Opinie

'Het belangrijkste misverstand is misschien wel dat blauw op straat helpt tegen criminaliteit'

Er is een enorme kloof tussen wat we van politie en justitie verwachten, en wat ze werkelijk kunnen doen, betoogt publicist Bart de Koning.

Een agent bekijkt het draaiboek voor Project X-feest in Haren. Beeld ANP

'Wij wenschen een politie waarvan zo weinig mogelijk worde gezien en waarvan zo weinig mogelijk worde gehoord.'

Het zijn woorden van Johan Thorbecke, de grote liberale staatsman uit de negentiende eeuw. Vergelijk dat eens met Nederland in 2012. Zomaar een paar voorbeelden uit het nieuws van de afgelopen dagen. Agenten moeten soms maanden achter elkaar in dezelfde broek lopen omdat korpsen geen nieuwe uniformen op voorraad hebben, meldde De Telegraaf op de voorpagina. De aanpak van de misdaad in Noord-Holland heeft gefaald, zo blijkt uit gelekte cijfers van de korpsen Noord-Holland Noord, Zaanstreek-Waterland en Kennemerland. De nieuw te vormen politieregio Noord-Holland streeft naar een ophelderingspercentage van 15 procent.

Nederland is geobsedeerd door alles wat met politie en veiligheid te maken heeft. Neem bijvoorbeeld het regeerakkoord van het kabinet-Rutte, een verre nazaat van Thorbecke: 'Veiligheid is een kerntaak van de overheid. Randvoorwaarde voor vrijheid en vertrouwen is een omgeving die niet onveilig is en waar geen gevoelens van onveiligheid heersen.'

Dit is een zeer ambitieuze belofte. Een omgeving kan alleen maar 'niet onveilig' zijn als er geen misdadigers zijn. Alle criminelen van de straat halen, is op zich al een zeer hooggegrepen doelstelling die nog nooit ergens verwezenlijkt is. Maar het kabinet deed er nog een enorme schep bovenop. Er mogen zelfs 'geen gevoelens van onveiligheid heersen'. De politie dient dus niet alleen te zorgen voor objectieve veiligheid (alle boeven van de straat), maar ook voor subjectieve veiligheid (niemand mag zich bang voelen). Een fraai ideaal, maar een korte blik op de praktijk van het politiewerk maakt duidelijk dat het volkomen onhaalbaar is.

Veiligheidsmythe
Nederland is in de greep van een veiligheidsmythe. Die mythe heeft twee kanten. Aan de ene kant schilderen politici Nederland vaak af als veel onveiliger dan het in werkelijkheid is. Denk aan roemruchte kreten als 'het land staat in brand!' van Laetitia Griffith, en 'we gaan het land terugveroveren op de hufters' van Mark Rutte.

De andere kant van de mythe is dat politici ons een utopisch veilige toekomst beloven, veel veiliger dan ooit haalbaar zal zijn. Er is een enorme kloof tussen wat politici, media en publiek van politie en justitie verwachten en wat politie en justitie in werkelijkheid doen - en wat ze kúnnen doen. Politiewetenschappers en criminologen hebben in de loop der jaren een indrukwekkende hoeveelheid kennis opgebouwd over wat werkt en wat niet werkt. Helaas bereikt die kennis het grote publiek nooit en doen ook politici er vrijwel niets mee. Dat was de reden voor het onderzoeksprogramma Politie & Wetenschap het initiatief te nemen voor 'De veiligheidsmythe'. Het boek ontleedt dertien misverstanden over politie en justitie in even zoveel hoofdstukken. Denk daarbij aan de misverstanden dat strenge straffen afschrikwekkend zouden werken, dat zero tolerance effectief is, dat Nederlandse rechters soft zijn, dat misdaadgeld onze economie infecteert, dat drugs keihard bestreden moeten worden en dat ouderen vaak beroofd worden.

Het belangrijkste misverstand is misschien wel dat blauw op straat helpt tegen criminaliteit. 'The police do not prevent crime', stelt de vooraanstaande Amerikaanse politiewetenschapper David Bayley. Een enorme berg internationaal onderzoek heeft geen verband kunnen aantonen tussen het aantal politiemensen in een land en de criminaliteitscijfers. Dat gaat tegen de intuïtie in: als er meer blauw op straat is, pakken ze meer boeven en is er minder misdaad. Toch is dat niet zo. Opsporen, verbaliseren en handhaven is maar een klein deel van het werk. Sussen, hulpverlenen, signaleren, bemiddelen, waarschuwen, doorverwijzen en niets doen zijn veel belangrijker. De politie besteedt hoogstens zo'n 15 procent van de tijd aan opsporing en 'echte' criminaliteit, zo blijkt uit een halve eeuw onderzoek. Het echte 'boeven vangen', dus het opsporen en arresteren van mensen die zich schuldig maken aan serieuze misdaad zoals moord, roofovervallen, pedofilie, vrouwenhandel en witwassen, is werk voor de recherche, niet voor blauw op straat.

En juist van die recherche hebben we in Nederland veel te weinig. Politici en journalisten zijn al decennia geobsedeerd door meer 'blauw op straat'. Tussen 1991 en 2009 is de politie gegroeid van 38.650 naar 55.599 fte's. De Nederlandse politie is van alle Europese korpsen verreweg het snelst gegroeid, met maar liefst 43,9 procent in twintig jaar.

Boeven vangen
Wat zijn die bijna 20 duizend extra mensen gaan doen? Wie de beloften van de Nederlandse politiek de afgelopen jaren gevolgd heeft, zal waarschijnlijk denken: op straat lopen en boeven vangen. Dat valt tegen. De groei van de Nederlandse politie is voor het grootste deel gaan zitten in de ondersteuning, die meer dan verdubbelde tussen 1994 en 2009. De 'primaire uitvoering' - dus de mensen die het echte politiewerk doen: blauw en recherche - steeg met 11 procent. Die groei zat 'm vooral in de verdubbeling van het aantal wijk- en districtsrechercheurs naar zo'n 3200 man. Het echte blauw op straat groeide met slechts 3 procent: van 17.967 naar 18.583 agenten. De ondersteuning (bijvoorbeeld meldkamer) groeide met 107 procent en de leiding en overhead met 43 procent. Ondanks een flinke groei heeft de Nederlandse politie van heel Europa de minste recherche: 12,8 procent van alle mensen, tegen bijvoorbeeld 17,2 procent in Duitsland.

Naast de wijk- en districtrechercheurs zitten er zo'n 1200 rechercheurs op zware criminaliteit, nog eens zo'n 1200 doen milieu, jeugd & zeden en andere specialismen en 393 houden zich bezig met fraude, 'plukken' van criminelen en computercriminaliteit. Na 'blauw' is 'leiding en overhead' verreweg de grootste categorie bij de politie: zij slokken maar liefst 28,9 procent van al het personeel op, waarmee Nederland internationaal heel hoog zit.

Wie deze getallen kent, begrijpt waarom de politie in Noord-Holland moet worstelen om een ophelderingspercentage van 15 procent te halen. De Duitse politie haalt moeiteloos het drievoudige. Maar die hebben dan ook veel meer recherche. En geen beleidsmedewerkers.

Dit is een bewerkt fragement uit De veiligheidsmythe van Bart de Koning, publicist gespecialiseerd in privacy en veiligheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.