Column Erdal Balci

Hebben de slaven Nederland echt rijk gemaakt?

Proeven we in ons brood het zout van het zweet van de slaven? Voelen wij de aanwezigheid van hun grote, zwarte ogen in onze rug als we op dure vakanties zijn? Bestaat de regen die in de grachten valt alleen uit het water van de wolken, of ook een beetje uit de tranen van de zwarte medemens die lang geleden door Nederlanders gekocht, verscheept, verkocht en uitgebuit zijn? De nieuwe schoenen voor de kinderen, de auto voor de deur, de welvaart, de weelde, de bijstand… Is alles te danken aan de arme slaven van voorheen?

In een wereld waar zowat in alle beschavingen slaven werden gehouden, worstelen we met een gewetensvraag die alleen in het Westen de geesten kwelt. Het feit dat men hier het hoofd breekt over de misdaden van de voorouders en nergens anders is dan ook een goede wegwijzer in deze kwestie. Want, er moet een verklaring zijn voor het gegeven dat de hedendaagse westerling wel de confrontatie aangaat met de eigen geschiedenis, maar de Aziaat, de Arabier, de Rus en de Turk niet.

Het vermogen om in de spiegel te kunnen kijken, om de eigen ziel op de pijnbank te kunnen leggen, is iets van de Westerse wereld. Bekwaamheid in zelfkritiek is onderdeel van de voortdurende ontwikkeling waar het Westen zich onderscheidt van de rest van de wereld. Er is hier een proces gaande dat sinds een paar eeuwen de Westerse burger niet alleen van ontwikkeling naar ontwikkeling doet reizen, maar ook voor duurzame welvaart zorgt.

Ik noem dat proces de magische band tussen de grote denkers en het volk. In een tijdsbestek van een paar eeuwen heeft het Westerse individu de natuurlijke drang om altijd het eigenbelang na te jagen overstegen en is, zoals we bij een wielerpeloton ook zien gebeuren, leren balanceren tussen het instinctief najagen van dat eigen belang en zich uit vrije wil ondergeschikt maken aan het grote geheel.

In dezelfde jaren dat slavenschepen aanmeerden in Vlissingen op Walcheren, verrijkte de Duitse filosoof Immanuel Kant de wereld met het idee dat de manier waarop het individu zijn eigen handelen legitimeert, voor iedereen moet gelden. Niet om morele waarden te koesteren, maar omdat deze houding op langere termijn een betere samen­leving oplevert.

Een eeuw voor Kant was Baruch Spinoza met zijn schitterende filosofie al aan de slag gegaan met het onder de loep nemen van de emoties bij de mens. Spinoza pluisde zijn ­eigen ziel uit in zijn werk, polijstte die ziel en legde de Europeanen uit hoe zij de alles ondermijnende hysterie de baas kan zijn.

Om terug te komen op het slavernijvraagstuk: ook Egyptenaren, Ottomanen, Arabieren en Russen (het systeem van de lijfeigenschap) hebben zich daar schuldig aan gemaakt. Dit verschrikkelijke fenomeen is in landen als China, waar veel arbeiders niet eens naar huis mogen gaan en in de fabriek moeten slapen, nog springlevend. De situatie van de Aziaten in de Golfstaten is niet veel ­beter dan die van de zwarte slaven van voorheen in Mississippi. Als uitbuiting gelijk zou staan aan welvaart en ontwikkeling, zouden de bovengenoemde culturen ons voorbijgestreefd moeten hebben.

Dat is niet het geval en voorlopig zal dat zo blijven. Onze welvaart en ontwikkeling zijn de opbrengsten van een van de belangrijkste keerpunten in de menselijke geschiedenis. Hier zijn grote denkers erin geslaagd iets teweeg te brengen bij de massa’s. Hun gecompliceerde literatuur is op de een of andere wijze in de lucht gaan hangen. Met de tijd zijn die ideeën neergedaald naar de denkwereld van de gewone mensen. Er is een collectief intellect ontstaan dat weet dat het vrije woord, democratie, mensenrechten, sterke instituties die de macht controleren belangrijker zijn voor het aangename leven dan de kleine zeges op persoonlijk vlak.

De westerling rolt in dit unieke ­klimaat van de ene ontwikkeling in de andere. Nu is de beurt aan het op een eerlijke manier beantwoorden van de vraag of we ons geld danken aan de slavernijgeschiedenis van onze voorouders. En zo raken historici in discussie over wat het aandeel van slavernij was in de Nederlandse economie van 250 jaar geleden. Volgens de een was dat aandeel 0,72 procent, volgens de ander lag dat percentage iets hoger.

Tegelijkertijd worden overal in de wereld nieuwe slaven ingezet om het Westen een kopje kleiner te ­maken, zonder te beseffen dat onze kracht al heel lang niet de uitbuiting van de medemens is, maar die magische band tussen de grote denkers en het gewone volk. 

Erdal Balci is schrijver en journalist. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden