Herien Wensink over Bukvics Othello: hoe de slachtofferrol racisme effectief aankaart

Stelling: Othello kan ook als slachtoffer racisme aan de kaak stellen.

Othello (Het Nationale Theater) Beeld Alies Uilen

In een nieuwe rubriek in vakblad Theatermaker gaat een recensent in gesprek met een deskundige, en de eerste aflevering is meteen spannend: journalist Marijn Lems bezocht Othello (Daria Bukvic/Het Nationale Theater) met Gloria Wekker, emeritus hoogleraar Gender en Etniciteit aan de Universiteit Utrecht en auteur van het boek Witte Onschuld. Met haar regie van Othello had Bukvic nadrukkelijk het doel om institutioneel racisme aan te kaarten, en daar is ze volgens vrijwel alle (witte) recensenten glansrijk in geslaagd. De Volkskrant vond de voorstelling ‘verpletterend’, Het Parool constateerde dat Bukvic ons op ongemakkelijke wijze confronteerde met ons eigen kijkgedrag, en Trouw vond dat ze goed slaagde in het blootleggen van scheve maatschappelijke kwesties, al stelde die krant ook dat het aangepaste einde deze Othello ‘te diep in de slachtofferrol’ dwong. Dat is ook wat Wekker ziet, blijkens de rubriek: zij betreurt het dat we uiteindelijk toch kijken naar de onderwerping van een zwarte man.

Ik vind dat interessant, en ook ingewikkeld, want hoe kun je het gif van racisme laten zien zonder te tonen dat het slachtoffers maakt? Dat wordt hier bovendien onomwonden veroordeeld: verblind door de eigen vooroordelen verketteren witte machthebbers een onschuldig man. Dat is helaas nog vaak de realiteit – en het is ook (juist?) voor een witte toeschouwer uitermate pijnlijk om te zien. Of denkt Wekker dat het grotendeels witte publiek stiekem opgelucht is dat de witte hegemonie zegeviert? Voor mezelf gesproken: ik vond het afschuwwekkend en schaamde me diep, omdat ik het patroon, het systeem herken. Natuurlijk zou dat anders moeten zijn, maar verandering begint toch bij het bevragen van de werkelijkheid? We kunnen misstanden niet aanklagen door ze te censureren.

Wekker had liever een krachtige Othello gezien, een held die zegeviert, maar dat is dramatisch niet interessant (en dat geldt óók voor witte antihelden uit het toneelrepertoire). Overigens speelt acteur Werner Kolf de rol te allen tijden uiterst waardig: hij is geen slachtoffer, hij wordt tot slachtoffer gemaakt. Daarbij is dit personage goddank niet feilloos (hoe saai is dat?) maar lijdt hij ook onder zijn eigen karakterzwaktes: gebrek aan vertrouwen en de daaruit volgende jaloezie – die overigens ook weer heel geraffineerd ‘institutioneel’ worden verklaard.

Het is goed om te lezen hoe een zwarte toeschouwer het expliciete racisme in de voorstelling ervaart – en vooral het feit dat daar door witte toeschouwers soms om gelachen wordt. Wekker vraagt zich af of de ontoelaatbaarheid van zulke taal dan wel overkomt. Maar betekent lachen automatisch instemmen? Er is de lach uit ongemak, de lach uit gêne, de ongepaste lach waarop je jezelf betrapt, waarna je je schaamt en gestimuleerd wordt na te denken over dit soort ‘humor’ – de lach die als een graat in je keel blijft steken. Die momenten zetten misschien wel meer te denken over de eigen aannamen en het onbewuste racisme dan een al te rechtlijnig vertoog met een geheven vingertje. De toeschouwer subtiel manipuleren tot verstrekkend zelfinzicht – dat is wat intelligent theater vermag.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.