Column Elma Drayer

Het boerkaverbod valt in de praktijk lastig te handhaven, dat betekent niet dat hij onzinnig is

En daar meldden ze zich weer, de apologeten van de nikab – het (bijna) gezichtsbedekkende lapje stof dat de Allerhoogste erg graag ziet bij Zijn schepselen van het vrouwelijk geslacht. Althans, volgens sommige ultravrome moslims. Zij menen dat de mensheid opgedeeld moet zijn in wezens (m) die in de openbare ruimte hun gelaat mogen tonen en wezens (v) die dit niet mogen.

Aanleiding ditmaal: de uitspraken van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema, eind vorige week in een multicultureel debatcentrum. Schalks verklaarde ze daar (‘Ik vind dat zó niet bij onze stad passen’) dat ze het aanstaande ‘boerkaverbod’ niet zal handhaven als het per 1 juli 2019 in werking treedt. Later herhaalde ze in de gemeenteraad dat de Amsterdamse driehoek ‘geen prioriteit’ zal geven aan de handhaving van wat voluit de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding heet.

Ik kan me daar eerlijk gezegd iets bij voorstellen. Er zijn nu eenmaal ernstiger wetsovertredingen die om handhavingsaandacht vragen – zeker in een grote stad. Na een woninginbraak komt de wijkagent zelden poolshoogte nemen. De aangifte van een fietsendiefstal verdwijnt meestal in een diepe la. Als ook het boerkaverbod na 1 juli laag op de to-dolijstjes belandt, alle begrip.

Maar dat een wet in de praktijk lastig te handhaven valt, betekent niet dat hij onzinnig of overbodig is. Het fijne van wat menigeen schamperend ‘symboolwetgeving’ noemt is juist dat ze symbolisch is. Het boerkaverbod zal straks weinig méér betekenen dan dat deze samenleving gezichtsbedekking in sommige openbare ruimtes zeer onwenselijk vindt. Al had dat van mij in alle openbare ruimtes mogen zijn, zo’n signaal kan ik alleen maar toejuichen.

Daar blijken nogal wat lieden nogal anders over te denken. Enthousiast sloegen ze na Halsema’s uitspraken aan het vergoelijken, bagatelliseren of zelfs verdedigen van de gelaatsbedekkende sluier.

Neem de oudere student die vorige week vrijdag een journalist van deze krant naar de Hogeschool Rotterdam had gelokt. Uit solidariteit met nikabdraagsters (‘Ik geloof in interactie via stem en ogen’) droeg hij tijdens zijn diploma-uitreiking een bivakmuts. De man had zich laten inspireren, zei hij, door een foto van Afghaanse vrouwen die volgens hem ‘bewust’ voor de gelaatsbedekking kozen. Zou zo’n malloot nu echt niet beseffen dat vrouwen in Afghanistan überhaupt geen keuzevrijheid wordt gegund?

Of neem feministisch maandblad Opzij. Ooit, onder leiding van hoofdredacteur Cisca Dresselhuys, wierp het zich op als principieel verdediger van het onbedekte vrouwenhoofd. Terecht. Nu verscheen er op de site slechts een badinerend stukje over de nieuwe wet. ‘Het valt nog niet mee’, vond de redactie, ‘om ergens een goede motivatie te vinden.’

Of neem professor Annelies Moors van de Universiteit van Amsterdam, waar ze de leerstoel Hedendaagse moslimsamenlevingen bekleedt. In een bijdrage op de website Republiek Allochtonië betoogde ze dat het boerkaverbod ‘ingaat tegen grondrechten zoals godsdienstvrijheid en uitingsvrijheid’ en dat het ‘de participatie van deze vrouwen in de samenleving alleen maar belemmert’.

Of neem professor Tom Zwart, gespecialiseerd in ‘crosscultureel recht’ aan de Universiteit Utrecht. De nieuwe wet, schreef hij in Het Parool, leidt tot ‘indirecte discriminatie’. Bovendien levert de regeling ‘een beperking op van de godsdienstvrijheid van vrouwen die de boerka als onderdeel van de uitoefening van hun geloof beschouwen’.

Zouden deze hooggeleerden nu echt niet weten dat de islamitische gezichtssluier met heel veel te maken heeft, maar uitgerekend niets met vrijheid van uiting, mening of godsdienst? Dat vroomheid, excusez le mot, hooguit het schaamlapje is? Dat het daarbij niet uitmaakt of de draagster haar gelaat bedekt onder dwang of uit vrije wil? Dat de nikab, hoe je het wendt of keert, de fundamentele ongelijkwaardigheid tussen de seksen propageert? En dat je daar niet in mee moet gaan, althans niet in een samenleving als de onze?

Ik vermoed dat ze dit best weten. Ik vermoed alleen dat ze het niet willen weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.