bericht uiteindhoven

Het bron- en contactonderzoek is een strijd tussen hart en hoofd

Journalist Willem Feenstra loopt mee bij de GGD Brabant-Zuidoost, een cruciale organisatie bij de bestrijding van het coronavirus. Vandaag: waarom het bron- en contactonderzoek weer wordt hervat.

Bron- en contactonderzoek bij de GGD.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het gesprek tussen Lydia Bongenaar en de vrouw van eind 60 is net op gang, als de bron- en contactonderzoeker opveert uit haar bureaustoel. De zieke vrouw uit een dorp nabij Eindhoven vertelt met haar warme stem dat ze iedereen al op de hoogte heeft gebracht van haar positieve test. Haar vriend, nicht, zusje. En de kapper.

‘U bent naar de kapper geweest?’ vraagt Bongenaar verontrust. Jazeker, antwoordt de vrouw. Ze was er vrijdag, twee dagen voor ze positief testte.

Bongenaar: ‘Werkte de kapper met bescherming? Had u een mondkapje op?’

Nee, geen bescherming. Nee, ze droeg geen mondkapje.

Een maand of twee geleden zou Bongenaar (61) – een levenslustige vrijbuiter die zich nuttig wilde maken tijdens de crisis - nu het telefoonnummer van de kapper hebben gevraagd. En dan zou ze die hebben gebeld en zeggen: leg alstublieft direct uw schaar neer. Ga in quarantaine. Voorkom dat u straks al uw klanten besmet.

Bron- en contactonderzoeker Lydia Bongenaar.Beeld Willem Feenstra

Op het moment van dit gesprek, in de eerste week van november, is het bron- en contactonderzoek niet veel meer dan een administratieve handeling. Waar ze voorheen acht tot twaalf uur besteedden aan één positief persoon, is dat nu soms niet langer dan tien minuten. Door de explosieve groei in het aantal besmettingen, in september en oktober, moest het onderzoek tot een minimum worden teruggeschroefd.

Bongenaar (61) werkte als architect en bij gemeenten. Dit voorjaar zou ze als zzp’er voor de provincie het kloostererfgoed in kaart gaan brengen. Toen dat wegens corona niet door kon gaan – alle kloosters sloten hun deuren – solliciteerde ze bij de GGD.

In de zomermaanden was het vechten om een positieve casus. Terwijl ze wachtten op besmette mensen, oefenden de veertig onderzoekers maar een beetje op elkaar. Als je dan eindelijk een echt geval kreeg toebedeeld, was je er ook meteen de hele dag mee bezig. Eerst het indexgesprek, waarbij alle contacten van de zieke zorgvuldig in kaart werden gebracht. Daarna iedereen bellen om te waarschuwen of te vragen in quarantaine te gaan. Tussendoor administreren, zodat het netwerk zichtbaar werd.

Bijzonder werk, zeggen de onderzoekers hier. Je kreeg een kijkje achter de voordeur. Je leerde mensen via hun contacten soms heel indringend kennen. Er waren uitzonderingen, maar over het algemeen reageerden mensen dankbaar op de telefoontjes. En, belangrijker nog: het voelde nuttig. Ze zagen hoe ze besmettingsclusters voorkwamen.

Van dat speurwerk is begin november weinig meer over. Er wordt nog wel gebeld met een paar plichtmatige vragen – ‘Weet u waar u het heeft opgelopen? Heeft u toevallig de corona-app? – en de zieke mag zelf ook nog wat vragen stellen. Daarna: ‘Ik stuur u een mail met bijlagen. Kunt u die onder uw contacten verspreiden?’

Zo zakelijk zal Bongenaar het nooit doen. Maar ook zij is aan de nieuwe richtlijnen gebonden. Omdat de vrouw die ze nu aan de lijn heeft al wat ouder is, neemt ze wat langer de tijd en luistert geduldig naar haar levensverhaal. Samen nemen ze haar contacten door. Eigenlijk is alleen de kapper echt dichtbij geweest.

‘Ze is niet heel lang met me bezig geweest hoor’, zegt de vrouw, ‘er hoefde niet veel van af’. Na een korte stilte: ‘Oh man wat baal ik hiervan.’

Op Bongenaars gezicht is medelijden te zien. Ze spreekt de vrouw toe op rustige toon. ‘Ik snap dat het een lastige boodschap voor u is’, zegt ze. ‘Maar u moet aan uw kapper vragen of ze in quarantaine kan gaan. Dat is voor haar ook beter dan dat ze al haar klanten straks besmet.’

‘Maar het is een eenmanszaak’, stamelt de vrouw. ‘O shit, o!’

Met een steen in haar maag hangt Bongenaar na een half uur op. Eigenlijk, zegt ze, is het onmenselijk om dit van een zieke oude vrouw te vragen. Het liefst zou ze zelf de kapper bellen. Dat zou de kans op sluiting van de zaak ook verhogen. Ze weet dan nog niet dat het uitgebreide bron- en contactonderzoek, vanwege de flinke daling in het aantal besmettingen, op woensdag 11 november zal worden hervat.

De dilemma’s zullen daarmee niet verdwijnen. Het bron- en contactonderzoek, zegt Bongenaar, is soms een strijd tussen hart en hoofd. Zoals eigenlijk de hele crisis.

Willem Feenstra bericht de komende weken vanuit de GGD Brabant-Zuidoost. Aflevering 1: het uitgeklede bron- en contactonderzoek

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden