Opinie

Help ontwikkelingslanden door belastingontwijking aan te pakken

Een mondiale aanpak van belastingontwijking kan ontwikkelingslanden in staat stellen hun eigen ontwikkeling te financieren, zonder afhankelijk te zijn van de grillen van de rijke landen.

Minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking brengt een bezoek aan het rampgebied in Bhaktapur, Nepal, 8 juni. Beeld anp

Maandag begint in Addis Abeba de Top van de Toekomst: wereldleiders van over de hele wereld, onder wie minister Ploumen namens Nederland, spreken op de Financing for Development Summit over de financiering van duurzame ontwikkeling voor de komende 15 jaar. Ongetwijfeld zullen onze leiders de uitkomsten als een groot succes presenteren. Maar achter de mooie intenties gaapt een groot financieel gat: rijke landen houden de hand op de knip.

De belangen zijn groot. Wereldwijd zien burgers zich geconfronteerd met de gevolgen van de economische en financiële crisis, de gevolgen van klimaatverandering en de groeiende extreme ongelijkheid tussen rijk en arm. Vooral in ontwikkelingslanden zullen de benodigde inspanningen enorm zijn, om nieuwe doelen voor het uitbannen van alle vormen van armoede en honger in 2030 te behalen. In Addis moeten wereldleiders afspraken maken over de financiering hiervan.

Rijke landen liggen echter op belangrijke punten dwars. Zo is er meer ontwikkelingshulp nodig, maar landen zoals Nederland zijn niet bereid bestaande afspraken daarover na te komen. De rijke landen, die verantwoordelijk zijn voor het overgrote deel van de klimaatverandering, dragen slechts 2% bij aan wat arme landen nodig hebben om zich aan te passen aan het veranderende klimaat.

In Parijs staat dit onderwerp in december op de agenda, en intussen zijn de paus, Obama en China het erover eens dat de klimaatverandering om serieuze oplossingen vraagt. Nu al worden vooral arme landen getroffen door extreem weer, meer droogten en honger. Rijke landen moeten daarom veel meer geld toezeggen. Maar in plaats van leiderschap te tonen en de hulp te verhogen lijken rijke landen deze rol vooral af te schuiven op de private sector. En dat belooft niet veel goeds.

Twijfelachtige resultaten

Miljarden aan publieke gelden zijn al gestoken in publiek-private partnerschappen. Partnerschappen met doorgaans zeer twijfelachtige resultaten, die vaak ook nog eens gepaard gaan met milieuschade en mensenrechtenschendingen. Na advies van de private sector-arm van de Wereldbank slokte een privaat ziekenhuis in Lesotho bijvoorbeeld 51% van het nationale budget voor gezondheidszorg op, terwijl rurale gebieden van zorg verstoken bleven. Terwijl de rol van de private sector in ontwikkeling juist veel kritischer bekeken zou moeten worden en aan veel strengere voorwaarden zou moeten voldoen, is het aannemelijk dat bedrijven in Addis een nog grotere rol toebedeeld krijgen. Er is geen enkele garantie dat investeringen via de private sector vooraf voldoende worden getoetst op relevantie voor ontwikkeling, of eventuele ongewenste effecten, noch dat achteraf goed wordt geëvalueerd of de investeringen hebben bijgedragen aan duurzame ontwikkeling.

De uitkomsten van Addis zijn al grotendeels uitonderhandeld, maar op één punt wordt nog strijd geleverd: het internationaal belastingbeleid. Als ontwikkelingslanden meer belastinginkomsten kunnen generen zullen zij minder afhankelijk worden van hulp en beter in staat zijn ontwikkelingsdoelen te financieren. Op dit moment verliezen ontwikkelingslanden jaarlijks zo'n 100 miljard dollar doordat multinationale bedrijven hun winsten wegsluizen naar belastingparadijzen. Het zijn nu de rijke landen, verenigt binnen de OESO die werken aan nieuwe internationale afspraken tegen belastingontwijking.


Niet op een koopje

De belangen van ontwikkelingslanden worden in de voorstellen en afspraken die daaruit voortkomen echter nauwelijks meegenomen. Ontwikkelingslanden willen daarom een volle stem in een mondiaal besluitvormingsorgaan over belastingbeleid, waarin ook hun prioriteiten worden gehoord en waarin zij als gelijken aan de onderhandelingstafel zitten. Maar de OESO-landen, waaronder Nederland, lijken vooralsnog niet bereid de macht te delen met ontwikkelingslanden.

Als de ministers en wereldleiders na Addis een geloofwaardig verhaal willen vertellen, dan moeten ze boter bij de vis doen. Ontwikkeling gaat niet op een koopje. Rijke landen moeten barrières voor duurzame ontwikkeling wegnemen, belastingontwijking rigoureus aanpakken en duurzaam en op langere termijn investeren in ontwikkeling. De private sector moet gebonden worden aan eisen van effectiviteit en duurzaamheid, in plaats van hen een vrijbrief te geven voor ongerichte investeringen, zonder effect voor ontwikkeling.

Een inclusieve mondiale aanpak van belastingontwijking kan enorm veel bijdragen aan financiering voor ontwikkeling en kan ontwikkelingslanden in staat stellen hun eigen ontwikkeling te financieren, zonder afhankelijk te zijn van de grillen van de rijke landen. Er is dus genoeg om voor te strijden en daar roepen wij onder meer minister Ploumen dan ook toe op.

Farah Karimi is algemeen directeur Oxfam Novib

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.