Column Peter Buwalda

Henk is namelijk gevaarlijk. Hij is een lokale grootheid, hij kent alle Noorderlingen

De bel ging. Normaal is er dan nog tijd om te beslissen of ik wel of niet zuchtend als een ouwe vent achter de Chesterfield kruip, maar die vlieger ging niet op: vanwege de lente stond onze tweede deur open, een soort nepvoordeur enige meters verwijderd van de echte, die garant staat voor frisse lucht in de woonkamer maar ons op de verkeerde momenten verraadt.

We waren overduidelijk thuis.

Ach, dacht ik, misschien is het de pakketbezorger. Van alle mensen in mijn leven, lezer, zie ik hem het liefst. Zelfs nog liever dan Jet. Wat een ontzettend leuke kerel. Komt altijd cadeaus brengen, en nooit iets zogenaamd origineels waar je niks aan hebt, zoals een rubberboot of een wafelijzer, maar steevast precies de cd’s waarop je zat te wachten, heel wonderlijk.

Helaas, het was hem niet. Nee, het betrof juist de tegenovergestelde persoon, dat wil zeggen: degene die ik het minst graag aan mijn deur heb.

‘Jenny Douwes?’ (Jet.)

Nee, het was Henk, de pensionado die leuke dingen organiseert in Tuindorp Oostzaan. Ooit heb ik op Henks verzoek columns staan voorlezen op een braderie, een nachtmerrieachtige performance die in vele etappes tot stand was gekomen. Geregeld als ik op weg was naar de Albert Heijn, stopte Henk zijn auto, liet zijn raampje zakken en zette exact dezelfde plannen als de vorige keer met een slopende uitvoerigheid uiteen.

Misschien omdat ik Henk onbewust al voelde hangen, liep ik niet naar de voordeur, maar nam eerst eens een kijkje door de nepvoordeur.

‘Je kent me niet meer, hè’, riep Henk.

‘Natuurlijk wel’, zei ik. ‘Jij bent Henk van de braderie.’

Hopelijk intoneerde ik sympathiek. Ergens in Henks hals zit een kieuw, een extra spleet waarmee hij vaststelt dat ik hem, om het diplomatiek uit te drukken, niet zo graag mag. Terwijl ik dat volgens mij nooit, en uit alle macht niet, laat merken.

Henk is namelijk gevaarlijk. Hij is een lokale grootheid, hij kent alle Noorderlingen. De echte, zeg maar. Waartoe Henk mij zeer zeker niet rekent. Op Sicilië zouden ze hem ‘Don’ noemen, ‘Don Henk’.

‘Je vindt het leuk wonen, hè in Noord? Leuk toch? Noord? Vind je het wel leuk, hier?’

Hij heeft slechte ervaringen met schrijvers, heeft hij me toevertrouwd. Henk is namelijk de achterzwager van een beroemde exemplaar, ik noem uit veiligheidsoverwegingen geen namen, en die heeft het hoog in de bol. Op verjaardagen zegt die schrijver niks tegen Henk. ‘Ik zou hier nooit meer weg willen, Henk.’

Maar Henk belt niet zomaar aan, zegt hij. Nee, dat zat er natuurlijk aan te komen.

‘In 2021 bestaan we honderd jaar. Overal door de buurt komen wagens. De wethouder doet ook mee. Maar van die hoeven we alleen z’n geld en daarna kan hij weer gaan.’

Hier lachen Henk en ik hartelijk om.

Of hij me op zijn lijstje mag zetten. Een zekere volkszanger komt ook. En waarschijnlijk ook Jan Akkerman.

‘Natuurlijk, Henk’, zeg ik meteen. ‘I’m in.’

De vorige keer, na die braderie dus, deed ik een paar weken later mijn voordeur open, en toen stond er op het tuinpad een enorme tuinkabouter. Ik schrok me wezenloos. Waarom stond dat enge ding er ineens? Met z’n sinistere smoel?

Had Don Henk er neergezet, begreep ik later — als bedankje. Mij leek dat dus een soort omgekeerde afgezaagde paardenkop, snapt u.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden