column Eva Posthuma de Boer

Heeft iemand wel nagedacht over de vele Miesen die er gaan komen?

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers - een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva. Deze week: een plekje voor Mies.

Het gaat niet zo goed met Mies. Overdag stiefelt ze achter haar rollator over de ziekenhuisgang, haar pluizige witte haren ongekamd, een afgezakte bril op haar neus. Toch heeft Mies iets engelachtigs, verfijnd en lieflijk. Ze is dol op kinderen en volgt elke dreumes die voorbij komt tot in alle kamers. ‘Wat een dotje, wat een dotje’, prevelt ze voor zich uit. De mensen in en om de bedden glimlachen ongemakkelijk. Mies heeft niet in de gaten dat het ongebruikelijk is om zomaar overal binnen te lopen, en zweeft sereen voort. Tot de avond valt. Dan wordt Mies mies. En hoe. ‘Haal die lelijke grijns van je smoel!’, schreeuwt ze naar Karin, een van de verpleegkundigen. Karin trekt haar mond onmiddellijk in de plooi. Echt schrikken doet ze niet, Mies is hier nu drie maanden en het is elke avond hetzelfde liedje. ‘Laat me eruit!’, roept ze. ‘Doe die deuren godverrrrdomme open! Het volume dat ze met haar broze lijfje weet te produceren, is verbazingwekkend. ‘Nee Mies’, antwoordt Karin, ‘je weet dat ik dat niet mag doen. Je moet hier blijven.’ ‘Kreng! Nu heb je me waar je me hebben wilt, hè? Kun je wel? Rotwijf!’

Ziekenhuiskeuken in Rushkala, Tadzjikistan, 1995. Beeld Eddy Posthuma de Boer

Mies kwam binnen met een gebroken heup. Die is allang genezen en het lopen zou inmiddels zelfs zonder rollator kunnen, ware het niet dat Mies angstig is. Ze dementeert. Sinds de val waarbij ze de heup brak, gaat het hard. Ze kan niet meer terug naar huis. De verpleging heeft de handen meer dan vol en kan Mies weinig bieden. Dit is een normaal ziekenhuis, er is hier geen koffieruimte, geen spelletjesmiddag, geen kapper, geen gezamenlijke maaltijd. Mies heeft een zoon, die woont op bijna een uur rijden, net onder Rotterdam. Hij bezoekt haar op zondagen. De man van Mies is allang overleden. Prostaatkanker. Tot voor kort ging het allemaal best met Mies, zelfstandig in haar flat, hoewel ze wat vereenzaamde. Iedereen gaat maar dood hè, als je 82 bent, je houdt niemand meer over. Nu woont ze dus al drie maanden hier, op de afdeling orthopedie, waar iedereen komt en gaat behalve zij. Nergens anders in Nederland is een plekje voor haar. Nergens. He-le-maal nergens. 

Mies levert namelijk niets op. Mies kost alleen maar. En omdat ons zorgstelsel is overgedragen aan de vrije markt, is dat wat telt. Maar marktwerking en menselijkheid gaan heel slecht samen. Heeft iemand daar wel over nagedacht? En over de vele Miesen die er gaan komen? Hoe moet dat? Wie zal zich ontfermen? Dat we voor elkaar zorgen, is dat niet wat de welvaart ons bracht en ons fatsoen bepaalt? Ik weet niet wie of hoe, ik, jij, wij, zij, maar help! Het gaat echt niet goed met Mies!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden