Column Sylvia Witteman

Het allermooist in dat museum zijn toch wel de opgezette ruimtehondjes

Sylvia Witteman. Beeld de Volkskrant

Mocht u toevallig in Moskou zijn, dan moet u het ‘Monument voor de veroveraars van de ruimte’ beslist niet overslaan. Dat kán ook bijna niet, want het is, naar goed Sovjetgebruik, opzichtig en reusachtig: een meer dan 100 meter hoge obelisk in de vorm van een opstijgende raket. Toen ik hem laatst na lange tijd weer eens terugzag liepen de rillingen van ontzag me over de rug, en dat was natuurlijk ook precies de bedoeling toen de Russen dat ding oprichtten, in de jaren zestig.

Ik ben dol op ruimtevaart uit die tijd. Toegegeven, het was een zinloze bezigheid, die vooral neerkwam op kinderachtig machtsvertoon tussen Rusland en Amerika, een beetje zoals 13-jarige jongetjes tegen elkaar opscheppen wie er de grootste lul heeft (‘ja, maar hoe heb je ’m dan gemeten? Van ónderaf zeker? Ja, dan is de mijne  óók 21 centimeter!’) maar juist daarom zo ongrijpbaar ontroerend.

De Sovjetruimtevaart schonk ons bovendien Joeri Gagarin, zonder twijfel de aanbiddelijkste man van 1 meter 57 die ik ooit heb gezien. Die ogen! Die lach! Dat dappere, compacte lijfje! In het museum onder dat monument is een van zijn ruimtepakken te zien, en alleen dát al is in zijn kleine, schattige heroïek werkelijk om te sterven van liefde.

Maar het allermooist in dat museum zijn toch wel de opgezette ruimtehondjes, Bjelka (‘eekhoorntje’) en Strelka (‘pijltje’). Daar zitten ze, de oortjes alert opgericht, snuit nieuwsgierig in de lucht, de glazen oogjes starend in een turbulent verleden. In 1960 werden ze van de straat geplukt, met eindeloos geduld getraind voor de ruimtevaart en uiteindelijk afgeschoten in een baan om de aarde.

Het liep nog goed af ook. Smeltend van vertedering bekeek ik de oude beelden: hoe ze zich zonder morren laten meten, wegen en met elektrodes beplakken, de tong vrolijk uit de bek; hoe ze braaf rondstappen in allerlei ingewikkelde hondenruimtepakjes en hoe ze zich – nieuwsgierig maar vol vertrouwen – in die satelliet laten tillen, een ongewisse toekomst tegemoet. En na die heroïsche reis door de kosmos springen ze gewoon weer opgetogen blaffend uit die satelliet tevoorschijn, klaar voor nieuwe avonturen. Nee, zoiets hoef je bij een kat niet te proberen.

Naast mij keek een Russische schoolklas met open monden mee. Een ondermaats meisje van een jaar of 10 riep telkens handenwringend hoe zielig ze het vond voor Bjelka en Strelka. ‘En hun papa en mama?’ vroeg ze aan de gids. ‘Waren die niet vreselijk bang?’

‘Het waren straathonden’ antwoordde de man koel. ‘Die hébben geen papa en mama.’

Wat een zak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.