VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Amsterdam

Het antisemitisme laait niet op, het is nooit verdwenen

x Beeld x
xBeeld x

Kan een Jood Bevrijdingsdag vieren? ‘Ik denk’, zegt journalist Margalith Kleijwegt behoedzaam, ‘dat veel Joden na de bevrijding zijn ‘geschmad’.

Ze spelt het woord zoekend (‘ik weet niet zeker of ik het wel goed zeg’), haar broer Martijn noemt hen niet voor niets ‘amateur-Joden’, lacht ze. Niet-wel-Joden.

Ge-schmad: als iemand zijn Joods-zijn aflegt, bijvoorbeeld door van naam te veranderen. Geschmad komt van ‘zich sjmadden’, Jiddisch voor ‘zich laten dopen’. Haar eigen oom Karel veranderde na de oorlog zijn naam Cohen in ‘De Sterke’, de achternaam van zijn moeder. ‘Er is vaak meesmuilend over gedaan’, zegt Margalith Kleijwegt, ‘maar het was natuurlijk angst’.

Haar grootvader is vermoord in Sobibor, haar oom in Auschwitz, moeder Netty, tante Esther en neef Jaap moesten onderduiken. Zelf komt ze pas nu, met haar net verschenen familiegeschiedenis Verdriet en Boterkoek, volledig als Jood uit de kast. Haar niet-Joodse man, fotograaf Ad van Denderen, vroeg half grappend of ze soms ook belijdend werd. ‘Natuurlijk niet!’, riep zij.

Haar moeder, de eerste naoorlogse radio-omroepster en latere documentairemaakster Netty Rosenfeld, had al voor de oorlog afstand van het Joods-zijn genomen, zij wilde niet bij een groep horen waar ze zelf niet voor had gekozen. Toen werd ze door het antisemitisme tot Jood gemaakt. En na de oorlog nam ze opnieuw afstand, maar gaf ze Margalith wèl haar opvallende Hebreeuwse voornaam. Over die ambivalentie, herkenbaar voor veel Joden in Nederland die zich na de bevrijding wat verdekt gingen opstellen, maakt haar boek indrukwekkend veel duidelijk.

Margalith Kleijwegt Beeld Margriet Oostveen
Margalith KleijwegtBeeld Margriet Oostveen

Margalith Kleijwegt (70) werd een bekend journalist in Vrij Nederland en met toonaangevend onderzoek naar moslimfamilies en achterstandsbuurten. Ze beschreef al vroeg hoe antisemitisme zich onder jonge moslims manifesteert, maar haar zal je niet horen beweren dat het alleen uit die hoek komt, zoals nu in sommige kringen bon ton is. ‘Dat is gewoon niet zo. Het speelt zeker een rol, maar niet alleen daar.’ Bestudeer de talloze antisemitische reacties onder tweets van Lodewijk Asscher maar eens, zegt ze, zij dééd dat. ‘Daar zit vaak geen moslim bij. Wás het maar zo simpel.’

Voor haar levensluchtige, warme moeder van wie ‘alles mocht’ werd Joods-zijn iets ‘waar je mee moest zien te dealen’. Met haar naam en haar bekendheid kon zij ook niet anders. Toen Netty in 1945 bij Radio Herrijzend Nederland in Eindhoven begon, kwamen na de eerste uitzending al antisemitische protestbrieven binnen: ‘Die Joodse vrouw hoort niet op de radio.’ De antisemitische post is nooit verdwenen, later belden onbekenden ook naar hun huis om Margalith te zeggen dat ze vergeten waren haar moeder te vergassen.

Het antisemitisme laait niet op, het is nooit verdwenen. Maar wie ziet het nog? Toen de Volkskrant in april een stereotype illustratie van Maurice de Hond als poppenspeler afdrukte, omdat bij een minimale weekendbezetting tot niemand doordrong hoezeer die op nazipropaganda leek, was haar humorvolle broer Martijn woedend (en dat schreef hij ook naar de krant). Ook haar zoon Kers (29), die zijn Joods-zijn lichter opneemt dan zij, zag meteen wat er niet in de haak was. ‘Maar hij zei ook ogenblikkelijk te begrijpen hoe zoiets gebeurd was. Jonge mensen van mijn leeftijd wéten dit niet meer, zei hij, die houden zich daar niet mee bezig.’

En daar hebben wij op onze beurt mee te dealen: ‘Je moet daar in de krant na zo’n misser wel wat mee doen, vind ik’. Maak nou eens een serie over stereotyperingen om iedereen bij te spijkeren, zegt ze. ‘Het mag met humor!’ Of laat een redacteur onderwijs het Nederlandse geschiedenisonderwijs doorspitten op lacunes over antisemitisme. ‘Terwijl complotdenkers volop bij antisemitisme uitkomen, geven sommige docenten geen weerwoord meer aan leerlingen die beweren dat 9/11 is veroorzaakt door de Joodse filantroop George Soros.’

Bevrijdingsdag draait om de vraag wat je door wilt geven, vindt Margalith Kleijwegt. In haar geval: dat de oorlog is verdwenen, maar het antisemitisme niet. En hoe een Joodse achtergrond niettemin een drijvende kracht kan zijn. ‘Ik had het niet willen missen. Dat zij mijn moeder was. En dat we ons leven zo hebben geleid.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden