OpinieEnergiebronnen

Het bouwen van een zonnepark in arme landen is een rendabele investering in klimaatbeleid en ontwikkeling

‘Het is immoreel om arme landen technologie te ontzeggen’, zei Robert Bryce. Maar aan hen eerst maar vieze energiebronnen leveren, is hen opzadelen met toekomstige problemen, en ook nog eens onnodig, betoogt Eco Matser.

Studenten in Namibië aan het werk op een dak om zonnepanelen aan te brengen tijdens een praktijkles in Walvisbaai. Beeld Roel Burgler / HH

In de Volkskrant van 18 september jl. wordt in een interview met journalist Robert Bryce gesproken over de rol van moderne energie in armoedebestrijding. Bryce verwoordt terecht dat toegang tot energie inkomens laat stijgen en ontwikkeling bevordert. De journalist impliceert echter ook een tegenstelling tussen het verkrijgen van die toegang en het realiseren van klimaatdoelstellingen. Daarbij plaatst hij vraagtekens bij het nut van investeringen in duurzame energie. Dit is zowel schadelijk voor het klimaatbeleid als voor lage inkomenslanden op lange termijn.

Ten eerste haalt Bryce verschillende schaalniveaus door elkaar. Hij baseert zijn pleidooi enerzijds op de behoeften van arme mensen en noemt in dat kader energie voor irrigatie, koeling, ziekenhuizen en mobiele telefonie. Anders dan Bryce suggereert, kunnen deze toepassingen prima met duurzame energie gedekt worden. Dit is ook de ervaring van onze ontwikkelingsorganisatie Hivos. Met name in rurale gebieden wordt er steeds meer gebruik gemaakt van duurzame energiebronnen zoals biogas en zonne-energie. Het gerenommeerde Internationale Energie Agentschap zegt niet voor niets dat zonne-energie dé bron van energie is voor het merendeel van de 600 miljoen mensen in Afrika die op dit moment geen toegang tot energie hebben.

Grote industrie

Anderzijds zegt Bryce dat duurzame energie geen grote industrie kan dienen. Dit laatste is weinig relevant gezien het feit dat hij zijn pleidooi richt op de behoeften en toepassingen voor burgers. Bovendien wordt er wel degelijk gewerkt aan oplossingen voor de zware industrie. Er is weliswaar nog geen silver bullet, maar de ontwikkelingen op dat gebied gaan razendsnel. Kijk bijvoorbeeld naar Rotterdam die de industrie in de stad over een aantal jaar wil laten draaien op waterstof. Dit is vooralsnog duurder, maar dat zou nu juist - met internationale klimaatgelden - ook in ontwikkelingslanden gestart kunnen worden. Bijvoorbeeld via de Nationally Determined Contributions (NDC) die door regeringen zijn opgesteld als plan om emissies te reduceren. Investeren in de energietransitie is daar een onderdeel van.

Ten tweede haalt Bryce aan dat (klimaat)actiegroepen en milieuorganisaties uit Europa en de Verenigde Staten via de Wereldbank lage inkomenslanden in het kader van de klimaatdoelstellingen toegang tot energie uit fossiele brandstoffen, zoals steenkool en waterkracht, ontzeggen. Dit is ten onrechte. Die groepen en organisaties willen juist een goede oplossing die ook in de toekomst houdbaar is.

De wereld kan zich simpelweg niet permitteren om lage inkomenslanden hun ontwikkeling te laten bouwen op fossiele energiebronnen. Niet alleen vanwege het klimaat, maar ook omdat zij straks anders opnieuw in het wereldeconomische nadeel zijn. Je kunt er namelijk donder op zeggen dat onder meer de EU strenge normen gaat stellen aan de hoeveelheid CO2 die voor een product mag worden uitgestoten. Als lage inkomensland, aangewezen op vervuilende kolencentrales, kun je toegang tot Europese markten dan wel schudden.

Duurzame elektriciteit

Op dat moment zullen ontwikkelingslanden dus opnieuw moeten investeren om hun elektriciteitsnetwerk duurzamer te maken. Ze zullen daarmee voor een nieuw probleem komen te staan wat in de klimaatonderhandelingen stranded assets wordt genoemd, of in het Nederlands: ‘vastgelopen marktwaarde’. Dat zijn bijvoorbeeld investeringen in energiecentrales en grote reserves aan fossiele brandstoffen (olie, gas, kolen) die worden meegeteld in de waardebepaling van energiebedrijven maar niet meer kunnen worden benut. 

Een goed voorbeeld is het energiebedrijf E.On dat miljarden heeft verloren door sluiting van kolencentrales. Dat kan overheden ook duur komen te staan als ze dit soort verliezen moeten compenseren. Kijk naar de Duitse energiemaatschappij RWE die van de overheid 2,6 miljard euro aan compensatie verwacht.

Het is dan ook zaak om de hier geleerde lessen toe te passen en lage inkomenslanden te helpen direct een zonnepark te bouwen, in plaats van een kolencentrale die over enkele jaren dicht moet. Dat is een rendabele investering in rechtvaardig klimaatbeleid én ontwikkeling.

‘Als mensen moeten kiezen tussen vieze energie en geen energie, dan kiezen ze voor vieze energie.’ Bryce heeft waarschijnlijk gelijk als hij dit zegt. Maar, zoals hierboven beschreven, het is niet óf óf, maar én én. We moeten nu vol inzetten op duurzame energie om klimaatverandering tegen te gaan én armoede te bestrijden.

Eco Matser is programmamanager energie van ontwikkelingsorganisatie Hivos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden