Opinie Verenigde Staten

Heeft Trumps revolutie wortel geschoten, of is er nog hoop voor de Democraten?

De Amerikaanse president Donald Trump bij een bijeenkomst in Iowa, 9 oktober 2018. Beeld AFP

De midterms op 6 november gaan over de vraag of president Trump ongeremd kan doorgaan met het omploegen van het nationale en internationale landschap. Europa kan daar maar beter rekening mee houden.

Als het gaat om verkiezingen in de Verenigde Staten, mag ik mezelf zo langzamerhand wel een oudgediende noemen. Vijftien presidentsverkiezingen en evenzovele tussentijdse verkiezingen heb ik bewust meegemaakt. Als verslaggever en correspondent, dus van zeer nabij, of als bovengemiddeld geïnteresseerde waarnemer.

Elke verkiezing is weer anders, maar er zijn natuurlijk ook ingrediënten die vaak of zelfs altijd terugkeren. Zo is het bijna vaste prik dat een presidentskandidaat, dan wel een senator of een andere partijcoryfee, de komende stembusslag uitroept tot de belangrijkste in de laatste vijftig jaar, zo niet in de hele Amerikaanse geschiedenis.

Ik heb geleerd om dat met een korreltje zout te nemen. Zeker bij tussentijdse verkiezingen, die draaien om het Huis van Afgevaardigden, ongeveer eenderde van de Senaatszetels en allerlei plaatselijke bestuursposten. De opwinding onder politieke junkies is ook dan weliswaar groot, maar bij de kiezer is die meestal beperkt. De opkomst is navenant: die schommelt rond de 40 procent.

Maar als nu iemand opstaat en betoogt dat de komende midtermverkiezingen de belangrijkste zijn in lange tijd, ben ik geneigd daarmee in te stemmen. President Donald Trump heeft bijna de helft van het parcours van zijn (eerste?) ambtstermijn afgelegd. In die nog korte periode heeft hij de nationale en internationale landerijen duchtig omgeploegd. De verkiezingen van 6 november gaan in belangrijke mate over de vraag of hij daarmee ongeremd kan doorgaan.

Hoofdtypes president

De vermaarde politicoloog Joseph Nye (die de term soft power muntte) onderscheidt twee hoofdtypes in de geschiedenis van het Amerikaanse presidentschap: transactional presidents en transformational presidents. Dat zijn geen kraakheldere termen en ze zijn ook moeilijk in het Nederlands te vertalen, maar ze vormen wel een goede aanduiding van een wezenlijk verschil. Aan de ene kant is er een groep presidenten bij wie een brede visie en een wervende (of brisante) stijl voorop hebben gestaan, aan de andere kant zijn er de presidenten die zich voornamelijk hebben gemanifesteerd als zakelijk ingestelde bewindvoerders.

De drie markantste voorbeelden van het eerste type zijn George Washington, Abraham Lincoln en Franklin Roosevelt (FDR). Alle drie hebben ze een grote invloed uitgeoefend op het nationale leven en het land een nieuwe richting doen inslaan. Maar ook James Polk, Theodore Roosevelt, Woodrow Wilson, Lyndon Johnson, Ronald Reagan en Barack Obama kunnen tot deze categorie worden gerekend. Daartegenover staan mannen als Calvin Coolidge, Dwight Eisenhower en George H.W. Bush, die weinig affiniteit hadden met de ‘vision thing’ zoals de oude Bush placht te zeggen, maar zich wel vaardige (crisis)managers toonden.

De indeling bevat eigenlijk geen waardeoordeel, al worden Washington, Lincoln en FDR door bijna alle historici als de grootste presidenten gezien. Maar er valt ook veel te zeggen voor de stelling dat een vaderlijke stuurman als Eisenhower een succesrijker president was dan bijvoorbeeld de bezielde redenaar Obama.

Wat je ook van Trump vindt, het staat nu al buiten kijf dat hij behoort tot de categorie presidenten die de bakens verzetten. Van een heuse visie kun je weliswaar niet spreken, veeleer van een krachtige gut feeling, maar het effect is in zekere zin hetzelfde: een afgewogen beoordeling van de weerbarstige realiteit is niet aan hem besteed. Transformatie is het parool van zijn presidentschap, transformatie van het onbesuisde soort.

Darkness is good!

Dat de bewoner van het Witte Huis op z’n minst de pretentie moet hebben om de president van alle Amerikanen te zijn en een samenbindend gezagsdrager te zijn, is niet langer een leidend beginsel. Idem dito voor het spreken van de waarheid en het betrachten van een zekere welvoeglijkheid. ‘Darkness is good, bind niet in!’, werd Trump in 2016 door zijn politieke mentor Steve Bannon op het hart gedrukt toen de (joodse) Anti-Defamation League protest aantekende tegen de bedenkelijke – want naar antisemitisme riekende – manier waarop hij als presidentskandidaat de ‘internationale banken’ op de korrel nam. Dat advies heeft hij destijds ter harte genomen en is hij als richtsnoer blijven hanteren nadat hij zijn intrek in het Witte Huis had genomen en Bannon uit zijn naaste omgeving was vertrokken.

Dit geldt ook voor zijn optreden op het internationale toneel. Zo driftig als hij in eigen land tekeer gaat tegen de ‘liegende media’ en instituties die hem in de weg zitten, zo gemakkelijk schoffeert hij oude bondgenoten en ontregelt hij allianties die decennialang de hoeksteen van het Amerikaanse buitenlandse beleid zijn geweest.

Voor deze president is de buitenlandse politiek een zero-sum game: de winst van de een is het verlies van de ander. In zijn ogen heeft Amerika onder zijn voorganger – en eigenlijk onder een lange reeks van voorgangers – voortdurend verloren, en hij is vastbesloten om het vermeende verlies weg te werken. In dat streven zijn bondgenoten net zo goed rivalen of zelfs vijanden als tirannieke en antiwesterse mogendheden. Sterker, met Vladimir Poetin en Kim Jong-un kan hij het beter vinden dan met Angela Merkel en Justin Trudeau.

Verbijstering en ongeloof

Europa heeft dit alles met een mengeling van verbijstering en ongeloof gadegeslagen. Elk op hun eigen manier proberen de Europese regeringsleiders er het beste van te maken en een werkbare relatie met het Witte Huis in stand te houden. Daarbij hoop puttend uit het feit dat er binnen de regering-Trump nog altijd mensen zijn die het Atlantisch bondgenootschap wél van bijzondere waarde vinden.

Voormalig Trump-adviseur Steve Bannon tijdens een bezoek aan de Italiaanse partij Broeders van Italië met partijleider Giorgia Meloni. Bannon richt zijn pijlen nu op Europa. Beeld REUTERS

Een enkele Europese politicus werpt de vraag op of het nu niet de hoogste tijd is voor concrete stappen naar een zelfstandige Europese militaire macht. Maar daarvoor zijn de voorwaarden momenteel nog ongunstiger dan ze altijd al waren. De Europese Unie is gepreoccupeerd met de naderende Brexit en heeft te stellen met weerspannige lidstaten als Hongarije en Italië. Duitsland is vooral bezig met zichzelf en dat beperkt ook de Franse armslag. In Parijs heeft men trouwens geen hoge pet op van het geopolitieke vernuft van het postmoderne Duitsland, dat als belangrijkste mogendheid op het Europese toneel nu eenmaal een leidende rol toekomt.

Daarom is het voorlopige devies voor de Atlantische betrekkingen: pappen en nathouden. In het – op zichzelf niet onzinnige – vertrouwen dat de Navo en de rest van de Atlantische constellatie sterk genoeg zijn om een tijdelijk gebrek aan stabiel Amerikaans leiderschap te doorstaan.

Maar juist daarom zijn de midterm-verkiezingen van zulk groot belang. Ze zullen duidelijk maken in welke mate de trumpiaanse revolutie wortel heeft geschoten.

Redelijk voor de wind

Laten we wel wezen: hoeveel wanklanken deze president ook produceert, puur politiek gesproken gaat het hem redelijk voor de wind. De Republikeinse partij, waar hij als beginnend presidentskandidaat nog een vreemde eend in de bijt was, heeft hij goeddeels naar zijn hand gezet. Door de rank and file wordt hij op handen gedragen en worden zijn misstappen hem graag vergeven. Met de dood van John McCain is de laatste Republikeinse tegenstander van gewicht van het toneel verdwenen. Wat resteert is het gemor van Mitt Romney en de familie Bush aan de zijlijn – of de heimelijke subversieve ingreep van een verontruste stafmedewerker die een kwalijk presidentieel decreet verdonkeremaant (zie het recente boek van Bob Woodward). De zakenvleugel van de partij is in zijn nopjes met de enorme belastingverlaging, het christelijke smaldeel viert de benoeming van twee conservatieve opperrechters.

Het betekent dat de tegenmacht moet komen van de Democraten. Zij moeten er nu in slagen om tenminste de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden te veroveren (doordat er zo weinig Republikeinse zetels in het geding zijn is de Senaat waarschijnlijk een brug te ver).

Lukt dat niet, dan valt moeilijk te ontkomen aan de conclusie dat Amerika weliswaar sterk verdeeld is, maar dat Donald Trump voldoende manschappen weet te mobiliseren om aan het langste eind te trekken. En dat er dus ook ernstig rekening mee moet worden gehouden dat hij erin zal slagen om zijn kruistocht in 2020 met nog eens vier jaar te verlengen.

Ik zeg het met tegenzin, maar dan kun je niet verwachten dat Europa blijft hopen op betere tijden en het nodige vertrouwen houdt in een bondgenoot die de morele en politieke grondslag van de alliantie zozeer verloochent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.