Essay

Het echte gevecht om de Amsterdamse drugshandel gaat om de vraag of criminelen op de achtergrond de lakens blijven uitdelen

null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

Met meer toezicht, minder verkoop aan toeristen en minder coffeeshops wil Amsterdam de drugsbusiness in de stad opschonen. Dat kan leiden tot een doorbraak in een slepend dossier. Maar doorbreek wel de machtspositie van criminele netwerken, waarschuwen Pieter Tops en Jan Tromp. En dring ook de vraag naar cannabis terug.

Amsterdam verheft zich. Jarenlang is de donkere kant van de vrijmoedige stad verwaarloosd, zo niet ontkend. De drugsbusiness met zijn enorme financiële belangen en zijn sociale ontwrichting als gevolg kende vrij spel. Er lijkt een verandering op komst. Vrijdag kwamen burgemeester, hoofdcommissaris van politie en hoofdofficier van justitie met een gezamenlijk actieplan tegen de drugscriminaliteit. Het lijkt een volgende vastberaden stap, nadat Femke Halsema begin dit jaar al een plan presenteerde om greep te krijgen op de wereld van de coffeeshops. Zeker in tijden van kabinetsformaties is het voer voor Haagse tafels.

Terwijl het stadsbestuur serieuze stappen wil zetten om de hennep en de hasj onder te brengen in een gereguleerde en gecontroleerde markt, woedt de discussie in Amsterdam vooralsnog op een zijveldje. De buitenlandse toerist is in het plan van Halsema niet meer welkom in de coffeeshops. Behalve dat dit natuurlijk een grote schande is voor de vrijstaat Amsterdam zal het vast en zeker leiden tot bloei van de straathandel. Heb je dan je zin? Sofyan Mbarki, fractievoorzitter van de PvdA in de gemeenteraad, twitterde de gevolgen al direct nadat de burgemeester begin dit jaar haar totaalplan openbaarde: ‘De rekening zal belanden bij jonge Amsterdammers uit Nieuw-West en Zuidoost die het drugscircuit in worden getrokken.’ Hij bevond zich in goed gezelschap. Al in 2010 schetste toenmalig burgemeester Van der Laan in de Volkskrant de gevolgen van een toegangsverbod voor buitenlanders. Niet zonder pathos: ‘Dan krijgen we de toestand van de Zeedijk van de jaren tachtig terug (heroïnejunks, red.) Doe dat de straat niet aan.’

Elf jaar later wordt op hetzelfde aambeeld gehamerd. De Amsterdamse coffeeshophouders voorzien meer straathandel, meer overlast, meer geweld. In een paginagrote advertentie in Het Parool smeekte de Bond van Cannabisdetaillisten: ‘Doe dit onze stad niet aan’.

‘Urban jungle’

Die binnenstad is inmiddels door de Amsterdamse Ombudsman Arre Zuurmond uitgeroepen tot een ‘urban jungle’. De coffeeshops zijn de afgelopen twintig jaar schatrijk geworden als gevolg van de spectaculaire stijging van het toerisme, van 5,3 miljoen bezoekers in 2011 naar 9,2 miljoen in 2019. De wassende stroom toeristen kwam volgens oud-burgemeester Van der Laan helemaal niet voor de wiet naar de hoofdstad. In de talkshow van Pauw en Witteman, in oktober 2012, noemde hij ‘gewoon door een stad lopen’ de voornaamste beweegreden van de buitenlandse bezoekers: ‘Zal ik u zeggen dat de coffeeshops op plaats veertien staan in de motieven?’ Burgemeester Halsema heeft ook onderzoek laten doen. Uit haar notitie aan de raad: ‘Voor een deel van de toeristen zijn de coffeeshops een (heel) belangrijke en soms de enige reden om naar de stad te komen. Voor onderzochte toeristen in het Wallen/Singelgebied geldt dit zelfs voor 57 procent. (...) Uit onderzoek blijkt dat sommige coffeeshops tussen 2013 en 2015 te maken kregen met een omzetstijging tussen 75 en 200 procent.’

Het centrum van Amsterdam wordt al jaren geplaagd door precies de verschijnselen, die de critici van Halsema zeggen te vrezen: straathandel, overlast, geweld. In een onbedaarlijke omvang. De jonge Amsterdammers uit Zuidoost en Nieuw-West worden straks niet vanuit het paradijs naar Gomorra gelokt, welnee, ze vertoeven daar al lang. En de coffeeshophouders die ongeremde narigheid zeggen te verwachten, zullen vooral doelen op een inzakken van hun nering.

Vanwege het virus zijn de Amsterdamse Wallen al ruim een jaar een hof van Eden: geen toeristen, geen prostituees, geen dealers. Gewoonlijk bloeien hier dope en nepdope als wilde bloemen. Honderden jongeren hangen rond; in hun zakken gemalen paracetamol of ander spul dat maar enigszins op drugs kan lijken. Het wordt verkocht als cocaïne en heroïne. Een wikkel − zilverpapier met daarin platgeslagen aspirientjes − gaat de deur uit voor 50 euro. Een vitaminepilletje van 2 cent levert onder het mom van xtc zo’n 10 euro op. De wijze van verkoop is intimiderend of op z’n minst opdringerig.

I-criterium

In Maastricht is het zogeheten i-criterium − ‘geen toegang aan anderen dan aan ingezetenen van Nederland’ − in 2012 ingevoerd. Het gaf aanvankelijk veel gedoe, ook doordat, naar de stellige overtuiging van het stadsbestuur, Maastrichtse coffeeshops zelf dealers de straat op stuurden. Zo schiepen die als het ware hun eigen gelijk: we hadden toch gewaarschuwd voor straathandel, nu zie je het zelf! Uiteindelijk is een groot aantal van de Belgische, Duitse en Franse klanten niet meer komen opdagen. De Amsterdamse politie zegt voorbereid te zijn op de invoering van het i-criterium. Er komt een versterkt binnenstadsteam. Het is de bedoeling dat de sekswerkers vertrekken van de Wallen. Als ook het roestoerisme afneemt en justitie straatdealers effectief vervolgt, verwacht de politie het probleem onder de knie te krijgen. Invoering van het i-criterium is zo bezien een kans om de straathandel in Amsterdam nu eindelijk eens serieus terug te dringen.

Omdat de discussie zich nu richt op het schrikbeeld van de straathandel, dreigt uit het zicht te raken dat de Amsterdamse burgemeester een veelomvattend plan op tafel heeft gelegd om op lokaal niveau de branche van softdrugs te reguleren. Mede namens de hoofdofficier van justitie en de politiechef streeft Halsema naar een ‘beheersbare cannabismarkt’. Daaronder verstaat zij in de eerste plaats een kleinere branche. Amsterdam telt 166 coffeeshops, 30 procent van het totale aantal in heel Nederland. Voor de lokale behoefte zijn honderd coffeeshops minder nodig. Het i-criterium is voor de hand liggend en effectief voor wie de omvang van de markt wil beperken, het toezicht wil verbeteren en tegelijk de lokale gebruiker zijn joint blijft gunnen.

Interessanter is een andere stap die Halsema wil zetten: de omvorming van de softdrugsbranche tot een tak van nijverheid waar ‘criminele inmenging’ is verbannen. Op verzoek van de Amsterdamse burgemeester ondernamen de twee auteurs van dit artikel in 2019 een verkennend onderzoek naar de drugsgerelateerde criminaliteit in de hoofdstad. Onze conclusie: ‘Amsterdam heeft ruim baan gemaakt voor een Drug Pride, een bonte optocht van halve en hele drugscriminelen, een penoze van scharrelaars en profiteurs, van bemiddelaars en afpersers, van dubieuze notarissen en makelaars, van crimineel voetvolk als scooterrijdertjes en taxichauffeurs én niet in de laatste plaats van jeugdige koeriers met een waarachtig carrièreperspectief: liquidatie as a service.’

Kleinschalige drugsbranche

De doelstelling van de Amsterdamse burgemeester is hooggegrepen en het is niet moeilijk een bak vol scepsis uit te storten over de haalbaarheid van haar voorstellen − we zullen verderop daaraan onze eigen bijdrage leveren. Maar wat telt is het perspectief dat wenkt achter een kleinschalige en transparante drugsbranche: een wereld waarin de coffeeshophouder een eerzame winkelier is, de gebruiker verzekerd is van zijn joint, de maatschappij erop mag vertrouwen dat het gebruik onder controle staat en, nog veel belangrijker, het grote criminele geld in de hennepindustrie de pas is afgesneden.

Laat Den Haag vooral voortmodderen met het onoprechte initiatief van het wietexperiment, al vier jaar geleden afgesproken in het regeerakkoord. De voorbereidende fase loopt ten langen leste naar zijn einde. Wat nog volgt zijn een overgangsfase, een experimenteerfase en een afbouwfase. Tel er gerust vijf of zes jaar bij. Er wordt tijd gerekt en het perspectief na afloop van het experiment is volstrekt onduidelijk. Het CDA en de ChristenUnie schreven in hun verkiezingsprogramma 2021 dat zij naar een drugsvrije samenleving streven en dat alle coffeeshops gesloten moeten worden. Dat mag men natuurlijk willen, maar het zegt alles over de intentie achter het experiment.

Regulering

Al in 2009 verwierp een regeringscommissie de opvatting dat drugsgebruik terug moet naar nul. De commissie stond onder leiding van Wim van de Donk, vooraanstaand CDA’er en destijds voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Uit het rapport: ‘Er is geen toverstaf die het gebruik van psychoactieve stoffen kan doen verdwijnen − als dat al gewenst zou worden.’ De commissie pleitte voor ‘een evenwichtig drugsbeleid’ met ‘preventie, hulpverlening, regulering en handhaving (...) in een afgewogen mix’. Over de coffeeshops merkte de commissie op dat deze bedoeld zijn ‘om aan volwassenen een veilige en rustige plek te bieden voor gebruik’. En verder: ‘Ze zijn dus níét bedoeld als winkels voor iedereen uit binnen- en buitenland, en ook niet als voedingsbodem voor de georganiseerde misdaad.’ En vervolgens omschreef de commissie een lokale regeling van deze kwestie: ‘Met deze intentie kan en moet er ruimte zijn voor lokale invulling, waarin de gezagsdriehoek (burgemeester, openbaar ministerie, politie, liefst ook met inbreng vanuit het gezondheidsbeleid, GGD) het coffeeshopbeleid kan vormgeven op grond van de eigen wensen en omstandigheden.’

Al twaalf jaar geleden is dus de weg gewezen naar regulering op gemeentelijk niveau, door een commissie van louter nette mensen. De Amsterdamse aanpak kenmerkt zich door het uitgangspunt met bonafide coffeeshops in zee te gaan. Het meest concreet is het voorstel deze winkeliers toe te staan een grotere handelsvoorraad aan te houden dan de 500 gram die nu gedoogd wordt. Coffeeshops kunnen voor goed gedrag beloond worden met een keurmerk, naar Haarlems voorbeeld. Maar daarmee is de markt nog niet beheerst.

Het toestaan van een grotere voorraad is ‘vooralsnog uitsluitend’ de enige verandering. ‘Hiermee kan stapsgewijs (...) en geleidelijk het reguleren van de achterdeur in beeld komen’, staat er dan. Let op de schroomvallige woordkeuze: stapsgewijs, geleidelijk, in beeld komen.

Criminelen

Waar komt zoveel behoedzaamheid vandaan? Een aanzienlijk aantal coffeeshops is volgens de Amsterdamse bestuurlijke driehoek onderdeel van een grotere keten. Wat betekent dit? Halsema schrijft het voorzichtig op: ‘Niet zelden zijn ketens georganiseerd in bijzonder complexe en niet-transparante ondernemings- en financieringsconstructies.’ In het kort: daar zitten criminelen achter.

In een begeleidende brief aan de gemeenteraad vermeldt de burgemeester dat de politie ‘ernstige vermoedens’ heeft dat de harddrugshandel zich vermengt met het hennepcircuit, indringender naarmate in deze wereld meer geld omgaat. Het resultaat is ‘geweld, intimidatie en ondermijning van de legale economie en samenleving’.

De vraag is relevant met wie de Amsterdamse autoriteiten straks praten als men naar een bestuurlijk systeem gaat van reguleren. Wie zit aan de andere kant van de tafel? Is het een meneer die deel uitmaakt van ‘complexe en niet-transparante constructies’? In haar notitie over de beheersbare cannabismarkt plaatst de burgemeester een aantal kanttekeningen, waaronder deze: ‘De politie is kritisch ten aanzien van gereguleerde wietteelt, gelet op de concurrentie met de huidige leveranciers van cannabis.’ Hier staat eigenlijk dat de politie in Amsterdam niet gelooft dat lokale afspraken met bonafide telers het vrije spel van de illegale drugsproducenten kunnen doorbreken. Een politiechef zegt: ‘Het is haast ondenkbaar dat de grote jongens zullen zeggen: oké, het was een lange tijd heel leuk, de bordjes worden nu verhangen, jammer, we hebben goed geld verdiend, we stoppen ermee.’

Opgeschoonde cannabismarkt

Als burgemeester Halsema in de gemeenteraad gehoor vindt voor haar evenwichtige pleidooi voor een opgeschoonde cannabismarkt, kan dat een doorbraak betekenen in een ellendig slepend dossier. Gisteren kwam de Amsterdamse driehoek met een nieuw, aanvullend verhaal. Invoering van het i-criterium en beheersing van de cannabismarkt hebben daarin terecht nog steeds een prominente plaats. Nieuw perspectief voor kwetsbare jongeren is een belangrijke aanvulling. Twee aspecten zijn nog onderbelicht.

Bij het aantrekkelijke idee van een opgeschoonde branche op lokaal niveau hoort een zekere mate van terugdringing van de vraag naar cannabis. Het Trimbos Instituut kwalificeert 20 procent van de gebruikers als ‘riskante’ blowers. Het zijn mensen die minstens twintig dagen per maand cannabis gebruiken en in een aantal gevallen al in de ochtenduren beginnen. Voor dit probleem heeft het Amsterdamse stadsbestuur nog weinig aandacht getoond.

Het echte gevecht gaat om de vraag van wie de markt straks is: van de door de gemeente gereguleerde coffeeshops of onveranderd van criminele sleutelfiguren. Regulering mag best stapsgewijs tot stand worden gebracht en invoering van het i-criterium is daar een eerste begin van. Maar voorwaarde is dat niet op de achtergrond de drugscriminelen de lakens blijven uitdelen. Een gereguleerde drugsmarkt kan niet samen gaan met het vrije spel van de georganiseerde misdaad. Daaraan zal het Amsterdamse gezag hoe dan ook een einde, althans een begin van een einde moeten maken. Voor doorbreking van de machtspositie van de criminele netwerken zal Amsterdam hulp nodig hebben van de Nationale Politie, het Openbaar Ministerie en de rijksoverheid. Als Den Haag dan toch een bijdrage wil leveren aan beheerst en verantwoord drugsgebruik, ligt hier een nuttige opdracht.

Pieter Tops is hoogleraar Ondermijningsstudies en directeur van de Stichting Maatschappij en Veiligheid. Jan Tromp is journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden