Handelsland Nederland moet niet bang zijn voor concurrentie

Nederlandse bedrijven zijn makkelijker over te nemen dan andere Europese ondernemingen.

In korte tijd kregen drie Nederlandse bedrijven te maken met ongevraagde avances: PostNL, Unilever en AkzoNobel. Beeld anp

Nederland heeft baat bij een open economie. Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat Nederlandse bedrijven op de korte termijn wat al te gemakkelijk ten prooi vallen aan de kooplust van Amerikaanse bedrijven. De suggestie van oud-topmannen als Jan Hommen en Hans Wijers voor een bedenktijd bij een vijandig overnamebod is een goede manier om de 'hijgerigheid' van een overnameproces te halen. Een bedrijf krijgt daarmee de kans zijn eigen aandeelhouders een alternatief te bieden voor de vijandige overname.

In korte tijd kregen drie Nederlandse bedrijven te maken met ongevraagde avances: PostNL, Unilever en AkzoNobel. Het Amerikaanse bedrijf PPG heeft bovendien aangekondigd elk moment een vijandig bod op AkzoNobel te kunnen uitbrengen.

Andere Europese landen kennen cultureel en politiek meer beschermingsmuren om 'hun' nationale bedrijven onder de eigen vlag te houden. Zo kun je een aandeel in een Frans bedrijf hebben, maar wordt op het Élysée het eigenaarschap bepaald. Toen het Amerikaanse Pepsi in 2006 een poging deed het Franse Danone over te nemen zei de Franse regering resoluut: 'Non!'. Of aandeelhouders het bod aantrekkelijk vonden deed er niet toe, het zou immers niet gebeuren dat deze Franse trots in handen van een Amerikaans concern zou vallen. Samen met vakbonden voerde de Franse overheid de druk op: Danone bleef Frans.

Zo'n dikke muur optrekken moet Nederland niet willen. Wij profiteren ervan een open economie te zijn. Neem Heineken dat over de hele wereld bierbrouwerijen opkoopt en inmiddels de tweede brouwer van de wereld is. Of AkzoNobel, waarvan de tweede naam nog doet denken aan het Zweedse Nobel dat door het Nederlandse Akzo werd opgekocht. Sommige politieke partijen willen aparte commissies instellen die gaan toetsen of overnames wel in lijn zijn met regeringsbeleid. Dat is een verkeerde zet: Nederland moet openstaan om zaken te doen.

Jan Paternotte is Tweede Kamerlid voor D66. Beeld ANP

Natuurlijk zijn er bedrijven, zoals in de telecom, waarvan je niet wilt dat een buitenlandse mogendheid er controle over krijgt. Maar de verf van Akzo of de pindakaas van Unilever zijn niet van levensbelang voor de nationale veiligheid.

Toch moet Nederland niet naïef zijn. De dollar staat hoog ten opzichte van de euro en de rente is laag. De Amerikaanse beurzen laten records zien omdat de grote bedrijven denken te gaan profiteren van de regering Trump. Voor Amerikaanse bedrijven zijn Nederlandse bedrijven nu relatief goedkoop. Zo kan het gebeuren dat het kleinere Kraft-Heinz een overnamebod uitbrengt op het grotere Unilever, dat van de weeromstuit zijn boterbedrijven als Zeeuws Meisje en Blueband afstoot om aandeelhouders tevreden te stellen.

Ook is het soort van overnames nu anders. Kraft (nu Kraft-Heinz) had eerder het Britse bedrijf Cadbury overgenomen, waar direct beloften over het behoud van 400 banen bij een fabriek werden gebroken. Het bedrijf is goed in het drukken van kosten, maar scoort slecht op duurzaamheid en innovatie voor de lange termijn. Bij het overnamebod op AkzoNobel is een aandeelhoudersclub betrokken die in Frankrijk is veroordeeld voor handelen met voorkennis.

Dat een slecht presterend bedrijf wordt overgenomen is vaak gezond. Maar Unilever en Akzo boeken structureel hoge winsten. Het is dus zaak in Nederland en Europa te zorgen voor een gelijk speelveld. De politieke bemoeienis met de economie in Frankrijk en Zuid-Europa is berucht, maar ook Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben bescherming. De Duitsers omdat een veel kleiner deel van de bedrijven op de beurs staat en vakbonden veel macht hebben bij overnames. In Engeland stond Theresa May vooraan om overheidsingrijpen aan te kondigen toen een bod op Unilever werd uitgebracht. In de VS heeft Trump een beleid van beschermingsmuren aangekondigd.

In een gelijk Europees speelveld moet handelsland Nederland nooit bang zijn voor concurrentie. Bovendien moeten Europese landen niet met protectionistische maatregelen tegen elkaar gaan opbieden. We moeten voorkomen dat de westerse wereld in een golf van protectionisme belandt. Daarom moet dit onderwerp ook in Europa op de agenda komen.

Jan Paternotte is Tweede Kamerlid voor D66.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.