COLUMNTom Hofland

Harry Potter werd verdreven door een kracht sterker dan Gandalf en Perkamentus bij elkaar: de puberteit

Beeld Aisha Zeijpveld

Vorige zomer schreef ik voor de Volkskrant een artikel over hoe Harry Potter en de steen der wijzen mij aan het lezen en schrijven bracht. Lang verhaal kort: mijn moeder las het boek aan me voor terwijl ik lag te ijlen van de koorts. Een fantasiewereld kwam nog nooit met zoveel geweld mijn bewustzijn binnen; ik was verkocht. Begrijp me niet verkeerd: het was doodeng, maar ook magisch. Dus toen ik weer beter was, besefte ik hoe heerlijk het was om in een andere wereld te verdwijnen. Of die zelf te scheppen, wat ik ietsje later ging doen.

Deze zomer vroeg de Volkskrant mij om eens te vertellen hoe het ná Harry Potter verder ging met mijn leescarrière. Welke boeken speelden een belangrijke rol in mijn leven?

De komende weken zal ik er een aantal uitlichten.

Maar eerst nog een kleine ontboezeming over mijn schijnbaar ontembare liefde voor Harry Potter: ik heb die reeks helemaal niet uitgelezen.

Ik riskeer nu door uilen bezorgde kogelbrieven van de hardcore fans, maar: na boek vier ben ik overgestapt op de films. Ik weet het, barbaars. En dat terwijl ik het echt geweldig vond, dat hele wereldje. Zweinstein, de snaai, boterbier. Nog steeds krijg ik warme gevoelens bij dat soort woorden. Maar dat had ik destijds ook met In de ban van de ring. Och, wat had ik graag met puntoortjes en een pijl en boog op Orcs gejaagd. Soms verstopte ik een ring van mijn zus in de sloot en ging die daarna weer zoeken, puur om me even Frodo te voelen. Ik had een enorme fantasyfanaat kunnen worden. Er kwam alleen, zo rond mijn veertiende, iets tussen dat mij hardhandig wegtrok van al die magische werelden. Een kracht die sterker was dan Gandalf en Perkamentus bij elkaar: de puberteit.

Schijnbaar van de ene op de andere dag verdween al mijn interesse in toverscholen en halflingen, en op mijn nachtkastje lagen ineens Wolkers, Giphart en Cremer. Ik begon de zwoele Franse muziek van Air te draaien. Je t’aime moi non plus van Gainsbourg werd mijn ringtone. Mijn grootste drijfveer om naar school te gaan was dat er zoveel leuke meisjes rondliepen. Voor magie was simpelweg even geen plek in mijn leven.

Ineens ging wat ik las niet meer om de klassieke strijd tussen goed en kwaad. Nee, in de boeken die ik uit mijn vaders boekenkast greep werden mannen door mooie vrouwen in hun kont gebeten (Brandende liefde, Jan Wolkers).

Maar Harry Potter is toch zo’n mooi verhaal over vriendschap? Ik herinner me een passage uit Ik, Jan Cremer waarin de hoofdpersoon in de trein zit te poepen en vreest dat er een kiezelsteentje omhoog zal schieten dat zijn ingewanden zal verscheuren. Dát waren de dilemma’s waar ik als 14-jarige op zat te wachten.

‘In het begin naaide ik Brigitte vijf keer per nacht, en hoe, wild, wilder, wildst, na een paar weken schold ze me uit voor intellectueel, omdat ik haar maar één keer naaide en dan nog met moeite.’ Was dit een citaat uit Harry Potter geweest, dan had hij nog een kans gemaakt. Maar helaas, het was Cremer. En dat betekende dan ook Potters roemloze vertrek uit mijn puberkamer. Maar het betekende ook, weliswaar door vunzigheid gedreven, mijn kennismaking met de Nederlandse literatuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden