Opinie

Hangplek is geen oplossing voor probleemjeugd

Aanpak probleemjongeren

Het goedpraten dat jeugd ontspoort omdat de gemeente geen clubhuis voor ze bouwt, is bizar.

Burgemeester Geke Faber (L) brengt een bezoek aan de Vomar supermarkt in de wijk Poelenburg, naar aanleiding van problemen met hangjongeren de week. Beeld ANP

Tuig van de richel noemt premier Rutte de amokmakers in Zaandam. Wekenlang zorgt een groep vervelia van Turkse afkomst in de wijk Poelenburg voor onrust, bedreigingen en intimidaties, terwijl de politie toekijkt of belachelijk wordt gemaakt waar ze bijstaat.

Zo gaat het meestal, reljeugd leeft op bij het provoceren van handhavers of de politie en krijgt bij gebrek aan een duidelijke grens de status van onaantastbaarheid. Overlast door jongeren die volgt op vervelen en hangen wordt door beleidsmakers en politici al te vaak gemakkelijk geaccepteerd: 'het hoort erbij'. Bewoners worden moedeloos, verliezen hun vertrouwen in de overheid en stemmen vervolgens met hun voeten. Het klagen stopt, probleem opgelost. Niet dus.

Natuurlijk is het in de praktijk een dunne lijn, jongeren die gewoon tegen een balletje trappen versus jongeren die buurtoverlast veroorzaken. Waar het misgaat, is als de normen van de straat worden opgelegd aan de rest van de bewoners en een tegenreactie uitblijft. Als het hangen gecombineerd wordt met alcoholgebruik, grof taalgebruik, intimidaties en drugs. Dan gaat het van kwaad tot erger en is een criminele groep geboren, soms inclusief jochies van nog geen 11 jaar. Maar liefst 75 procent van de jeugdcriminaliteit wordt in Nederland in groepsverband gepleegd.

In Poelenburg vliegen de eieren

De politiebond wil meer en duidelijker bevoegdheden om te kunnen optreden tegen probleemjongeren. In de Zaanse wijk Poelenburg vlogen dinsdag de eieren in het rond.

Joost Eerdmans Beeld ANP

In Rotterdam hebben we genoeg ervaring met probleemjeugd. Kern van onze aanpak is dat we duidelijke grenzen stellen. Dat betekent in de eerste plaats dat we niet de zoveelste hangplek gaan subsidiëren. Je vervelen mag, maar ik duld daar als wethouder geen negatieve gevolgen van. Toen ik jong was voetbalden we na school op een grasveldje in de buurt met onze jassen als doelpalen. Daar kwam geen cent subsidie aan te pas.

Tegenwoordig begint een bewonersavond meestal met de vraag: wat gaat de gemeente doen voor onze jongeren? Ze vervelen zich stierlijk en de gemeente roept daarmee alle ellende over zichzelf af. Ik snap dat tijden veranderen, maar een dergelijk beroep op de overheid is ongepast. Waar zijn de ouders? De vergoelijking dat jeugd ontspoort omdat de gemeente geen clubhuis voor ze bouwt, is bizar en helpt ons niet.

De gemeente kan wél helpen in het bijsturen van gedrag. Zo werken we in Rotterdam met het 'cappuccinomodel', een opschalingsmodel dat begint bij de aanwezigheid van jongerenwerkers en zorgprofessionals, bij geconstateerde problematiek wordt snel overgeschakeld naar de inzet van jeugdhandhavers en uiteindelijk resulteert dat waar nodig in vroegtijdig politieoptreden.

In onze jeugdhotspots geldt bovendien de VIP-aanpak: Very Irritating Police. De leiders van de jeugdgroepen ontkomen niet aan een confronterende aanpak op elk moment van de dag. Dat lukt natuurlijk alleen met een consequente, gezamenlijke aanpak die onderschreven wordt door zowel politie en handhavers als zorgverleners, jongerenwerkers en gemeente.

Enkele probleemjongeren uit de Zaandamse wijk Poelenburg in het tv-programma Pauw, 8 september. Beeld Screenshot

Wat staat ons te doen?

1: Voorzie elke aanpak van een stok achter de deur. Accepteer je geen zorg, stageplek of school? Dan krijg je leerplicht langs en knijpen we op je uitkering. Als je rotzooi kunt trappen, kun je ook werken of naar school.

2: Stel ouders aansprakelijk voor hun misdragende kinderen. Samen met de woningcorporatie willen we de gevolgen van hun gedrag in beeld brengen voor het huurcontract van de ouders of sturen we ze naar een opvoedcursus. Dit kan niet vrijblijvend. Deze ouders moeten zich realiseren dat zij een deel van het probleem én de oplossing zijn. Zij moeten hun kinderen corrigeren, aanspreken en hulp vragen. Via de 'laatste-kans'-aanpak worden ouders geconfronteerd met het gedrag van hun kind, aangesproken op hun verantwoordelijkheid en maken we samebn afspraken. We gaan de ruimte niet eerder uit dan nadat de gezamenlijke overeenkomst is getekend. Lukt dat niet, dan rest het strafrecht. Leidend motto: we bieden ouders hulp, maar niets terugdoen is geen optie.

3: Kies voor een duidelijke repressieve aanpak als de grenzen overschreden worden: flexibele inzet camera's, verscherpt toezicht (we hebben het aantal jeugdhandhavers verdubbeld), een gebieds- of wijkverbod en desnoods een mosquito (een geluidsapparaat dat irritant hoge tonen uitzendt die vrijwel alleen jongeren tot ongeveer 25 jaar kunnen horen).

4: Koester gezag en respect. Agenten die jongeren een 'boks' geven brengen hun autoriteit in gevaar.

5: Luister naar je bewoners. Geef hun een grote rol, nodig hen uit om een preventiewacht te vormen of een WhatsApp-groep. In Rotterdam hebben we 65 'Buurt-Bestuurt'-teams rondlopen, die in hun eigen wijk invloed hebben op de prioriteiten van de wijkagenten.

De jeugdoverlast in Rotterdam neemt de laatste jaren gestaag af, bleek vorige week uit de Omnibusenquête, waarvoor bijna duizend bewoners zijn ondervraagd. Maar wat in Zaandam gebeurt, kan overal ontstaan. De belangrijkste opgave voor bestuurders is op tijd in te grijpen en de signalen van de buurt serieus te nemen. Onveiligheid is lang niet altijd objectief met politiecijfers te staven. De bewoners zelf zijn vaak de beste graadmeter.

Joost Eerdmans is wethouder veiligheid, handhaving en buitenruimte in Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.