OPINIEVermogensbelasting

Hef extra vermogensbelasting om crisis te bezweren

Waar halen we de enorme bedragen voor noodmaatregelen tegen de economische crisis vandaan? De vermogendsten moeten een extra steentje bijdragen, betoogt historicus René Koekkoek.

Een man laat zijn schoenen poetsen tijdens Amsterdam Masters of LXRY 2018 in de Rai, het meest prestigieuze lifestyle evenement in Europa.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Alles wijst erop dat de coronacrisis Nederland en de wereld in een diepe economische recessie stort. De overheid zegt terecht toe bedrijven, zelfstandigen en werknemers te steunen. Maar iedereen weet: het zal niet genoeg zijn. Veel ondernemers zullen failliet gaan, zzp’ers zullen massaal in de bijstand terechtkomen. De werkloosheid zal groeien, in het zwartste scenario tot bijna 10 procent.

Zo verscherpt de coronacrisis een van de urgentste politieke vraagstukken van deze tijd: sociaal-economische ongelijkheid. Sinds 1980 heeft vermogensongelijkheid onbevattelijke vormen aangenomen. In januari 2019 werd bekend dat de 26 rijkste mensen ter wereld evenveel vermogen hebben als de armste helft van de wereldbevolking, zo’n 3,7 miljard mensen. Datzelfde jaar steeg het vermogen van de 500 rijkste mensen in de wereld met 25 procent. Afgelopen juni smeekten miljardairs zelf om hogere belastingen.

Crisisvermogensbelasting

De ernst van het ongelijkheidsprobleem toont zich nu in noodtempo en op ongekende schaal. De coronacrisis stort de minstbedeelden in diepe ellende: inkomstenverlies, schulden, armoede en isolatie. Mensen op tijdelijke en nulurencontracten, arbeidsmigranten, huishoudhulpen, maar ook studenten zijn extra kwetsbaar. Overheden zijn nu nog in staat economische klappen op te vangen, maar dat is een kwestie van maanden.

Het is daarom nu tijd voor een ‘crisisvermogensbelasting’: een extra hoge belasting op privévermogens boven de 15 miljoen euro, grofweg de rijkste 0,1 procent huishoudens van Nederland (in totaal zo’n 7.700 huishoudens). De uitwerking van een crisisvermogensbelasting is aan specialisten. Een aanzet: een vermogensbelasting van 70 procent voor vermogens boven de 15 miljoen euro, 80 procent voor vermogens boven de 100 miljoen, en 90 procent voor vermogens boven de 1 miljard. Ook dan kan de rijkste 0,1 procent nog steeds een prima leven leiden.

Zo’n belasting moet er komen om op termijn de economie aan te jagen. Vooraanstaande economen en historici – van Joseph Stiglitz tot Thomas Piketty tot Bas van Bavel – hebben het uitvoerig aangetoond: te grote sociaal-economische ongelijkheid is schadelijk voor de economie als geheel. Vermogensaccumulatie aan de top levert de maatschappij weinig op.

Kansengelijkheid

Als we straks de economie weer aan de praat willen krijgen, dan moet dat van onderaf komen. Mensen die werken in de verpleging, horeca, onderwijs en pakkettenbezorging, om maar een paar sectoren te noemen, zullen geld moeten kunnen besteden: aan kappers, stukadoors, theatermakers, de café-eigenaar, de boekwinkel, de camping. Geld moet rollen, vermogen circuleren, maar dan wel onder alle lagen van de bevolking.

Het is aangetoond dat de westerse wereld in de periode 1950-1980, toen welvaart gelijker was verdeeld, meer economische groei kende dan in de dertig jaar erna. Dat is begrijpelijk: onbegrensde vermogensvermeerdering aan de top zuigt het levenssap uit de economie en remt investeringen.

Er zijn ook morele gronden tegen te veel ongelijkheid in een maatschappij. Een ervan draait om het principe van kansengelijkheid. Deze crisis zal sommige burgers harder raken dan andere. Straks komen we uit de coronacrisis. Dan is het alle hens aan dek om uit de economische crisis te komen. De overheid heeft de plicht alle burgers zoveel mogelijk gelijke kansen te geven. Dit streven naar kansengelijkheid vereist dat de vermogendsten in de maatschappij iets inleveren om de hardst getroffenen een betere startpositie te geven. Niet alleen kinderen van miljonairs, ook die van werkloze ouders moeten straks zonder terughoudendheid een opleiding naar keuze kunnen volgen.

Politieke keuze

Ten slotte, politiek is de kunst van het adequaat reageren in crisistijden. Maar politiek is ook vooruitkijken, voorbij de crisis. Ongelijkheidsbestrijding draait om politiek handelen en de legitimatie ervan. Zoals de Franse economisch historicus Thomas Piketty schrijft: ‘Elke menselijke samenleving moet haar ongelijkheden legitimeren.’ Elk ‘ongelijkheidsregime’ is de uitkomst van ideologie en politieke keuzen.

Deze crisis vraagt om saamhorigheid en solidariteit. Er worden ongelofelijke offers van de samenleving gevraagd: een uitzonderlijk zwaar beroep op zorgmedewerkers en andere ‘vitale’ beroepen, inperking van vrijheid van beweging en samenkomst, langdurige thuisopvang van kinderen, sluiting van alle horeca, cultuur en evenementen met desastreuze gevolgen. Ook de rijkste 0,1 procent van Nederland, de sterkste schouders, zal verantwoordelijkheid moeten dragen.

Op de lange termijn is een gelijkere samenleving een principiële, politieke keuze. Met de coronacrisis zullen politieke tegenstellingen en zekerheden vloeibaar worden. De voorstanders van een meer egalitaire samenleving kunnen dit moment aangrijpen om het politieke ijzer te smeden. Er zijn al noodmaatregelen en plannen die enkele weken geleden ondenkbaar waren: blanco staatssteun aan bedrijven, mogelijke nationalisering van hele sectoren, de staat die inkomens in de private sector gaat betalen. Dat is allemaal niet gratis. Eis van de vermogendsten in onze samenleving extra bij te dragen aan crisisbestrijding én aan een duurzaam rechtvaardiger samenleving.

René Koekkoek is historicus (Universiteit Utrecht) en auteur van The Citizenship Experiment (2019).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden