Column Bert Wagendorp

Het eenzame huis aan de Bloklandstraat in Rotterdam ontroerde me, zonder dat ik precies weet waarom

Het aangrijpendste verhaal in de Volkskrant van gisteren ging over een rijtjeshuis dat niet meer in een rijtje stond. Op de foto bij het verhaal kon je dat goed zien: een huis, eenzaam en van alle andere huizen verlaten in de lege ruimte van de Bloklandstraat in de Rotterdamse wijk Oude Noorden. Wat er precies ontroerend aan was, kon ik niet meteen zeggen. Ik vroeg het aan mijn geliefde en die had hetzelfde: ontroerend, zonder precies te weten waarom.

De bewoonster van het huis zei tegen onze verslaggever Bart Dirks dat de familie van haar man sinds het bouwjaar 1903 in het huis had gewoond. Dat was volgens de woningbouwcorporatie ook de reden dat de bewoners van nummer 108 niet weg wilden, toen besloten werd tot sloop van de Bloklandstraat. Ik kon me dat goed voorstellen. Na 115 jaar is in zo’n huis zoveel van je geschiedenis verzameld, dat het onverdraaglijk wordt wanneer een sloopkogel die met een paar dreunen wegvaagt.

Ik heb in mijn leven op achttien verschillende adressen gewoond. Bij elk daarvan horen herinneringen en verhalen, goede en slechte. Als ik toevallig in de buurt ben, loop ik er nog weleens langs en komen ze terug.

Maar dat was, zo bleek, niet wat de bewoners van Bloklandstraat 108 bewoog: ze kregen niet genoeg geld om een nieuw huis te kunnen kopen. Dat vond ik een beetje teleurstellend. Maar zo gaat het met verhalen en foto’s, je leest en je ziet erin wat je er graag in wílt zien en lezen.

Ik ging naar Google Streetview om de situatie zoals die was te bekijken. De Bloklandstraat de straat waarin Feyenoorder Coen Moulijn opgroeide en zijn eerste balletje trapte zag er best gezellig uit. Naast nummer 108 waren wel een paar benedenramen dichtgetimmerd, dus kennelijk ging het al een tijdje de verkeerde kant op.

Het eenzame huis deed Bart Dirks denken aan de meesterlijke roman Publieke Werken van Thomas Rosenboom, over de twee huizen aan de Amsterdamse Prins Hendrikkade die ooit in een verwurging werden genomen door het Victoria Hotel. Altijd wanneer ik uit het Centraal Station kom, kijk ik er even naar. Het eenzame huis in de Bloklandstraat deed me ook denken aan de beroemde foto’s van een Chinees huis in een zee van zwart asfalt, symbool van verzet tegen planners en technocraten, van de weigering in te stemmen met wat ze vooruitgang noemen.

Binnenkort wordt een nieuwe Bloklandstraat gebouwd, en staat daarin een huis dat herinnert aan de oude. Misschien moeten we daar een gewoonte van maken, zodat iets van het straatgeheugen bewaard blijft.

De ontroering had, denk ik, te maken met de dingen die verdwijnen en die hoogstens blijven bestaan in de geest van degenen die ze nog hebben gezien, tot ook zij het niet langer kunnen navertellen. Zo gaat het met alles een hoogst zeldzame uitzondering daargelaten.

Ik moest denken aan dat hartverscheurende lied van de Zaanse band De Kift, Goud, op een tekst van Sergej Jesenin:

Ik heb geen spijt, geen tranen, geen verlangen;

Zoals rook van appelbloesems teer

Door het goud van het verval omvangen

Gaat alles voorbij en keert niets weer

(…)

Elk van ons moet van dit leven scheiden

’t Koperen lover van de esdoorn kwijnt

Wees gezegend tot het eind der tijden

Al wat bloeit en daarna weer verdwijnt.

Eenzaam huis in een verloren straat, als troost.

LEES HIER DE REPORTAGE OVER HET EENZAME RIJTJESHUIS

En toen bleef dit rijtjeshuis moederziel alleen achter. In een Rotterdamse straat in het Oude Noorden komt nieuwbouw. Eén familie blijft echter wonen in hun huis uit 1903.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.