Opinie

Help straatarm Liberia zichzelf te ontwikkelen

Bedrijven die investeren in Liberia moeten Liberianen in dienst nemen en geen grondstoffen exporteren.

Beeld Giacomo Pirozzi / Panos Pictures

Minister Ploumen is een onvermoeibare propagandiste van haar beleid. Dat siert haar. Zij wil Afrikanen hulp bieden om een bestaan in eigen land op te bouwen. 'Daarom moet hulp bij handel en handel bij hulp' schrijft zij (O&D, 26 mei). En om die tweeslag te kunnen maken, is haar beleid gericht op het stimuleren van investeringen van Nederlandse ondernemers. Maar hoe worden Nederlandse ondernemers daartoe verleid?

De ebolacrisis heeft tot meer aandacht geleid voor de getroffen landen Sierra Leone, Guinee en Liberia. De Wereldbank heeft een hulpfonds waar nu ruim 1,5 miljard dollar in zit om de drie landen te ondersteunen in hun economische ontwikkeling.

Minister Ploumen zal begin juli in vier dagen de drie landen bezoeken. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland liet onlangs een persbericht uitgaan waarin de missie werd aangekondigd. Een citaat: Nederland organiseert als een van de eerste landen na de ebola-uitbraak een economische missie op ministerieel niveau naar deze regio. Graag bieden we bedrijven de mogelijkheid om vroeg in te spelen op potentiële kansen die zich in deze landen zullen voordoen, want ondanks de ebolacrisis zijn de fundamenten van deze economieën onaangetast. De verwachting is dat er de komende jaren geïnvesteerd wordt in gezondheidszorg, landbouw en infrastructuur in de drie landen, wat interessante kansen biedt voor het Nederlandse bedrijfsleven.

Beeld .

Terra incognito 

Vóór de ebola-uitbraak was West-Afrika een terra incognito voor de Nederlandse overheid. Tijdens de ebolacrisis kwam ze langzaam in beweging en droeg mondjesmaat bij met hulpgelden. Na de ebola komt er een handelsmissie, want er liggen kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven om een graantje mee te pikken uit het hulpfonds van de Wereldbank.

Hoe kan de Rijksdienst stellen dat de fundamenten van deze economie-en 'onaangetast' zijn? De economie van Liberia - om me daartoe te beperken - is te zwak voor woorden. Het land kan in het geheel niet voorzien in zijn eigen behoefte: praktisch alles moet worden ingevoerd: machines, voedsel, elektronica. Grondstoffen als rubber, palmolie, hout en ijzererts worden door buitenlandse bedrijven gewonnen en het land uitgevoerd.

Liberia voerde in 2012 943 miljoen dollar aan producten uit en voerde 7 miljard in. Een negatieve handelsbalans van 6 miljard, het tienvoudige van de staatsbegroting. Dat is het 'fundament' van de economie van een onderontwikkeld land, waarvan de Rijksdienst het positief vindt dat deze onaangetast is gebleven.

Een dollar per dag

De werkloosheid bedraagt 80 procent, de overgrote meerderheid van de bevolking moet rondkomen van een dollar per dag per persoon, wat bijeen gesprokkeld wordt met straathandel of het bewerken van een stukje land. Liberiaanse ondernemers zijn er nauwelijks. Liberianen met een vast inkomen verdienen dat als ambtenaar, bij een internationale hulporganisatie of in de daaraan gelieerde dienstensector zoals beveiliging, huishoudelijke hulp en horeca.

Het enige 'fundament' van de economie is een ideologische: sinds jaar en dag zijn politici in Liberia bevangen door het 'open deurpolitiek'-syndroom. Elk buitenlands bedrijf is welkom om te halen wat er gehaald kan worden. Uiteindelijk zullen door het 'doordruppelmechanisme' alle Liberianen hiervan moeten profiteren. Als dat werkelijk het geval zou zijn, was Liberia met zijn 4 miljoen inwoners het welvarendste land ter wereld, in plaats van een van de armste.

Brug te ver?

De Nederlandse minister voor Ontwikkelingssamenwerking zou er goed aan doen handel en hulp steviger met elkaar te verbinden door van Nederlandse bedrijven die haar in juli vergezellen te verlangen dat zij:
- Op alle niveaus van hun activiteiten Liberianen in dienst nemen en hen begeleiden en trainen in hun werk;
- Samenwerken met gecertificeerde, bonafide Liberiaanse onderaannemers;
- Sociale werknemersrechten stimuleren;
- Geen grondstoffen exporteren, maar in samenwerking met de Liberiaanse overheid een economische structuur ontwikkelen, waarbij de verwerking van grondstoffen tot eindproducten in Liberia plaatsvindt, onder andere door versterking, vernieuwing en opschaling van aanwezige, traditionele sectoren.

Om van het laatste een voorbeeld te noemen: hout is nu een belangrijk exportproduct. Er zijn echter veel kleine timmerbedrijven die stoelen, banken, deuren, tafels en kasten maken voor de lokale markt. Deze zouden versterkt, vernieuwd en opgeschaald kunnen worden, zodat die eindproducten ook uitgevoerd kunnen worden.

Bovengenoemde punten zijn niet hemelbestormend. Ze zijn terug te vinden in rapporten van gerenommeerde organisaties als de Wereldbank en de International Labour Organization. Zouden ze voor een PvdA-minister nog een brug te ver zijn?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden