Opinie

Het bestrijden van de coronacrisis leidt tot een andere crisis: die onder jongeren

Van de belofte om de ideeën van jongeren mee te nemen in de inrichting van de anderhalvemetersamenleving hebben we niets meer gehoord. De politiek moet niet alleen begrenzen, maar ook perspectief bieden, betoogt Femke Kaulingfreks.

Een arrestatie in Rotterdam tijdens de rellen op 25 januari.  Beeld EPA
Een arrestatie in Rotterdam tijdens de rellen op 25 januari.Beeld EPA

Van Urk tot Rotterdam en van Enschede tot Eindhoven, zoveel plekken waar jongeren de straat op gingen om te rellen zagen we niet eerder. Dat de avondklok de laatste druppel was die de emmer vol frustraties deed overlopen, viel te verwachten. Jongeren hebben het voor hun ontwikkeling hard nodig om buiten hun ouderlijk huis nieuwe ervaringen op te doen en sociale relaties op te bouwen. Die mogelijkheid wordt hun nu ontzegd. De schade die sommige jongeren oplopen door het langdurige lockdown-isolement kan ook hun volwassen leven nog bepalen. Het gaat niet alleen om leerachterstanden en werkloosheid, maar ook om psychosociale problematiek. 

Eenzaamheid, angsten, depressies, zelfmoordgedachten, eetstoornissen en verslavingen nemen vooral onder jongeren toe. Het wordt steeds duidelijker dat de maatregelen om de coronacrisis te bestrijden, een crisis in de ontwikkeling van jongeren tot gevolg hebben. Die tweede crisis staat beduidend minder hoog op de politieke agenda. Van de belofte om de ideeën van jongeren mee te nemen in de inrichting van de coronasamenleving is nog weinig terecht gekomen. Er kwam een Jongeren Denktank Coronacrisis, maar diens adviezen hebben nog niet geleid tot concrete politieke stappen om jongeren te ondersteunen. Waar Rutte in mei nog stelde dat we met elkaar naar de beste oplossingen moeten zoeken, werden alle maatregelen in de tweede lockdown, van de sluiting van de scholen tot de avondklok, afgekondigd zonder erkenning van de impact op jongeren.

Pijnlijker

Des te pijnlijker waren de verbazing en getoonde onwetendheid over de onderliggende oorzaken die bleek uit de politieke reacties op de rellen. Aangezien het hele land even in vuur en vlam leek te staan kwam de verzuchting dat de rellen zo ‘on-Nederlands’ zouden zijn tegelijkertijd misplaatst en logisch op me over. 

Want wie moet je nog de schuld geven als zowel oer-Hollandse kaaskoppen als migrantenkinderen, zowel Randstedelingen als provincialen, zowel hooligans als middelbare scholieren stenen naar de politie gooien? Wanneer de openbare orde wordt verstoord, is de eerste reflex vaak om de daders buiten de samenleving te plaatsen, alsof alleen diegenen die ons vreemd zijn de samenleving kunnen ontwrichten. Als ‘zij’ het zijn die de boel verstoren hoeven ‘wij’ ons niet af te vragen in hoeverre we verantwoordelijk zijn voor hun grieven en gedrag. Dit keer bleek het echter niet gemakkelijk om de vreemde, onaangepaste ander de schuld te geven van het geweld, want overal deden jongeren mee.

Toch slaagden politici er wonderwel in om de verantwoordelijkheid voor het bewaren van de vrede buiten zichzelf te leggen. Rutte stelde niet op zoek te willen gaan naar ‘diepe sociologische betekenissen of oorzaken’. Een curieuze uitspraak, aangezien datgene wat sociologen onderzoeken - de bredere maatschappelijke structuren en machtsmechanismen die het gedrag van mensen beïnvloeden - het terrein bij uitstek is waarop politici het verschil kunnen maken. Rutte benadrukte echter dat het aan de politie, de ouders, de vrienden, de vriendinnen en ‘de omgeving’ was om de rellen te stoppen.

Onvermoeibaar

Na de eerste ongeregeldheden namen allerlei verschillende partijen inderdaad hun verantwoordelijkheid. Zo liep ik op dinsdagavond in Amsterdam-Osdorp met de buurtmoeders mee en zag ik hoe zij onvermoeibaar iedereen aanspraken op straat. Van een grote groep breedgeschouderde Ajax-supporters tot opgejaagde jochies op scooters, ik zag de moeders overal tussen springen. Zowel streng als inlevend, en steeds met een persoonlijke benadering, wisten ze de gemoederen tot bedaren te brengen. Zo ziet een veerkrachtige participatiesamenleving er in de praktijk uit, dacht ik. 

In nauwe samenspraak met elkaar en de politie konden jongerenwerkers, buurtvaders en -moeders, vrijwilligers van kerken en moskeeën na maandag in de meeste steden de schade beperkt houden. We kunnen trots zijn op dit brede netwerk van sociale controle en steun om jongeren heen, waarin niet alleen ouders, maar ook andere formele en informele gezagsdragers zich betrokken tonen bij hun welzijn.

Gebrek aan perspectief

Ik sprak echter ook jongeren die me vertelden dat het gebrek aan perspectief hen de straat op dreef. Ze keurden het geweld af, maar toch kwamen ze kijken. Wie geen toekomst voor zich ziet, kiest er makkelijker voor om vandaag risico’s te nemen als er iets te beleven valt. ‘Het gaat om de manier waarop je ze aanspreekt. Het is niet goed wat ze doen, maar we kunnen ze alleen naar huis krijgen als we laten zien dat we ze begrijpen’, zei Fadoua, een van de buurtmoeders. ‘Het is immers de toon die de muziek maakt.’ 

Zo goed als Fadoua de juiste toon wist te vinden, zo toondoof kwamen de politieke reacties op de rellen op mij over. Mocht de vlam weer in de pan slaan, dan hoop ik dat politici zich eens publiekelijk durven te bekommeren om ‘onze, Nederlandse jongeren’. Van Urk tot de Haagse Schilderswijk, de Hollandse jeugd verdient het om serieus genomen te worden. Fadoua en de andere moeders kunnen veel, maar niet alles. Naast passende begrenzing en ondersteuning is het bieden van perspectief op een betere toekomst ook een politieke verantwoordelijkheid.

Femke Kaulingfreks is lector Jeugd en Samenleving, Hogeschool Inholland

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden