Column Peter Buwalda

Hernieuwd contact met mijn jeugdhelden Arendsoog en Witte Veder

Hoefgetrappel en gehinnik op het erf. De schillenboer?

Nee, het zijn mijn vrienden uit Phoenix, ­Arizona, per adres Etten-Leur, Pofadderlaan 23 driehoog, te weten: Arendsoog en Witte Veder, die er ­genieten van hun aow’tje.

‘Goeiesmorges gringo.’ De katholieke cowboy knalt zijn modderlaars op de drempel.

‘No see, long time’, voegt Witte Veder eraan toe. De Apache duwt me de hal in en trippelt naar binnen.

Lang geleden is het zeker. Ik hoorde de afgelopen jaren weinig van mijn jeugdhelden. Toch jammer. Maar ach, dacht ik dan maar, ex-prairiehonden doen niet aan kerstkaarten en verjaarswensen.

In de woonstee legt Arendsoog, die overigens multifocale lenzen draagt en voor vrienden gewoon Bob Stanhope heet, zijn benen op de eettafel en klapt zijn six shooter open. Terwijl hij het magazijn vult met verse kogels, zegt hij: ‘Zo, outlaw. Hou je de vaart er een beetje in? Maar goed dat jij geen kinderboeken schrijft, zeggen Witte en ik vaak tegen ­elkaar.’

‘Maar Bobbie’, zegt de indiaan Cruijffiaans, ‘wie eerder vertrekt met schrijven van boekjes, lijkt sneller. Is als met schieten.’

Arendsoog klemt lachend een arm om Witte ­Veders hals, je kunt de wervels horen kraken, er ­rollen kraaltjes over tafel. ‘Wijsneusje’, grinnikt hij.

Tegen mij: ‘We lezen dingen in de krant over jou, greenhorn. Onprettige dingen.’

‘Als jij hebben verstand van kinderboeken’, ­rochelt Witte Veder, ‘dan jij hier zou zitten. Ik en ­Bobbie spelen in zestig spannende avonturen.’

Ach, nu snap ik waaraan ik het plotse ­bezoekje te danken heb. De heren hebben meegekregen dat ik nooit kinderboeken lees, en volwassenen die het wel doen, wantrouw. Normaal als ze komen eten, zorg ik dat er op elk bijzet­tafeltje wel een deeltje Arendsoog ligt met een joekel van een bladwijzer ertussen en discussiëren we de hele avond genoeglijk over ­aspecten uit het oeuvre, wat niet zelden tot getrokken messen en schietpartijen leidt. De wat ruigere Stanhope is meer van de vent, en Witte Veder van de vorm, qua franjes en volks­dansen.

‘Wat de kranten schrijven moet je…’, zeg ik, maar nog voor ik bij ‘korreltje’ ben aanbeland, zit Arendsoog gehurkt op tafel en kietelt de loop van zijn ­blaffer tegen mijn huig.

‘De oplages zakken ieder uur, snoodaard’, sist hij, terwijl zijn indiaan me vastbindt met zijn lasso. ‘Wat voer je uit?’

‘Hiks, hecht nielt! Horry! Genale!’

Helaas, geen genale.

Mijn vrienden trekken me met een lasso onder mijn oksels achter hoe heet die knol aan (Calimero? Salinero? O nee, Lightfoot), gewoon over straat, om de ranch heen, naar het achtererf, waar Witte Veder me aan mijn enkels in de ouwe eik hijst, met mijn kop precies boven onze stenen vuurkorf van de Gamma. Gniffelend stookt hij het ding met in tweeën gescheurde Otmars zonen’s en ouwe ­columnbundels. ‘Wij maken gezellig voor bleekscheet.’

Stanhope zit er naast in een tuinstoel, bladerend in Terreur over Texas, waarvan ik, toegeven, weleens gezegd heb dat ik het ‘een onvergankelijk meesterwerk’ vind. Zweetdruppels vallen sissend in de vuurmond. Arendsoog leest voor en vraagt om de drie volzinnen of ik het mooi vind.

‘Héél mooi, Arendsoog’, huil ik. ‘Prachtig!’

‘Maar waarom jij huilen met gespleten tong als het zo prachtige boek is?’, informeert Witte Veder. ‘Wij doorgaan tot jij weer lachen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden