Column Midden-Oosten

Het conflict in het Midden-Oosten gaat langer duren dan onze Tachtigjarige Oorlog

Max Pam

Eigenlijk had ik over het Eurovisie Songfestival ­willen schrijven, dat ik met stijgende verbazing, of liever met mit brennender Sorge, heb geprobeerd uit te ­zitten. Zelden zag ik zoveel ­talentloosheid in zo’n korte tijd zo schaamteloos voorbijkomen, en dat gold zowel voor de ­zangers en zangeressen als voor de ­presentatoren en presentatrices.

De Nederlandse deelnemer probeerde nog met zijn neus in de lucht uit te leggen dat hij zich aan de malaise had willen onttrekken en daarom in zijn Nachmach-Texaans slechts ­achttiende was geworden, maar dat maakte hij alleen de kat wijs.

En dan te bedenken dat serieuze journalisten – ook van deze krant – dagenlang bezig waren geweest die rotzooi voor te beschouwen. Toen het Israëlische soepkippetje in Lissabon op het schild werd gehesen, had de Volkskrant meer pagina’s aan het Songfestival vuilgemaakt dan aan het zeventigjarig bestaan van de staat Israël. En toen begon het feest pas echt: aan de Israëlische grens sprongen Palestijnen als lemmingen over het prikkeldraad.

Waarom jonge mensen – vaak moslims – zelfmoord plegen voor wat zij een goede zaak ­beschouwen, is moeilijk voor te stellen. Ze zijn ongetwijfeld onrechtvaardig behandeld. Daarnaast zijn ze gebrainwasht en geloven ze oprecht dat een paradijs met vele maagden op hen wacht. Verder schijnt Hamas de nabestaanden der martelaren een flink bedrag uit te betalen.

Maar het blijft nauwelijks te bevatten en ik moet altijd denken aan wat Wim T. Schippers eens tegen een gelovige zei: ‘U zult nog raar opkijken als straks het hiernamaals niet blijkt te bestaan.’

Ja en wat dan?

De Tsjetsjeen die in Parijs op straat zomaar wat mensen neerstak ‘rende weg, maar ontkwam niet, en werd getroffen, en stierf, 21 jaar oud’ – om de dichter te citeren. Het ziet ernaar uit dat het niets wordt met het Koninkrijk Gods, hoe joden, moslims en christenen ook hun best doen om op dat heilige stukje grond de macht te grijpen.

‘Onze wil is sterker dan hun wapens’, is de leus van de Palestijnen die op het prikkeldraad afrennen. Dat vinden ze aan de andere kant ook, dus zit er niets anders op dan zwaargewond terug te rennen. Als dat tenminste nog gaat.

Er zijn al zestig doden gevallen en daar zal het niet bij blijven. In Frankrijk, las ik ergens, komen gemiddeld zo’n tachtig mensen per jaar om door geweld van ­extremistische moslims. Schrale troost: uiteindelijk wordt alles statistiek.

Veel van de familie die ik nog heb, woont in Israël. Zelf ben ik er nog nooit geweest. Wel in Australië, Brazilië, IJsland, Hawaï of de Filipijnen. Een zionistische staat met Palestijnen als tweederangsburgers leek me een weinig aantrekkelijk vakantieland. Maar toen de staat zich eenmaal had gevestigd, was van de kaart vegen geen optie meer.

De terreur- en zelfmoordcultuur die bij grote groepen moslims is ontstaan, heeft hun zaak geen goed gedaan, integendeel. Vanaf het moment dat in Israël schoolbussen werden opgeblazen, is mijn sympathie – niet het juiste woord, maar ik weet geen beter – weer gekanteld. Die stuitende muur kan ik begrijpen, dat is het beste wat ik erover kan zeggen.

En daarom ga ik daar binnenkort maar eens een kijkje nemen, niet in de eerste plaats uit solidariteit of vanwege een sibbekundige verwantschap, maar vooral omdat ik uiteindelijk toch al die plaatsen wil zien waarover men zich eeuwenlang zo druk heeft gemaakt.

Zeventig jaar hebben de onenigheden geduurd. Dat er in de regio op korte termijn vrede komt, of dat er zelfs zoiets zal worden opgezet als ‘vredesbesprekingen’, lijkt me een illusie. Het gaat veel langer duren dan onze Tachtigjarige Oorlog. Het woord dat bij me opkomt is ‘oorlogsmoe’. De Eerste Wereldoorlog is op die manier geëindigd. Op een gegeven moment hadden de strijdende partijen er zo genoeg van dat ze zijn gestopt. Je kunt geen doodskisten naar huis blijven sturen.

Voor de media is het conflict in het Midden-Oosten dagelijkse kost. De historicus-journalist Roelof Bouwman twitterde de topvier van de woorden, die het meest in Nederlandse kranten zijn gebruikt sinds 1960. De eerste drie woorden zijn ‘de’, ‘een’ en ‘het’. Dan volgt op de vierde plaats: Palestijnen. Misschien is het een grapje, maar mij zou het niet eens verbazen als het klopt.

Mogelijk is hiermee ook het steeds groeiende enthousiasme te verklaren dat mijn jour­nalistieke collega’s koesteren voor het Eurovisie Songfestival. Dagelijks te moeten schrijven over de Palestijnse kwestie, dat doet je op den duur happen naar lucht. Dan wil je tenslotte iets ­anders. Dan moet je bij een winnende ­Israëlische kleuter wel even ‘samen uit je bol gaan’. Of wacht! Was dat niet de tekst waarmee we in 1990 laatste werden?

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.