ColumnAleid Truijens

Het aantal pabostudenten neemt toe, maar we zijn er nog niet

Goed nieuws voor het onderwijs! Dat mocht wel eens even. Het aantal pabostudenten nam dit studiejaar landelijk toe met 9,5 procent. Dat meldt de goed turvende Vereniging Hogescholen. Opvallend is dat de groei vooral zit in het aantal mannen dat voor het basisonderwijs kiest, en de toename van 30-plussers, deeltijdstudenten of zijinstromers.

We zijn er nog niet, want het tekort groeit nog harder, maar als deze trend doorzet is het probleem over tien jaar opgelost. Het lage salaris en de werkdruk hebben de studenten niet weggejaagd en de stakingen hebben het onderwijs niet het imago van een sector van huilebalken gegeven, of misschien wel, maar deze trend gaat daar recht tegenin. Ook heeft het de pabo beslist geen kwaad gedaan dat de toelatingseisen zijn opgeschroefd.

Compliment voor de pabo’s . Die hebben goed begrepen welke studenten wél graag komen – de iets oudere – en waarom jongens wegblijven of afhaken. Jarenlang waren die met geen stok naar deze ‘knip- en plakschool’ te krijgen. Dat veel jongens niet dol zijn op knutselen, kleuterliedjes en poepbroeken, en dat velen weglopen als ze tijdens de stage de enige man zijn en de gesprekken in de lerarenkamer vaak over zwangerschap gaan – je kunt het schandelijke seksistische vooroordelen noemen, maar het is de realiteit.

Jongens komen dus wél als ze de kleuterstage mogen overslaan, in de bovenbouw mogen lesgeven of zich kunnen specialiseren in sport. Waarom zou je daarnaar niet luisteren? Als er op een school eenmaal mannen werken, trekt dat andere mannen aan. Dat lijkt mij heel fijn voor jongetjes, zo’n rolmodel, al is ook dat een verboden gedachte in genderneutrale tijden. Een ‘mannenpabo’, zoals al is voorgesteld, lijkt me niet nodig. Veel vrouwen hebben evenmin een aangeboren voorkeur voor kleintjes, of houden van sport. Het gaat om de keuzemogelijkheden.

De lerarenopleidingen voor het voortgezet onderwijs kunnen ook iets leren van deze cijfers. Kennelijk zijn er veel mensen die later in hun leven best voor de klas willen. De opleidingen voor eerste- en tweedegraads docenten zouden nog meer aantrekkelijke mogelijkheden kunnen aanbieden voor oudere studenten, opleidingen die flexibel zijn en goed te doen naast een baan en gezin.

Bij de universitaire lerarenopleidingen is ook veel winst te behalen als je studenten niet zo vroeg vastlegt op het leraarschap. Ik kan me goed voorstellen dat jonge mensen helemaal geen zin hebben om voor de klas te staan. Alsjeblieft even iets anders dan school, als je 22 bent en zelf net 18 jaar in de schoolbanken hebt gezeten.

Ik denk dat, heel paradoxaal, de belangstelling voor het eerstegraads leraarschap toeneemt als leraar zijn niet je vak hoeft te zijn. Universitaire studenten zijn gaan studeren omdat ze geïnteresseerd zijn in duurzaamheid, zeedieren, stedenbouw, informatica of Engelse literatuur. Dát is hun vak. Nu duurt de eerstegraads universitaire lerarenopleiding één jaar na een inhoudelijke master, of twee jaar na een bachelor. Dan zijn ze levenslang leraar, en niets anders. Dat schrikt af.

Ook voor zijinstromers kan het traject wellicht korter en flexibeler. Dan trek je meer mensen die lol hebben in hun vak en daar veel van weten, en op een zeker moment ontdekken dat ze hun kennis en ervaring willen overdragen. Ik ken er veel. Nu moeten die een lange weg doorlopen om hun bevoegdheid te halen. Het zou mooi zijn om de komende tijd mensen te lokken met kennis, kunde en enthousiasme, ook degenen die geen zin hebben in jarenlange avondstudie. We hebben ze hard nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden