ColumnMerel van Vroonhoven

Heb ik het nu wel of niet?

‘Hi Miranda, hoe is het bij jullie? Ook zoveel zieken?’ app ik. Op mijn schermpje verschijnt een huilende emoji: ‘Nog even en dan moeten we nog meer klassen naar huis sturen. Ook Daisy is net voor tien dagen in quarantaine. Dus ik sta alleen voor de klas’.

‘Zal ik je woensdag komen helpen?’ app ik terug. Binnen twee seconden ontvang ik haar antwoord: een duimpje met vijf uitroeptekens. ‘Oké, tot woensdag dan!’

De kinderen in de klas van juf Miranda hebben een licht verstandelijke beperking en vaak ook nog autisme of ADHD. Naast een veilige, voorspelbare omgeving is persoonlijke aandacht voor hen extra belangrijk. In je eentje is dit nauwelijks te doen. Misschien kan ik volgende week nog een tweede dag bij Juf Miranda inspringen. Vandaag en morgen even flink studeren dus.

Maar eenmaal achter de studieboeken lijkt mijn hoofd wel een zeef. Woorden verliezen hun betekenis, nog voor ze de weg naar mijn hersenen hebben gevonden. Wat is er toch met me? Ik kuch een paar keer. Is de lucht in huis zo droog of krijg ik last van keelpijn? Hè bah, het zal toch niet? Tien dagen in quarantaine komt nu echt niet uit. Ach, ik verbeeld het me vast. Vanavond gewoon lekker vroeg slapen.

IJdele hoop. Het nachtlampje is nog maar net uit of de ene na de andere coronakwaal doemt op: hoofdpijn, droge hoest en tot overmaat van ramp ook nog verhoging. Heb ik het nu wel of niet? Voor de zoveelste keer staar ik in het blauwe schijnsel van mijn mobiel naar de zoekresultaten van ‘corona symptomen’. Google is onverbiddelijk. Dat wordt testen.

Om 08.00 uur bel ik het GGD coronatestnummer. Zonder succes. De lijn is overbelast. Net als de website. Uren later – als mijn gestel én mijn gemoedsrust al in een diep dal zijn beland – popt opeens op mijn computerscherm een testmogelijkheid op: zaterdag 11.30 uur in Goes. Dat kunnen ze toch niet menen? Ik ga echt geen drie uur rijden voor een testje van drie minuten. Dan maar geen test.

Maar hoe weet ik dan of ik niet besmettelijk ben voor mijn gezin en de klas? ‘Gij zult testen’, galmt de stem van domineeszoon Hugo de Jonge door mijn hoofd. Toch naar Goes dan. Ik klik op de afspraak. Er gebeurt niets. Ik doe een nieuwe poging. Weer niets. Sterker nog, nu is er helemaal geen mogelijkheid meer. Zelfs niet in Goes. Misschien de voorrangsroute voor leerkrachten? Nee, die geldt niet voor pabo-stagiaires. Verdorie, wat een toestand toch. ‘Morgen voel je je vast beter,’ spreek ik mezelf toe, ‘dan heb je helemaal geen test nodig.’

De volgende dag voel ik me nog belabberder. Wat als het inderdaad corona is? Toch maar weer proberen een afspraak te maken, in bed met de laptop op schoot. Dit keer heb ik meer geluk. Er is een plekje op de coronatestlocatie in Nootdorp. Over drie dagen. Vooruit dan maar.

‘Ik heb goed nieuws jongens’, roep ik vijf dagen later met schorre stem uit de slaapkamer. ‘Ik ben negatief getest, ik mag weer werken!’ Maar daar denkt het virus, dat al zeven dagen in mijn lijf huishoudt, heel anders over. Ik voel me nog altijd hondsberoerd. Van werken is voorlopig geen sprake. Er zit niets anders op dan een appje aan Miranda: ‘Sorry, sorry, ik kan toch niet komen morgen. Ik heb de griep’.

Dit is de 27ste aflevering van de serie die Merel van Vroonhoven schrijft over haar overstap van topvrouw bij de Autoriteit Financiële Markten naar zij-instromer in het onderwijs. Lees hier de vorige aflevering.

Merel van Vroonhoven deed als zij-instromer ook onderzoek naar het lerarentekort: ‘De aanpak is te beperkt en te versnipperd

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden