Verslaggeverscolumn in Heemstede

Heeft het zin om een schrijver voor driehonderd tieners te zetten?

Foto de Volkskrant

De avond voordat ik het toneel op moet, vraag ik de 13-jarige om hulp. Zes derde klassen krijg ik voor de kiezen, vijf lesuren lang, en aangezien van tieners bekend is dat ze interesse hebben in boeken noch schrijvers, hoop ik op een gouden tip.

We zitten aan tafel, waar op de een of andere manier het kijken naar filmpjes op een mobiele telefoon is toegestaan.

‘Wij hadden ook zo’n gedichtenschrijver in de klas’, zegt de 13-jarige.

En zwijgt.

Hoe was dat?

‘Gewoon. Saai.’

Wie was het?

‘Géén idee.’

Schrijvers voor de klas zetten helpt tegen de ontlezing, hoopt de Raad voor Cultuur. Dus als een school me vraagt zeg ik geen nee, ook al betreft het circa driehonderd tieners met een leeftijd die ik ken van thuis.

Voordat ik de arena binnenga, zegt docent Nederlands Eva Verduijn: ‘Het zijn wel consumenten hoor’, en ze slaat haar armen over elkaar. ‘Vermaak ons maar.’

Vorig jaar, zegt Eveline van den Bogaard, die me de hele dag bijstaat, kwam Ali B. ‘Dat was een groot succes.’

Ook tijdens mijn eigen middelbareschooltijd was lezen geen eerste levensbehoefte. Wel was lezen normaal. Dat is geloof ik niet meer zo. Zeven jaar terug las de gemiddelde Nederlander tweeënhalf uur per week, nu is dat 37 minuten, schreef de Raad in een alarmrapport.

Onvermijdelijk debat: moeten we tieners nog wel de zware kost van vroeger opdringen? Mag lezen ‘leuk’ zijn? Kunnen we die Multatuli en zo niet beter inkorten? De oplossing van de Raad is in elk geval ‘het kweken van leesplezier’ inzake ‘literaire producten’, onder meer met het inzetten van games en van schrijvers in de klas.

Sta ik dan, die last op de schouders, gewapend met een enkele tip van de 13-jarige (‘zwart T-shirt, anders lijk je helemáál oud’) en met de woorden van de nieuwe directeur Propaganda van het Nederlandse boek, Eveline Aendekerk: ‘Uiteindelijk nemen jongeren dingen vooral aan van degenen die ze bewonderen en tegen wie ze opkijken.’

Rolmodellen. Ze bedoelt: ‘Lil’ Kleine of Ronnie Flex’.

Derdeklassers met een schrijver ervoor. Foto Toine Heijmans

Disclaimer: dit is een schitterende school op een landgoed, met 1.400 tieners. College Hageveld: alleen maar atheneum met een groene weide waarop de woorden van Multatuli prachtig klinken. Evelines mediatheek is de mooiste die ik zag, stil in de oude koepel. Dat is natuurlijk niet overal zo.

Het echte probleem met lezen en geletterdheid is het uiteenvallen van Nederland in degenen die meekomen en degenen die achterblijven. Lezers en niet-lezers – letterlijk. Mensen met mogelijkheden, en mensen zonder. Een rivier die gevaarlijk breder wordt – en hier staan we op de goede oever.

Er is een collegezaaltje met een beamer. Er zijn docenten Nederlands met energie en daadkracht, en er is Eveline. Sinds vier jaar nodigen ze schrijvers uit, en bereiden een boek voor in de klas. Dat kun je ook niet doen. Maar ze doen het wel.

Leraar Jelmer Birkhoff zegt: ‘Klas drie. Het leesdieptepunt. Succes!’

Lesuren duren lang. Ze eisen concentratie. Er zijn klassen die meer vragen hebben dan er tijd is. Ze willen weten wat een schrijver verdient, maar ook wat waarheid is en wat niet, en waarom het einde van een roman zoveel vragen achterlaat. Er zijn klassen waar niemand wat zegt. Er zijn klassen die klieren, er zijn kinderen die in slaap vallen.

Daarna ben ik uitgeput.

Nederland verwacht veel van scholen. De politiek is erg bezig met het Nederlanderschap: nu willen ze weer dat kinderen het Wilhelmus zingen. De problemen die politici vaak zelf mee veroorzaken mogen opgelost in de klas, want daar moeten ze goede burgers kweken die meekunnen met de wereld.

Onderwijl staan dag na dag, lesuur na lesuur, leraren voor tieners. Ze zijn in staat met een paar woorden zestig gierende derdeklassers stil te maken, iets wat mij niet lukt, en krijgen er nu godzijdank een beetje salaris bij voor de moeite. Na schooltijd neemt Eveline kinderen bij de hand die lezen lastig vinden. Omdat het helpt.

Wat ik de dag door zie is dat de leraren zelf de rolmodellen zijn. Dat is niet gemakkelijk. Het is moeilijker dan Ronnie Flex met de hand op zijn hart het Wilhelmus en vervolgens Multatuli te laten rappen. Maar ze doen het wel.

Tijdens de lunch met de docenten Nederlands vertelt Beatrijs Blom over een educatieve noviteit op school: ze gaan er lezen. Een uur per week. In een boek. Met de hele klas. ‘Gewoon, lézen’, zegt Beatrijs, zoals ze in het lager onderwijs nog doen: in stilte, zonder computer, televisie of ouders op je nek.

‘En weet je wat het is? Ze vinden het héérlijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.