COLUMN

'Handel is geen vies woord meer in de hulpsector. Zelfs niet bij de PvdA'

Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen nam zondag deel aan de Volkskrant op zondag in De Rode Hoed in Amsterdam. Onderwerp van debat was de vraag: hulp of handel? Politiek redacteur Natalie Righton van de Volkskrant opende de bijeenkomst met onderstaande column.

Bram van Ojik en Lilianne Ploumen Beeld Ton Koene

Handel is een heel vies woord, merkte ik als bedrijfskundestudent die geïnteresseerd was in ontwikkelingssamenwerking. Het waren de jaren negentig. Iedereen die iets deed in de ontwikkelingssamenwerking, zat in die groef. Het bedrijfsleven betrekken bij armoedebestrijding was echt vloeken in de kerk. Want bedrijven waren alleen maar gericht op winst maken voor zichzelf en dat kon natuurlijk nooit goed zijn voor de arme Afrikanen.

Ik was een vreemde eend in de bijt van de hulpsector. Ik had bedrijfskunde gestudeerd en schreef een scriptie over het nut van Nederlandse bedrijfsinvesteringen in de allerarmste landen ter wereld. De titel van mijn scriptie: Ondernemers gezocht. Zoals alle steengoede scripties uit die tijd verdween ook die van mijn in een onderste la. Nooit meer wat van gehoord.

Tot twee maanden geleden ongeveer. Ik ging verhuizen en vond die 15 jaar oude scriptie terug, onderin een oude kist, onder het stof. Ik bladerde er even in. Er stonden voor die tijd revolutionaire dingen in.

Zoals de opmerkelijke donateurscampagne van Novib: geef ze geen vis, maar een hengel. Dat was echt nieuw. Er was ook een club met de naam Soldaridad. Zij introduceerde de term fair trade in Nederland met onder meer het keurmerk Max Havelaar. In 1996 kregen bananen in Nederlandse supermarkten ineens een sticker met daarop 'Oké'. Binnen korte tijd wist iedereen: Als er geen Oké-sticker op zo'n banaan zat, dan was-ie dus ook niet oké en wist je dat de bananenboeren waarschijnlijk ergens tegen een hongerloontje lagen te creperen.

Terugkijken

Het gehele debat is opgenomen en kunt u hier terugkijken. Vanaf 3.10 is de column van Natalie Righton terug te zien.

Inmiddels is fairtrade niet meer zo revolutionair. Onder Rutte I is de verandering van kabinetsbeleid ingezet. Ben Knapen kreeg de portefeuille ontwikkelingssamenwerking. Er werd flink gesnoeid in het aantal partnerlanden en ineens vlogen termen als efficiency en strategie je om de oren. De intrede van het bedrijfsjargon in de hulpverleningswereld was onmiskenbaar. Gelukkig voor de hulpverleners van de oude stempel stond er nog wel een stevig schot tussen hulp en handel. Knapen was van de hulp, Henk Bleker van de handel. De portefeuilles bleven formeel van elkaar gescheiden.

Toen kwam Lilianne Ploumen ten tonele. Zij werd in kabinet Rutte II de eerste minister voor handel èn ontwikkelingssamenwerking. Ze was de eerste die het begin 2013 ook hardop durfde te zeggen in de media: we gaan steeds meer handel drijven met arme landen in plaats van ze hulp geven. Dat is namelijk beter voor de ontwikkeling van die landen.

Ik was begin 2013 als journalist met PvdA-minister Ploumen mee op reis naar Ethiopië, toen ze haar plannen ontvouwde. Ik schreef er een stevig nieuwsverhaal van en - zoals vaker gebeurt - de eindredactie zette er een verkeerde kop boven. 'Ontwikkelingshulp gaat verdwijnen', of iets in die strekking prijkte er en grote letters op de voorpagina van de Volkskrant.

Die woordkeus van de eindredactie ging misschien een tikkeltje te ver.

Maar de toon was wel gezet.

Politiek redacteur Natalie Righton in de Rode Hoed. Beeld Ton Koene

Als journalist weet ik inmiddels dat er twee soorten reacties zijn te verwachten als een minister nieuw beleid aankondigt. De eerste reactie van mensen in de sector is: de minister is knettergek.

Een tweede mogelijke reactie is: We doen dit al jaren. De eerste reactie van de hulpsector op de nieuwe beleidsnota van Ploumen was de eerste variant: Die is knettergek. Nou heb ik minister Ploumen al een flink aantal keer geïnterviewd en ben ik ook een paar keer meerdere dagen met haar meegereisd naar Ethiopië, maar ook naar Afghanistan en Irak. Er zijn een paar dingen die opvallen. Zoals dat ze veel energie heeft, graag lacht en maar door blijft gaan. Maar knettergek? Nee, dat heb ik nog niet kunnen vaststellen.

Toen hulporganisaties na paar weken waren bijgekomen van de schrik, belde ik de woordvoerders van de hulpclubs nog eens. Ik hoorde dat de minister bij nader inzien toch niet knettergek was. Ze was wel een beetje een naloper, want wist ze dan niet dat de hulporganisaties dit al jaren deden? Als ik mij niet vergis noemt de club van Solidaridad of Max Havelaar het nieuwe hulp-en-handelbeleid van Ploumen zelfs 'de kroon op hun werk'.

De enige echt aanhoudende kritiek die er op het beleid van Ploumen is, gaat over noodhulp. Handel als antwoord op armoedebestrijding gaat niet op in ernstige crisissituaties zoals oorlog. Want in een falende staat kun je geen handel drijven. Eerste levensbehoeften geven aan mensen die niks hebben is niet rendabel voor bedrijven. De markt redt geen mensenlevens in oorlogsgebieden, hulporganisaties zoals Artsen zonder Grenzen redden die wel.

Een voorbeeld. In Afghanistan, een falende staat waar ik zelf drie jaar heb gewoond als correspondent, is jarenlang geprobeerd om handel te drijven in saffraan. Het heeft niet gewerkt. Drugsbaronnen die de regio beheersen waar de Afghaanse boeren woonden, wilden dat zij papaver bleven verbouwen. Zoals u weet: papaver is de grondstof voor heroïne. Afghanistan levert zo'n 90 procent van 's werelds verhandelde heroïne. Drugshandel levert gewoon het meeste op voor de krijgsheren van Afghanistan. Zolang er geen stabiel bestuur is dat de drugshandel kan en wil tegengaan, blijft dit de enige substantiële inkomstenbron voor het land. Een kleine groep profiteert daarvan. De arme Afghaanse boer blijft net zo arm. De uitdaging in de hulpsector ligt vooral in het sterker krijgen van die falende staten.

In ontwikkelingslanden waar wel iets van een relatief stabiel bestuur is, is handel drijven wel vaak succesvol gebleken. De economie groeit en de gewone man profiteert daar vaak van mee. Ploumen reist denk ik de helft van haar tijd rond in het buitenland, met in haar kielzog zeer vaak tientallen ondernemers die met succes contracten sluiten.

De PvdA partijtop had geanticipeerd op veel gemor van leden over het nieuwe ontwikkelingsbeleid. Als journalist heb ik nauwelijks iets van onrust gemerkt. Het zou mij niet verbazen als er niet één klachtmail van een PvdA-lid is binnengekomen. De combinatie van hulp en handel is zelfs zó normaal geworden dat op visitekaartjes van hulpverleners tegenwoordig functies staan als financieel-bedrijfskundig adviseur. Of consultant agri economics. Of wat te denken van: marketing officer.

In twintig jaar tijd en vijftien jaar na mijn scriptie is er iets opmerkelijks gebeurd: handel is geen vies woord meer in de hulpsector. Zelfs niet bij de PvdA.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden