Opinie Turkse Nederlanders

Heel veel Turkse Nederlanders steunen Erdogan, en de westerling houdt dat mede in stand

Waarom steunen zo veel Turken in Nederland de autoritaire Erdogan, vragen veel Nederlanders zich af. Maar zij die uit naam van aardigheid en gezelligheid wegkijken bij de wrede tradities van hun buren, zijn medeschuldig.

Toegegeven, het idee klinkt betoverend: de bezem door de verschillen in kunst­stijlen, lak aan verschillende literaire genres, onderscheid in cultuur, achtergrond, religie en geschiedenis beschouwen als verschillende gerechtjes op dezelfde tafel. De westerse stedelingen zijn verliefd geworden op dit idee, om uiteindelijk te eindigen als de blinde ondersteuners van de folklore, de tradities en de religies uit verre, achtergebleven landen. Het postmodernistische ideaal is ingehaald door de asymmetrie en de realiteit van de samenleving. Aan hetzelfde ideaal blijven vasthouden, komt neer op medeplichtigheid aan de derdewereldellende bij de buren.

Een van de grootste raadsels die de Nederlandse publieke opinie bezighouden, is hoe het mogelijk is dat de Turkse Nederlanders in veel grotere percentages Erdogan-aanhangers blijken te zijn dan de Turken in Turkije. Van de Turken in Turkije, die dag en nacht blootstaan aan de islamistische, complottenrijke propaganda van de Turkse president, stemde bij de laatste presidentsverkiezingen 52 procent op Erdogan. Bij de Nederlandse Turken was dat 73 procent. Optimistische Nederlanders hebben de neiging dit stemgedrag van hun medelanders te bagatelliseren door te stellen dat slechts de helft van de Turken in Nederland zijn stem uitbrengt bij de Turkse verkiezingen. Het onderzoek van de Volkskrant in april 2017 wees echter uit dat bijna twee op de drie Nederlandse volwassenen met een Turkse achtergrond Erdogan-aanhanger is; of ze wel of niet naar de stembus gaan maakt dus niet uit.

Turken die in het hart van Europa de vierde generatie op de wereld brengen, zijn dus grotendeels aanhangers van een man die niet alleen de democratie in zijn land afbreekt, maar er ook zeer ouderwetse religieuze, vrouwonvriendelijke, homofobe denkbeelden op nahoudt. Hoe is het mogelijk dat bij deze mensen, die in het vrije, liberale klimaat van ­Nederland zijn opgegroeid, veel minder weerstand is tegen de antidemocratische praktijken en archaïsche denkbeelden van een sterke man dan bij de bewoners van een Midden-Oostenland?

Postmodernisme

Het antwoord op deze vraag is dat de Turken hier Turkan Saylan niet hebben meegemaakt en de Turken in Turkije wel. De Nederlandse Turken zijn in de jaren ’60 en ’70 uit hun dorpen geplukt en hebben het Verlichtings­offensief van de modernistische idealisten misgelopen. In Nederland vonden ze een land waar het postmodernisme al oprukte en heeft het idealisme, de nuchterheid en het geloof in volksverheffing en in de wetenschap van modernisten als Saylan hen nooit kunnen ‘aanraken’.

Iets meer over Turkan Saylan, omdat er geen mooier symbool bestaat voor de seculiere weerstand tegen het islamisme dan haar persoon. Saylan heeft geneeskunde gestudeerd, is nooit vergeten dat ze als vrouw haar vrijheid en haar studie te danken had aan het kersverse seculiere, modernistische regime in Turkije en koos naast haar werk ook voor activisme. Als arts reisde ze jarenlang naar alle uithoeken van het land om de ziekte lepra voorgoed uit te roeien in Turkije.

Tijdens haar reizen werd ze nog meer geconfronteerd met de grote ongelijkheid tussen de jongens en de meisjes, ze weigerde te leven met die werkelijkheid en richtte een vereniging op voor beter onderwijs voor meisjes. In de decennia die erop volgden, slaagde deze ‘Vereniging van steun aan de moderniteit’ er in om onder leiding van Saylan aan meer dan honderdduizend meisjes studiebeurzen te geven.

In 2009 bereikte de alliantie tussen de AK Partij van president Erdogan en de islamitische prediker Fethullah Gülen een hoogtepunt. In het voorjaar van dat jaar deed de aan de Gülen-beweging gelieerde politie een ­inval in het huis van deze bekende dokter in Istanbul. Saylan zat zwaar onder de chemo wegens uitgezaaide borstkanker. De Gülen-kranten schreven al snel dat in haar huis bewijs was gevonden voor steun aan terroristische organisaties en dat de meisjes die onderwijssteun kregen van de vereniging van Saylan door haar ingezet werden als prostituees.

De ruzie tussen Erdogan en Gülen kwam voor de vereniging van Saylan als geroepen. Dankzij die ruzie kon onafhankelijk onderzoek worden gedaan en kwam boven water dat de aan Gülen trouwe politie nepbewijs had ingezet. Het doel was het idealisme van Saylan kapot te maken. Dat onderzoek heeft Saylan zelf niet kunnen meemaken. Anderhalve maand na die inval zei ze op haar sterfbed tegen haar dierbaren dat ze blij was met het werk dat ze had verricht en blies daarna de laatste adem uit.

Met haar activisme stond Saylan met beide benen stevig in de modder van het Midden-Oosten. Ze was zich er van bewust dat zij en al haar geestverwanten altijd omringd zullen worden door de vijanden van de moderniteit. Door haar realistische houding onderscheidde ze zich van de westerse postmodernist. De mooie woorden en de goedkeuring van de aanhangers van de denkbeelden uit de ­Middeleeuwen kon ze missen als kies­pijn. In tegenstelling tot de stedelingen in Europa was haar prioriteit geen goede buurschap in een ‘pretmaatschappij’, maar de redding van de meisjes uit de klauwen van de traditie, de religie, het bijgeloof en het patriarchaat.

Eerwraakzaken

In het postmodernisme is het de fol­klore, de traditie en het geloof die hoogtij vieren. Vooral de vrouwen, de afvalligen, de homo’s en individuen met potentie moeten het ontgelden. Ze worden besneden, uitgehuwelijkt. In eerwraakzaken worden ze door vader of broer doodgeschoten. Ze worden van school gehaald, geslagen en zelfs als slaven ingezet om familie in de landen van herkomst te onderhouden. Voor een treffend voorbeeld over die moderne slavernij in Nederland wil ik wijzen naar de korte film over een Pakistaans meisje die in opdracht van activiste Shirin Musa gemaakt en op YouTube gezet is: The injustice of marital captivity – a personal story.

De belofte van vrede en gezelligheid, waarmee het postmodernisme vele harten heeft gestolen, heeft wellicht enige kans van slagen in een maatschappij waarin groeperingen financieel en emancipatorisch aan ­elkaar gewaagd zijn. De huidige realiteit is een andere en het hele postmodernisme is niet meer dan een kaartenhuis. Het wordt in stand gehouden door pragmatische stedelingen die als de dood zijn dat ze, als ze misstanden afkeuren, niet meer aardig zullen worden gevonden. Zo is de ­situatie ontstaan dat mensen naast een dystopie wonen en dat ze stiekem wel op de hoogte zijn van de ellende en van de akelige gebeurtenissen daar. Ze zouden er zelf beslist niet willen wonen, maar houden hun mond en zijn daarmee immoreel.

Alles wat het modernisme heeft ­uitgekotst en waarmee het de strijd heeft aangebonden, omarmt het postmodernisme met een heilig verklaarde vorm van relativering en het maakt zich uiteindelijk medeschuldig aan de pijn, het verdriet, de onderdrukking en de misstanden in die gemeenschappen. Modernisten hadden hun eigen methodes om in te dringen in deze onderontwikkelde gemeenschappen en slaagden er best wel vaak in om individuen of soms hele gezinnen naar de moderniteit te loodsen.

Postmodernisten daarentegen keuren de sociaal-politieke ongelijkheid gewoon goed en voorzien die bittere realiteit van grote verschillen in kansen en geluk van de nodige ideologische munitie. De postmoderne westerling is bondgenoot van de cultuur van het platteland in zijn stad, van de feodale gebruiken en van de strenge traditie in zijn buurt. Hij is dan een medeplichtige die zijn handen in onschuld hoopt te wassen.

Een tweede vraagstuk dat net zo urgent is als waarom het overgrote deel van de Turken in ons land op de autoritaire Erdogan stemt, is waardoor het postmodernisme in deze zware tijden nog altijd wordt gevoed. Filosoof Nietzsche wist heel lang geleden al het antwoord op deze vraag. Hij dacht na over het verschil tussen een goed mens en een lafaard en schreef met zijn fenomenale pen: ‘In feite verlangt de lafaard naar niets anders dan dat niemand hem kwaad aandoet. Daarom de inspanning om iedereen tevreden te stellen. Deze aardige mensen maken een knieval, ze geven zich over, ze luisteren altijd naar de ander en horen nooit zichzelf.’

Erdal Balci is schrijver en columnist van de Volkskrant. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden