeshemden. Beeld Marcel van den Bergh

Ruud is autodidact. Zijn eerste camera was een F2, het werkpaard. Nu maakt iedereen foto’s met z’n telefoon, en die gooien ze te grabbel op internet, ‘we hebben niet goed gereageerd op die ontwikkeling’, zegt hij: fotojournalisten waren te druk met goede foto’s maken.

De fotojournalistiek is over vijf jaar dood, denkt de Nederlandse Vereniging van Journalisten – vakbondstaal, een hyperbool. Over vijf jaar bestaat de fotojournalistiek, de vraag is of het bestaat zoals het nu bestaat, of het de tijd krijgt nog journalistiek te zijn, en hoeveel fotografen bereid zijn rondjes te rijden in de sneeuw, af te reizen naar Syrië, een nacht te wachten op het Binnenhof, de foto het verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.