opiniegeheimhouding advocatuur

Handen af van de vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt

Het afluisteren van gesprekken tussen advocaten en cliënten is schadelijk voor de rechtsstaat, betoogt advocaat Peter Plasman.

Een advocaat bekijkt een dossier in de rechtbank.Beeld Hollandse Hoogte / David Rozing

Onlangs stelde de Commissie Telefonie voor Justitiabelen vast dat door een fout in het systeem telefoongesprekken tussen gedetineerden en advocaten waren opgenomen en bewaard. De commissie kwam tot ongeveer 25 duizend van die gesprekken. Een klein deel daarvan was uitgeluisterd, sommigen waren doorgestuurd naar de politie. Net als bij vele andere commissies die worden ingesteld nadat er iets fout gaat, was één van de opdrachten aan deze commissie het alombekende ‘trekken van lessen voor de toekomst’.

Enige tijd geleden kwam ik in een strafdossier een proces-verbaal tegen met de inhoud van een door de politie afgeluisterd telefoongesprek (telefoontap): ‘Hè, kerel, niets zeggen, want volgens mij word ik afgeluisterd, ik gebruik vanaf nu een ander nummer.’ Vervolgens noemde de beller het nieuwe nummer. Daarna maakte ik kennis met een inventieve opsporingsmethode. Een gedetineerde cliënt van mij kwam in contact met een bewaarder die tegen betaling een mobiel voor hem kon regelen. Mijn cliënt maakte dankbaar van dit aanbod gebruik. Hij wist niet dat de bewaarder in opdracht van justitie handelde en dat de telefoon werd getapt. En mijn cliënt maar ‘onbespied’ bellen.

Dit soort zaken gebeuren in ons land, dat internationaal ‘aan de top staat’ qua omvang van het tappen. Opgenomen en daarna afgeluisterde telefoongesprekken leveren de opsporing een schat aan informatie op. Zonder de bevoegdheid om te tappen zouden politie en justitie de tent kunnen sluiten.

Dat vele tappen lijkt de burger niet bezig te houden. Die weet dat ook mensen die geen verdachte zijn, kunnen worden getapt. Veel mensen zullen ooit zonder het te weten zijn afgeluisterd. De meeste burgers veronderstellen dat onze overheid rechtmatig optreedt en haar bevoegdheden zeker niet misbruikt. Was dat maar zo.

Gesprekken tussen advocaten en cliënten mogen niet worden opgenomen of afgeluisterd. Advocaten zijn geheimhouders en moeten onbespied met hun cliënten kunnen communiceren. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het voor onze overheid niet.

Nadat advocaten begin deze eeuw procedeerden tegen de Staat om een eind te maken aan het afluisteren, is er een systeem ontwikkeld om het opnemen van geheimhoudersgesprekken te voorkomen. Advocaten registreerden hun telefoonnummers, het systeem moest die nummers herkennen en het gesprek vervolgens niet opnemen. Hoe moeilijk kan dit zijn? Kennelijk te moeilijk.

Vuurwerkramp

Advocaten geloven al lang niet meer in ‘lessen voor de toekomst’. Vanaf mei 2000 stond ik als advocaat Rudi Bakker bij in de zaak van de Enschedese vuurwerkramp. In die zaak rees het vermoeden dat gesprekken tussen advocaten en cliënten werden afgeluisterd. De officier van justitie kwam op de zitting uitleggen dat het loos alarm was, er was geheel volgens de regels gewerkt. De politie had Rudi Bakker getapt en hoorde hem in gesprek met zijn advocaat. Dat gesprek werd afgeluisterd en de inhoud op papier gezet. Dat proces-verbaal ging naar de officier van justitie opdat hij kon beoordelen of dit een geheimhoudersgesprek was dat niet in het dossier terecht mocht komen. De magistraat verkondigde zonder blikken of blozen dat dit voldoende vertrouwelijkheid bood; de gesprekken kwamen immers niet in het dossier. Het ergste was dat deze officier niet eens door had wat hij vertelde.

Jaren later liep een belangrijke strafzaak stuk nadat toevallig bleek dat op grote schaal mappen processen-verbaal met geheimhoudersgesprekken gewoon in kasten stonden waar velen bij konden. En in december 2019 werd bekend dat 25 duizend gesprekken tussen advocaten en gedetineerden waren opgenomen en deels beluisterd.

De vraag is wanneer de ‘toekomst’ van ‘die lessen’ ooit begint. Dat moment komt pas wanneer de autoriteiten in volle omvang begrijpen hoe essentieel vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt is, en daarnaar handelen. Dat besef moet minimaal inhouden dat er nooit kan worden meegeluisterd, om maar niet te spreken over het opnemen en bewaren van dit soort gesprekken. 

Witwassen

In elke organisatie zitten mensen die zich niet helemaal aan de regels houden, dus ook bij politie en justitie. Een politieman die toch even meeluistert bij de advocaat kan interessante dingen horen en dan is het een koud kunstje om de onrechtmatig verkregen informatie via een belletje naar Meld Misdaad Anoniem witgewassen aan te leveren bij de opsporing. Zo gaan die dingen.

Het is nu zover gekomen dat een advocaat klachtwaardig handelt wanneer hij vrijuit praat omdat hij aanneemt dat hij niet wordt afgeluisterd. Zelfs wanneer geheimhoudersgesprekken honderd procent zijn beveiligd, zal het nog lang duren voordat advocaten het gevoel krijgen dat meeluisteren echt uitgesloten is.

Het zal nog langer duren − als het al ooit gaat gebeuren − voordat advocaten telefonisch belangrijke zaken met hun cliënten gaan bespreken; voordat zij de vraag van hun cliënt of de lijn veilig is, met ‘ja’ kunnen beantwoorden. Tot die tijd moeten advocaten zaken met gedetineerde cliënten face to face in het huis van bewaring bespreken. Dat is, vergeleken met een telefoongesprek, een zeer tijdrovende bezigheid. Om in dat huis van bewaring vervolgens tot de ontdekking te komen dat ook bij dat gesprek met een kleine technische ingreep kan worden meegeluisterd. In veel spreekkamers bevinden zich microfoons en luidsprekers zodat professionele bezoekers kunnen communiceren met het personeel. Waarom zou daar niet kunnen worden meegeluisterd?

Vertrouwen

Het is een schande dat in dit digitale tijdperk het grondbeginsel van vertrouwelijkheid tussen advocaat en cliënt door onze overheid met voeten wordt getreden. Na decennia geklooi wil die overheid nu naar ‘lessen voor de toekomst’. Ongetwijfeld komen die er. Maar lessen zijn om van te leren en juist in dat leren hebben strafrechtadvocaten geen vertrouwen.

Er is een ingrijpende mentaliteitswijziging nodig bij de verantwoordelijke autoriteiten. Die zal zodanig moeten zijn dat advocaten langzaam weer het gevoel krijgen dat de vertrouwelijkheid serieus wordt genomen. Tot die tijd blijft het behelpen met gemankeerde communicatie.

Peter Plasman is strafrechtadvocaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden