Opinie

'Het 'algemene karakter' van de Nationale Herdenking is kwetsend voor Joodse Nederlanders'

De overheid zou de Nationale Herdenking weer moeten terugbrengen naar haar oorsprong: de herdenking van allen die gevallen zijn in de Tweede Wereldoorlog, onder wie 102 duizend Joodse burgers, vindt Hans Vuijsje.

Prins Willem-Alexander en koningin Beatrix bij de Nationale Hederking op de Dam in Amsterdam in 2011. Beeld anp

De Nationale Herdenking 2012 werd omringd door een aantal incidenten die velen beroerde. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei wilde een jongere een gedicht laten voorlezen op de Dam over zijn oom die als soldaat aan het Oostfront had gevochten, en de gemeente Vorden besloot op 4 mei ook langs de graven van Duitse soldaten te lopen. Een storm van protest vanuit Joodse kringen was het resultaat. De verontwaardiging viel in een moeras van onbegrip. De Joden willen zich de Nationale Herdenking toe- eigenen! Een heftige discussie ontstond. Tijd voor een terugblik.

De afgelopen weken heeft Joods Maatschappelijk Werk (JMW) door het land heen bijeenkomsten gehouden met als thema 'Herdenken en de Tijdgeest'. Uit deze bijeenkomsten komt een beeld naar voren van een gemeenschap die het gevoel heeft dat antisemitisme in de Nederlandse samenleving toeneemt, zich kwetsbaar voelt en - vooral - het gevoel heeft 'er alleen voor te staan'.

Diep gekwetst is ze door de verbreding van de Nationale Herdenking. Die herdenking krijgt steeds meer een algemeen karakter. Het zijn niet alleen de gevallen verzetsstrijders, de vermoorde Sinti en Roma, de uitgeroeide Joodse gemeenschap en de gevallenen in Nederlands-Indië die herdacht worden, maar ook soldaten die omkwamen na de jaren 1940-'45.

Antisemitisme
Gevoelens van onbehagen bestaan al langer. In 2000 en 2010 deed het instituut NIDI onderzoek onder Nederlandse Joden. In 2000 dacht 78 procent van de Joden dat er in Nederland enigszins of in aanzienlijke mate sprake was van antisemitisme. In 2010 was dit percentage gegroeid naar 87. In 2000 gaf 41 procent van de onderzochten aan zelf antisemitisme ervaren te hebben; in 2010 was dat 48 procent. De helft had het gevoel in die tien tussenliggende jaren kwetsbaarder te zijn geworden.

Meerdere factoren hebben daaraan bijgedragen. Zoals de verruwing in de omgangsvormen. 'Je zegt wat je denkt en doet wat je zegt' lijkt misschien een mooi devies, maar wekt bij menigeen met traumatische oorlogservaringen angst op. Hoelang wordt in de voetbalstadions niet al 'Hamas, Hamas, Joden aan het gas' gescandeerd?

Bovenop deze verruwing in de samenleving is de afgelopen jaren een sterke stroming van fundamentalistisch-atheïsme ontstaan. Een tendens die zich uit in een zeer kritische houding naar religieuze en culturele groepen. Die stroming heeft duidelijke gevolgen voor Joden. Joden worden - ik stel dat nu even wat karikaturaal - gezien als een sekteachtige groep met obscure gebruiken. Jongetjes worden lichamelijk misvormd (besnijdenis) en dieren mishandeld (ritueel slachten). Van enige nuancering is geen sprake.

Een derde factor wordt gevormd door een gestage vermindering van de aandacht voor de Jodenvervolging tijdens de oorlog. Dit heeft ten dele te maken met het feit dat de generatie die het zelf heeft meegemaakt en daarvoor in het publieke debat aandacht vroeg, bijna is verdwenen. Anderzijds verschuift de aandacht in het publiek debat zich in toenemende mate naar andere thema's.

Algemene standaard
De Shoah geniet weliswaar nog altijd veel aandacht, maar de 'onschendbaarheid' waarmee het thema ooit was omgeven is verdwenen. In het spraakgebruik is 'Shoah' verwaterd tot een algemene standaard voor het slechte, waarvan velen zich in hun belangenbehartiging bedienen, van de dierenlobby tot de milieubeweging.

De Shoah is het laatste decennium steeds meer een enigszins abstract containerbegrip geworden, waarbij men zich niet realiseert dat in ons land het Jodendom daarvan meer te lijden heeft gehad dan in enig ander West-Europees land. Dit maatschappelijk klimaat leidt ertoe dat met de gevoelens van Joden steeds minder rekening wordt gehouden.

Je moet je afvragen of in alle gevallen sprake is van antisemitisme. Het zou te ver gaan om dat te beweren. Maar in een al verruwde samenleving, biedt het wel mogelijkheden aan onvervalst antisemitisme om zich te uiten.

Dit jaar is het jaarthema van het Comité 4 en 5 mei 'Vrijheid spreken wij af'. Wat wij ook zouden moeten afspreken is dat er geen groep in de Nederlandse samenleving zou moeten zijn die zich onveilig voelt, geen groep zou het gevoel moeten hebben 'er alleen voor te staan'.
4 en 5 Mei is een moment om ook daaraan te denken en de rijksoverheid, gemeenten, scholen, voetbalclubs, moskeeën, synagogen et cetera te vragen om hier niet alleen aandacht voor te vragen, maar ook daadwerkelijk daaraan te gaan werken. Een belangrijke daad in dat kader zou zijn als de overheid de Nationale Herdenking weer terugbrengt naar haar oorsprong: de herdenking van allen die gevallen zijn in de Tweede Wereldoorlog, onder wie 102 duizend Joodse burgers.

Hans Vuijsje is directeur-bestuurder van Stichting Joods Maatschappelijk Werk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden