Opinie

Harvey Weinstein: kind van de jaren zeventig

Wat Weinstein-achtig gedrag betreft, vormden de jaren zeventig een absoluut dieptepunt.

Filmmaker Roman Polanski (l) en Playboy-magnaat Hugh Hefner (met pijp, 1970 Beeld getty

'Ik werd volwassen in de jaren zestig en zeventig, toen alle regels over gedrag en de arbeidsplek anders waren', schreef Harvey Weinstein in zijn afschuwelijke pseudoverontschuldiging. 'Dat was toen de cultuur.'

Iedereen heeft hierover grappen gemaakt, maar dit moet je deze duivel nageven: in zekere zin wás seksueel roofgedrag de cultuur in de jaren dat Weinstein volwassen werd, in de vermaakindustrie en in de samenleving.

Er is een progressieve neiging seksuele uitbuiting te beschouwen als patriarchale constante die is getemperd door het feminisme. En er is een conservatieve neiging om het als probleem te beschouwen dat geleidelijk erger is geworden sinds de seksuele revolutie. Maar een correctie op beide aannames is de moeite van het noteren waard. Wat Weinstein-achtig gedrag betreft, en de kwaden die ermee samenhangen, zijn de zaken waarschijnlijk nooit zo slecht geweest in hedendaags Amerika als in de jaren zeventig. En als je de problemen van deze tijd wilt begrijpen, is het de moeite waard daarbij stil te staan.

Deels kun je dat doen met statistieken uit die tijd: er waren nooit zoveel echtscheidingen, nooit zoveel abortussen als toen, je had een veel hoger aantal verkrachtingen en een geslachtsziektencrisis die culmineerde in de aidsepidemie. Maar andere zaken kun je beter terughalen met sociale geschiedenis - vooral hoe je in die tijd een door drugs geholpen grootschalige uitbuiting van kinderen zag.

Zoals Matthew Walter onlangs schreef, was veel van de groupiecultuur in de rock-'n-roll een viering van seks met minderjarigen, waarin de rockgoden optraden als massaontmaagders van meisjes niet veel ouder dan Dolores Haze. In Hollywood had Roman Polanski een goede reden om de anale verkrachting van een 13-jarig meisje te zien als iets dat ze je laten doen als je een ster bent, of zelfs wanneer je dat niet bent.

Harvey Weinstein Beeld ap

Ja, dat was de vermaakindustrie, altijd smerig en toegeeflijk - maar hetzelfde patroon zag je overal, van dure kostscholen tot de rooms-katholieke kerk. Kindermisbruik door pedofiele priesters is een heel oud probleem, maar er gebeurde iets nieuws in de katholieke kerk tussen 1960 en 1980: pedofilie kwam even vaak voor als daarvoor, maar het percentage priesters dat tieners bezoedelde, verleidde en verkrachtte schoot omhoog.

En toen verbeterde de situatie, dankzij een combinatie van angsten uit het aidstijdperk, de tol van drugsgebruik, de derde golf feminisme en een heropgeleefd religieus conservatisme. Het aantal verkrachtingen verminderde, net als het aantal abortussen en echtscheidingen. Seksueel misbruik door priesters nam ook af.

De brute kijk op de wereld die ik 'hefnerisme' heb genoemd (naar de onlangs overleden Playboy-magnaat Hugh Hefner, red.) bleef bestaan, zoals de slachtoffers van Weinstein, Bill Clinton en Donald Trump kunnen beamen. Maar terwijl het feminisme vocht om dit te temperen, is de hoogopgeleide klasse enige terughoudendheid opgelegd. En het 'polanski-isme', dat het gebruik en misbruik van tieners met een knipoog begroette, raakte afgedaan. Ouderwetse mores komen niet terug - maar de wilde, erotische uitspattingen van de jaren zeventig, met hun vaak dionysische wreedheid, evenmin.

Maar laten we onszelf niet te snel feliciteren. Er zijn manieren waarop we zijn overgegaan van eros naar thanatos - van de chaos van ongetemperde lust naar de stabiliteit van vergrijzing. Ons tijdperk is deels minder openlijk seksueel destructief omdat we seks zelf aan het opgeven zijn, ons terugtrekkend in porno en andere virtuele troostprijzen. In de jaren zeventig gaven mensen hun huwelijk op omdat ze dachten dat ze een hogere zelfverwezenlijking wachtte. Nu trouwen mensen minder, hebben ze minder seks als ze eenmaal getrouwd zijn - en minder kinderen. Ze trekken hun handen af van zowel promiscuïteit als procreatie. Minder abortussen, maar meer suïcides. Hefnerisme heeft ons via orgiastische overdaad naar deprimerende onanie gevoerd.

Ondanks hun morele zedenbederf, is er één goede reden voor de nog altijd bestaande nostalgie naar de jaren zeventig: zij vertegenwoordigden de laatste grote explosie van creatieve energie van onze beschaving. Die roofzuchtige regisseurs en rocksterren maakten geweldige films en memorabele muziek. Belangengroepen werden toen geboren als idealistische bewegingen; onze zich herhalende intellectuele debatten waren vers en nieuw. Onze tijd is kalmer en veiliger en minder gemeen (ondanks Trump en Twitter), maar deze vredigheid voelt als culturele vermoeidheid.

Harvey Weinstein is een passende schakel tussen die wereld en de onze, artistiek en moreel. Zijn onafhankelijke filmwerk probeerde de geest van de jaren zeventig te doen herleven of imiteren, voordat het verzandde in Oscarlokkertjes en eindeloze superheldenfilms voor het systeem.

De manier waarop hij jonge vrouwen mishandelde was een heel erg jaren-zeventig-achtige manier om een filmwereldmonster te zijn. Maar de beschuldiging dat hij, als zijn avances mislukten, masturbeerde in om het even welke bak in de buurt was? Dat is heel erg 2017.

Ross Douthat is columnist van The New York Times.

© The New York Times

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.